Jonge operazangers knokken voor een rol

Klassiek

Het is een goede tijd voor jonge operazangers in Nederland. In de ZaterdagMatinee zingen dit seizoen meer Nederlandse zangers, De Nationale Opera begon een eigen studio en er is de groeiende concertserie Jonge Grote Zangers.

Così fan tutte van Mozart bij de Dutch National Opera Academy, augustus 2018.
Così fan tutte van Mozart bij de Dutch National Opera Academy, augustus 2018. Foto Jan Hordijk

Sla de brochures er maar op na: nog niet eerder waren jonge Nederlandse operazangers zo rijk vertegenwoordigd. Neem de operaserie van de belangrijke ZaterdagMatinee in het Amsterdamse Concertgebouw: vorige twee seizoenen zongen daar vijf en dit seizoen zeventien Nederlandse zangers. Christian Carlstedt, de nieuwe casting director, koos er bewust voor, zegt hij. „Talent groeit alleen in de omgang met goede orkesten en dirigenten. Als de ZaterdagMatinee daar een rol kan spelen: graag!”

Ook de serie Jonge Grote Zangers, waarin vrijwel alleen maar jonge Nederlandse zangers zingen, groeit: van 14 naar volgend jaar 24 recitals, in en buiten Amsterdam. „Bij sport is het normaal om voor Max Verstappen en het Nederlands elftal te zijn, in de kunsten is het een beetje verdacht – alsof je tegen buitenlandse artiesten bent”, zegt organisator Theo van den Bogaard. „Het tegendeel is waar: al vanaf het conservatorium is de muziekwereld volstrekt internationaal. Misschien vindt het publiek het daarom extra leuk om heel goede jonge Nederlandse zangers als Nina van Essen en Raoul Steffani te ontdekken en te volgen.”

Nederland is een klein land met een enorm rijke muzikale infrastructuur

Rosemary Joshua

Voor de ZaterdagMatinee is de keuze voor Nederlandse zangers ook praktisch, zegt casting director Christian Carlstedt. „Als freelance casting director van diverse huizen en concertseries vlieg ik tweehonderd dagen per jaar de wereld rond om zangers te horen. Dat geeft me volop de ruimte om stemmen te horen en te vergelijken. En zo weet ik: er zijn in Nederland goede zangers. Dan is het onzin artiesten van ver in te vliegen, zeker wanneer je budget beperkt is.”

Hoge eisen

Een master klassieke zang kun je volgen aan zes conservatoria van Groningen tot Den Haag. Maar wat dan?

De Dutch National Opera Academy (DNOA), een samenwerking van de conservatoria van Amsterdam en Den Haag, is de officiële brug naar het operavak. „We nemen die verantwoordelijkheid heel serieus”, zegt mezzosopraan Marjolein Niels, zelf oud-student van de academie en nu staflid. „We selecteren op het hoogste niveau, bieden een intensief en op maat toegesneden programma en hopen zo zangers af te leveren die opgewassen zijn tegen de extreem hoge eisen van het vak.”

Marjolein Niels spreekt in de internationale context van de operawereld en van de conservatoria dan ook liever over het volgen en begeleiden van in Nederland opgeleide zangers.

Sopraan Rosemary Joshua, artistiek leider van de net opgestarte studio van De Nationale Opera in Amsterdam, vindt dat het kleine aantal Nederlanders aan DNOA wel vragen zou mogen oproepen. „Nederland is een klein land met een waanzinnig rijke muzikale infrastructuur. Dat de vele beschikbare rollen, doorgaans ondanks de beste bedoelingen en veel bereidheid om Nederlands talent een podium te bieden, toch worden bezet met internationale zangers, dat zegt iets. Veel jonge, pas afgestudeerde zangers hier evenaren niet het niveau van hun internationale collega’s. Dat zeg ik vanuit de hoop en verwachting dat het beter kan. Aan het beschikbare ruwe talent ligt het namelijk niet.”

Volgens Joshua is de wortel van het probleem dat de huidige kweekvijver voor vocaal talent breed en ondiep is. „Het zou eerlijker, effectiever en efficiënter zijn als er maar één masteropleiding zang was, waarvoor streng werd geselecteerd, en die dan ook absolute topkwaliteit zou bieden. Nu studeren er vele zangers af die meer in hun opleiding hebben geïnvesteerd dan ze ooit terug zullen verdienen. Dat is voor geen van de betrokken partijen goed.”

Uit beeld

Volgens Marjolein Niels, staflid van de DNOA, ligt de situatie genuanceerder. Het grote aantal zangers in opleiding is geen specifiek Nederlands, maar een wereldwijd vraagstuk. „Toen ik zelf studeerde, was het een ongeschreven wet dat je je na je studie eerst moest bewijzen in het buitenland om daarna hier een kans op het podium te verdienen. Gevolg was dat de goede zangers, die inderdaad naar het buitenland verdwenen, in Nederland uit beeld raakten. Ik zou zeggen: zorg goed voor het talent dat hier is opgeleid, in plaats van het over te leveren aan buitenlandse operahuizen. Nu plukken zij de vruchten van wat hier gezaaid is. Het subsidiebeleid zou wat mij betreft actiever mogen sturen op de rol die onze operahuizen en concertpodia daarin zouden kunnen spelen.”

De nieuwe studio van De Nationale Opera, een tweejarig opleidingstraject met kans om kleine rollen te zingen in grote DNO-producties, is zeer selectief. Voor de zes beschikbare plekken waren er dit eerste jaar vierhonderd aanvragen. Onder wie zeventien Nederlandse kandidaten, die allen werden uitgenodigd voor een live-auditie – en allemaal te licht werden bevonden. Uiteindelijk werd tot ieders opluchting één uitstekende Nederlandse zanger gevonden en aangenomen: de in Canada opgegroeide tenor Lucas van Lierop.

„DNO is een internationaal huis”, zegt Joshua. „Aan het aantal Nederlanders in educatieve voorstellingen, in het koor en ook in de casts van alle grote producties kun je zien dat DNO het koesteren van Nederlandse artiesten belangrijk vind. Maar uiteindelijk moeten de besten winnen. Elders is het niet anders. Er zingt ook zelden een Zwitser bij de operastudio in Zürich.”

Het beste kun je als jonge zanger na je opleiding proberen om bij een van de talrijke Duitse operahuizen podiumervaring en repertoirekennis op te doen, zegt casting director Christian Carlstedt. Mezzosopraan Nina van Essen en bas Jasper Leever, beiden alumni van de Dutch National Opera Academy, volgen dat traject: zij werken nu aan de opera’s van Hannover en Stuttgart. En zo zijn er meer voorbeelden.

Carlstedt: „Maar dan nog ben je er niet. Eenmaal binnen bij een operahuis is de begeleiding ook niet altijd even goed, terwijl de concurrentie moordend is. Heb je het op je veertigste als zanger nog niet gemaakt, dan ben je hopeloos. Misschien dat je als koorlid of als docent nog ergens aan de slag kunt, maar dat zijn in wezen totaal andere beroepen.”

    • Mischa Spel