Oud-bewindsman Van Rijn: minder concurreren in zorg

Ziekenhuiszorg Martin van Rijn bedacht dat de zorg een markt moest worden. Nu vindt hij de tijd rijp voor een omslag: meer samenwerking juist.

Foto Sake Elzinga

Er moet een eind komen aan de scherpe concurrentie in de zorg. Ziekenhuizen, en andere zorgaanbieders, moeten juist meer samenwerken. Mededingingsinstantie Autoriteit Consument en Markt (ACM) moet zich daarbij soepeler opstellen om dit mogelijk te maken.

Dat zegt Martin Van Rijn, oud-staatssecretaris van Volksgezondheid en sinds een jaar bestuurder van de Reinier Haga Groep in een interview met NRC. Onder de groep vallen drie ziekenhuizen in Zuid-Holland.

De uitspraken zijn opmerkelijk omdat Van Rijn als topambtenaar van het ministerie van Volksgezondheid in 2006 het huidige zorgstelsel ontwierp. Dat stelsel bevorderde juist concurrentie; ziekenhuizen moesten met elkaar in de slag om patiënten te trekken. Zorgverzekeraars zouden alleen de ‘beste’ en goedkoopste zorg vergoeden.

Van Rijn vindt nu dat de tijdgeest niet meer vraagt om scherpe concurrentie. „Samenwerking is de nieuwe concurrentie.” Hij ziet dat als belangrijke manier om te besparen op de zorgkosten (nu 76 miljard euro per jaar). Het verlagen daarvan is een van de belangrijkste doelen van het kabinet. Van Rijn staat er nog wel achter dat verzekeraars ziekenhuizen stimuleren de kosten te beteugelen.

Lees ook: Het wordt reizen voor spoedzorg

Eén onbedoeld gevolg van het huidige stelsel is dat ziekenhuizen steeds meer zorg gingen leveren. In zijn ziekenhuizen ziet Van Rijn „onjuiste productieprikkels” die kostenverlagingen belemmeren. Van Rijns ziekenhuis krijgt minder geld als er minder wordt geopereerd. „Mijn reactie als ziekenhuisdirecteur zou moeten zijn: jongens, opereren! Want dan verdienen we geld. Maar dat wil ik natuurlijk niet. Dat is soms niet het beste voor de patiënt. En nog duur ook.”

Een weeffout wil Van Rijn het niet noemen. „Ik zie het als een nieuwe fase in de zorg.” Voor 2006 werden ziekenhuizen betaald op basis van verpleegdagen en ‘ligduur’ van patiënten. Dat systeem was achterhaald; patiënten hoeven na een ingreep veel minder lang in het ziekenhuis te blijven dan vroeger. Daarom werd de beloning op basis van het soort ingreep bedacht.

Ook dit systeem dreigt volgens Van Rijn nu ouderwets te worden, omdat ziekenhuizen steeds beter weten hoe operaties te voorkomen. Dat doen ze bijvoorbeeld door nauwer samen te werken met huisartsen en wijkverpleging, zodat ze eerder zien dat het niet goed gaat met patiënten. Een snelle diagnose kan een operatie voorkomen. Minder operaties maken de zorg sowieso goedkoper. Als ziekenhuizen onderling de zorg voor patiënten in hun regio verdelen, kan dat ook leiden tot lagere kosten, zegt Van Rijn. „We maken de zorg op die manier voor de samenleving goedkoper en prettiger voor de patiënt.”

Van Rijn zegt dat de ACM zich soepeler moet opstellen om betere afspraken tussen zorgaanbieders mogelijk te maken. „Het zou verstandig zijn als we meer zouden mogen overleggen. We willen daar meer ruimte voor.”

Zorg en de markt pagina 8
    • Enzo van Steenbergen
    • Frederiek Weeda