Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Kerstdorp

Marcel van Roosmalen

Opeens was het Kerst in het dorp. Alsof er een schrijven was uitgegaan en ze ons huis hadden overgeslagen. Van de ene op de andere dag was alles versierd. Een buurman stond met een elektrische pomp een enorme kerstman op te blazen.

„Sinterklaas”, zei mijn dochter (3), we waren op weg naar de bakker. „Nee”, zei de man, „nu komt de kerstman. Gezellig.”

Hij keek naar mij.

„En wat doen jullie met Kerst?”

„Een dagje naar mijn moeder”, zei ik, maar dat bedoelde hij niet. Hij had een kerstman, op het schoolplein verrees een woud van kerstbomen, de kroeg aan de overkant kleurde rood en groen en tussen de lantaarnpalen waren sterren en klokken opgehangen. Wat deden wij?

„Wat zou je leuk vinden?”

Antwoord: „Een driedimensionale arrenslee met rendieren, waardoor het lijkt alsof hij oversteekt, zeg maar. Hebben ze bij de bouwmarkt.”

Het antwoord had iets van een bevel, nog even en hij ging zeggen hoe duur het ding was.

De kerstman was opgepompt, zijn enorme lijf wiebelde op en neer.

„Zo die staat”, zei hij tegen mijn dochter, „daar kun je vanaf nu van gaan genieten. Gratis en voor niks.”

We bedankten en gingen voort.

Bij de bakker lagen de kerstballen tot in de mand met melkpuntjes.

Opeens een hand op mijn schouder. „En? Komen jullie dit jaar weer?” Geen idee wie deze man was.

„Een van de schaapsherders”, zei hij.

Tegen mijn dochter: „Even kijken of je vinger er nog aanzit.”

Een jaar eerder, we woonden er net, waren we in gezinsverband naar de Wijngaard gegaan, een enorme kerk aan het eind van onze straat. We waren aangesproken door overtuigde christenen, die zeiden dat er gratis warme chocolademelk bij hun levende kerststal was en dat het ook weleens leuk was om op een dorpsplein uit de oudheid rond te scharrelen.

„Wel oppassen voor de Romeinen!”

Wat ons trof was dat de vele vrijwilligers zo rolvast waren. Ze bleven ons daar maar behandelen alsof het echt het jaar nul was. Toen mijn mobiele telefoon ging zei een van de Romeinen: „Laat maar rammelen, we hebben toch nog geen bereik”, om voort te gaan met het verhaal over het wonder dat was geschied onder het afdakje, waarnaast een kerstkoor stond te zingen. Lang verhaal kort: in die stal werd mijn dochter gebeten door de ezel en omdat er in het jaar nul geen pleisters waren stopte deze herder haar vingertje in een emmer water.

Ik wist nog niet of we kwamen, eerst maar eens een driedimensionale arrenslee met rendieren kopen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.