Orbán verkiest meer overuren boven immigratie

Arbeidswet Om de nijpende tekorten op de Hongaarse arbeidsmarkt tegen te gaan, helpt premier Viktor Orbán bedrijven door meer overuren toe te staan.

Hongarije kreunt onder arbeidsemigratie, maar premier Orbán houdt immigratie uiterst beperkt
Hongarije kreunt onder arbeidsemigratie, maar premier Orbán houdt immigratie uiterst beperkt Foto AFP/Attila Kisbenedek

Het Hongaarse parlement heeft woensdag een omstreden wet aangenomen die ervoor dreigt te zorgen dat werknemers meer overuren maken en die later uitbetaald krijgen. Met de wet is premier Viktor Orbán in conflict gekomen met de vakbonden. De maatregel, die tekorten op de Hongaarse arbeidsmarkt moet verzachten, zou vooral tegemoet komen aan de wensen van multinationals.

De Fidesz-partij van premier Viktor Orbán, die een tweederde meerderheid heeft, kon de wet om economische groei te bevorderen pas goedkeuren nadat leden van de oppositie het spreekgestoelte bezet hielden. Tientallen minutenlang jouwden zij Orbán uit om wat ze de „slavenwet” noemen.

De arbeidswet verhoogt het maximaal toegelaten aantal overuren van 250 naar 400 en geeft hun drie in plaats van één jaar de tijd om gemaakte overuren uit te betalen. Ook kunnen werkgevers onderhandelen met werknemers zonder de vakbonden te betrekken. Daardoor durven werknemers straks overuren niet langer te weigeren, vrezen de bonden. Zij trokken afgelopen week al de straat op en kondigden grote stakingen aan.

Het verhitte debat legt verschillende pijnpunten van Orbáns beleid bloot. Zijn land kreunt onder arbeidsemigratie, maar de premier houdt immigratie uiterst beperkt. Met de wetgeving wil de regering het investeringsklimaat verbeteren. Een verwachte economische groei van 4,3 procent in 2018 en een werkloosheidscijfer van 3,6 procent doen werkgevers schreeuwen om arbeidskrachten. Maar Hongarije kampt met een laag geboortecijfer en inwoners vertrokken de afgelopen jaren in toenemende mate op zoek naar hogere lonen, betere leefomstandigheden of een liberaler politiek klimaat. In 2017 woonden volgens EU-databank Eurostat meer dan 330.000 Hongaren, 5,2 procent van de beroepsbevolking, in een ander EU-land. Dat percentage is sinds 2007 verdrievoudigd.

'Slavenwet'

Om het probleem op te lossen wil de zelfverklaard antimigratiestrijder Orbán wel arbeiders uit buurlanden toelaten, maar geen migranten uit het Midden-Oosten of Afrika. Evenmin wil de regering dat de Hongaarse nettolonen (in 2017 gemiddeld 197.500 forint per maand, zo’n 610 euro) oplopen, omdat dit het land minder aantrekkelijk maakt voor bedrijven. Ondanks een recente verhoging van het minimumloon, naar 426 euro, blijven de lonen in Hongarije de op vier na laagste van de EU.

De oppositie gebruikt nu Orbáns eigen campagneboodschap tegen hem. De premier heeft steeds beloofd dat Hongarije onder hem „geen kolonie” zou zijn van het internationale grootkapitaal. Maar met deze ‘slavenwet’ loopt het land volgens critici juist verder aan de leiband van buitenlandse industriereuzen zoals de Duitse autofabrikanten Daimler en Audi. De autoindustrie is goed voor 21 procent van het Hongaarse bbp.

Lees ook: Rijk worden door God, geluk en Orbán – en dankzij de EU

Uit een recente peiling van denktank Policy Agenda blijkt 83 procent van de Hongaren tegen de wet te zijn. Die dreigt bestaande frustraties bij Hongaren over buitenlandse bedrijven die hun land als lagelonenwerkplaats gebruiken te verergeren. „Veel arbeiders verkeren niet in een positie om een verzoek om overuren te maken, te weigeren zonder dat ze hun baan op het spel zetten. Dit dreigt hun gezinsleven en gezondheid te schaden”, zegt Jánós Köllö, arbeidseconoom bij de Hongaarse Academie voor Wetenschappen.

De stemming viel woensdag samen met die over een andere gevoelige wet. Het parlement ging ook akkoord met het opzetten van een systeem van administratieve rechtbanken die direct onder de minister van Justitie vallen. Dat kan de rechtsstaat in Hongarije ondermijnen en het conflict tussen Orbán en de EU verder vergroten.

    • Roeland Termote