‘Mijn foto’s gaan niet over het Afrikaanse landschap, maar over mijzelf’

Fototentoonstelling Mame-Diarra Niang vertelt met haar foto’s het verhaal van een zoektocht naar zichzelf, en naar haar verhouding met de plek die ze vastlegt. „De foto’s mogen geen nostalgie uitstralen.”

Mame-Diarra Niang
Mame-Diarra Niang Foto Merlijn Doomernik

„Ik eindig altijd met een muur. De rest van de foto’s hang ik bij elke tentoonstelling in een andere volgorde op”, vertelt Mame-Diarra Niang, terwijl ze wijst op haar serie foto’s Sahel Gris (2013), die nu in Huis Marseille hangt. Haar video’s en foto’s zijn daar te zien samen met het werk van veel andere kunstenaars op de tentoonstelling Recent Histories/ Contemporary African Photography and Video Art from The Walther Collection. Nergens blijkt uit de foto’s van Mame-Diarra Niang dat ze in Senegal zijn gemaakt. Ze tonen huizen in opbouw in een zeer stoffig landschap met weinig leven, op een enkel paardje na. Net als de rest van de serie lijkt het alsof de foto’s in beweging zijn, terwijl ze vooral stenen tonen. Waarschijnlijk is dat omdat Mame-Diarra ze vanuit een rijdende auto maakte. De ‘landschappen’ zijn bedoeld als een soort zelfportret.

„Ik had geen enkele behoefte om het Afrikaanse landschap neer te zetten, dit was een zoektocht naar mijzelf. Ik vind het ook zo verschrikkelijk irritant wanneer mensen het hebben over ‘Afrikaans zijn’. Ik heb dan wel eens de neiging om te zeggen: we zijn individuen en sterker nog: we kunnen ook nog zelf nadenken.” Na een harde lach, vervolgt ze: „Het gaat hier om het vastleggen van mijn herinneringen, mijn gebied. Dat neerzetten werd steeds belangrijker voor me nadat mijn vader was overleden.”

Uit de serie Metropolis (2014).

Foto Mame-Diarra Niang/ The Walther Collection

De autodidact Mame-Diarra Niang werd in 1982 in Frankrijk geboren. Als klein kind bracht ze, toen haar moeder ziek werd, haar peuterjaren door bij haar grootouders in Ivoorkust. Om wat realiteitszin te krijgen als losgeslagen puber, haalde haar vader haar op haar vijftiende naar Senegal. Het leven in de Senegalese hoofdstad Dakar vond ze verschrikkelijk: „Ik kwam uit een comfortabele wereld en woonde nu in een stad waar ik niemand verstond. We zaten allemaal bovenop elkaar, ik had geen privacy en overal was zand.” Ze wist als puber één ding zeker: dit was niet haar land. Op haar achttiende keerde ze terug naar Frankrijk.

Wat moet ik met dit land dat mij niet wil omdat ik homoseksueel ben?

Maar toen overleed haar vader. Mame-Diarra was inmiddels 25 en besefte dat het land waarvan de ruimte altijd door haar vader was opgeëist, nu door haar zelf ingevuld moest worden. Op verschillende manieren gaf ze daar uiting aan. Tijdens Dak’art, de Biënnale in Dakar in 2014, gaf ze bijvoorbeeld een performance rondom een zelf gegraven graf waar ze spiegels in had gelegd. „Ik ben niet politiek in mijn werk, maar de manier waarop er in Senegal wordt omgesprongen met homoseksualiteit, was wel iets waar ik mee aan de slag moest. Omdat ik lesbisch ben, mag ik straks geen aanspraak maken op een plek naast mijn vader. Homoseksualiteit is verboden in Senegal, dus dan mag je ook niet begraven worden.” Haar statement werd internationaal opgepikt.

De fotoserie begint met grijze bouwwerken in een droog landschap (Sahel Gris), gaat over in muren (At the wall) en de serie eindigt tussen de muren (Metropolis). Is de ruimte benauwder geworden?

„Nee, niet benauwder, ik kom dichter bij de kern van mezelf. Ik ben niet bezig met identiteiten, ik geloof dat we allemaal een individu zijn, dat komt ook door mijn gemengde afkomst [een blonde Franse oma, een opa uit Ivoorkust, een vader uit Senegal, red.] Mijn doel is mijn eigen territorium te vinden via mijn werk. Daarom verander ik ook altijd de volgorde waarin ik de foto’s ophang, omdat ik zelf verander.”

Fotograaf en videokunstenaar Mame-Diarra Niang.

Foto Merlijn Doomernik

Waarom begon je pas met die zoektocht na de dood van je vader?

„Ik wilde onderzoeken wat er was achtergebleven, het gebied dat niet meer van hem was, maar van mij. Toen hij overleed, verkeerde ik in een shocktoestand, ik kon geen uiting geven aan mijn verdriet. Gek genoeg ging ik houden van de plek waar ik het als puber zo erg had gevonden. Tegelijkertijd vroeg ik me af: wat moet ik met dit land dat mij niet wil omdat ik homoseksueel ben? Met de camera kon ik het verdriet op een afstand houden, me uiten door te werken vanuit de vraag naar wie ik was en zo het verhaal te vertellen over het zoeken naar wie ik ben. De foto’s mogen geen nostalgie uitstralen, ze zijn een wordingsproces, waarbij de muren een soort citadel zijn die nooit eindigt.”

In het videokunstwerk ‘Since time is distance in space’ lijkt de ruimte buitenaards. Is dat vanuit het idee dat je niet meer op zoek hoeft naar een eigen territorium?

„Het is de kosmische ruimte, als tegenhanger van de innerlijke wereld. Wat ik ermee wil uitdrukken is dat je niet alleen de persoon van dat moment bent, maar ook die van vroeger, en van de toekomst. Zo kan je het verleden herinterpreteren. Ik heb zelf ook mijn verleden aangepast: ik had een hekel aan Senegal, maar paste dat beeld aan. Dakar is nu het startpunt van mijn kunst geweest. Ik ben nog steeds verdwaald, maar veel minder dan vroeger.”

De installatie Since time is distance in space op de Biënnale van São Paulo, 2018.

Foto Leo Eloy/ Estúdio Garagem

Denk je dat er ooit een moment komt dat je niet verdwaald bent of heb je dat verdwaalde nodig?

„Nee, dat moment komt er denk ik niet. Je blijft zoekende. Daarom componeer ik ook elke keer andere muziek bij de installatie. De installatie is een momentopname van wie ik op dat moment ben. De reis die ik in Since time… maak is oneindig en wordt steeds langer.”

Maakt de plek uit waar dat reisverhaal wordt getoond en wie ernaar kijkt?

„Nee, de kijker is het startpunt van het verhaal dat hij zelf vormt bij het zien van de foto’s. Het is jouw visie.”

Maar dan maak ik mijn verhaal met jouw verhaal.

„Zolang je maar niet namens mij spreekt, maar je eigen verhaal vormt bij de foto’s. Mijn video-installatie is op veel verschillende plekken gemaakt, het is een tijdlijn van waar ik ben geweest en wie ik was. In Brazilië hadden ze een heel andere interpretatie van het verhaal dan in Johannesburg. Je weet niet wat je aan mensen geeft. Na het zien van dit videokunstwerk kwamen er in Zuid-Afrika mensen op me af die zeiden dat ze zichzelf voor het eerst niet als een zwart iemand zagen. Ze konden alles zijn wat ze wilden. Het was een aanvullend verhaal. In São Paulo was dat weer anders, daar gingen mensen huilen omdat er iets van ze afviel. Ik vind het geweldig dat mensen zo in mijn werk opgaan. Je mag mijn verhaal bekijken, dat van jou erop plakken, maar je mag niet met het mijne aan de haal gaan.”

    • Toef Jaeger