Het wordt reizen voor spoedzorg

Ziekenhuiszorg Twee grote ziekenhuizen gingen onlangs failliet. Drie directeuren blikken vooruit op de ziekenhuiszorg van de toekomst.

Huisartsen en wijkverpleegkundigen zullen meer zorg overnemen van ziekenhuizen, verwachten de drie directeuren.
Huisartsen en wijkverpleegkundigen zullen meer zorg overnemen van ziekenhuizen, verwachten de drie directeuren. Foto Sake Elzinga

De spoedeisende hulp in Hoorn is sinds kort officieel onmisbaar. Directeur Arno Timmermans van het Westfriesgasthuis laat een brief van de minister zien: „Uw spoedeisende hulp en verloskunde mogen nooit dicht zijn.” Want de bewoners van de dorpen Medemblik en Andijk konden voorheen binnen 45 minuten bij de spoedeisende hulp in Lelystad zijn. Maar die is nu dicht. In noodgevallen moeten ze voortaan naar Hoorn. Langer dan drie kwartier mag die reis volgens de wet niet duren.

Tegelijk moet het Westfriesgasthuis nu óók de zwangere vrouwen uit Purmerend opvangen bij spoed. Want in Purmerend is de acute verloskunde sinds kort ook dicht.

Aan de andere kant van het land, in Twente, is iets vergelijkbaars gebeurd. Daar waren tien jaar geleden vier ziekenhuizen: in Almelo, Hengelo, Oldenzaal en Enschede. „Nu hebben we er twee”, zegt Bas Leerink, die net vijf jaar het Medisch Spectrum Twente in Enschede heeft geleid. Voor sommige vormen van zorg kan de Twentse patiënt nog maar in één ziekenhuis terecht. Leerink: „Als iemand met een hartinfarct op de stoep van het ziekenhuis in Almelo ligt, dan nog vervoert de ambulance hem naar het ziekenhuis in Enschede. Daar hebben we het regionale 24/7 dotterteam klaarstaan.”

Wat mag de burger nog verwachten van zijn ziekenhuis?

Na de twee grote faillissementen (Slotervaart en Lelystad) vroegen we het aan drie ziekenhuisdirecteuren: Arno Timmermans in Noord-Holland-Noord, Bas Leerink in Twente en Martin van Rijn van de Reinier Haga Groep in Den Haag en Delft. Van Rijn zette veertien jaar geleden, als topambtenaar onder minister Hans Hoogervorst (VVD), het huidige zorgstelsel in elkaar. Tussendoor was hij staatssecretaris (PvdA) en sinds een jaar zit hij in de raad van bestuur van een grote ziekenhuisgroep, waar drie ziekenhuizen onder vallen.

Gewone zorg blijft dichtbij

Eén ding zeggen ze alle drie: gewone medische zorg – diagnose, controles, veel voorkomende operaties – zal in elke regio blijven, dichtbij de burgers. Sterker, huisartsen en wijkverpleegkundigen zullen meer zorg gaan verlenen omdat zij goedkoper werken dan een opgetuigd ziekenhuis. Patiënten zullen hun eigen bloeddruk, hartkloppingen en suiker-waarden gaan monitoren om een rit naar het ziekenhuis te besparen.

Sommigen zeggen: 1,5 uur naar Groningen rijden? Laat dan maar zitten, dokter

Bas Leerink ziekenhuisbestuurder

Maar zodra het ingewikkeld wordt en relatief duur (volwaardige spoedeisende hulp) zullen mensen moeten reizen. In 2010 waren er nog 105 spoedeisende hulpen in het land, nu 70, en volgens Bas Leerink zullen er over vijf jaar nog maar 40 zijn.

Ze weten hoe gevoelig dat ligt. Leerink heeft het moeten uitleggen aan burgers en huisartsen in Oldenzaal, Timmermans in Purmerend: sorry, u kunt voortaan voor spoedeisende hulp of een spoedbevalling niet meer terecht in deze stad. Maar een stad verderop hebben we een hele goeie, waar 24/7 een specialistisch team klaarstaat.

In Twente is men ook wel wat gewend, zegt Leerink, al zijn ze er niet altijd blij mee. „Alle academische ziekenhuizen, waar je heen moet voor echt ingewikkelde operaties, zijn hier ver vandaan. Sommige oudere mensen zeggen: anderhalf uur naar het UMC Groningen rijden? Laat dan maar zitten, dokter.”

De eisen die patiënten en artsenverenigingen stellen aan medische ingrepen zijn echter zó hoog, dat je wel veel patiënten nodig hebt om geoefend te blijven én veel specialisten 24/7 in huis moet hebben om alles te kunnen bieden. Een intensive care, een operatiekamer, een spoedeisende hulp.

Langzame reorganisatie

En dus is er in het hele land – en vooral aan de randen – een langzame reorganisatie gaande. Een voorbeeld van Timmermans: prostaatoperaties bij kanker deden ze twee jaar terug nog in Hoorn. Maar er waren te weinig patiënten, waardoor de urologen de ‘volumenorm’ van de beroepsvereniging niet meer haalden. Nu moeten mensen met prostaatproblemen naar Amsterdam. Borstkanker en darmkanker komen zo vaak voor, dat die operaties nog wel in Hoorn worden gedaan.

Zorg is geen markt, zoals alle andere. Het gaat om mensen

Martin van Rijn ziekenhuisbestuurder

Voor een nieuwe hartklep (moeilijke ingreep) kun je terecht in het HagaZiekenhuis in Den Haag, voor een slokdarmoperatie (heel moeilijk) moet je naar het Reinier de Graaf in Delft. De concurrent in Den Haag, het Haaglanden, doet weer operaties aan de wervelkolom. Martin van Rijn: „Als we kosten moeten beperken, en dat moet, is het essentieel dat we onderling kunnen afspreken waar het ene ziekenhuis en waar het andere ziekenhuis op inzet.”

Dat is niet eenvoudig. Want de zorg is, in het huidige stelsel, een markt waarin ziekenhuizen met elkaar moeten concurreren. Wie is de beste én de goedkoopste? En concurrenten mogen in Nederland geen afspraken met elkaar maken. Achterhaald, vindt Van Rijn: „Hoe gaan we de zorg in deze stad beter organiseren? Dan moeten we gezamenlijk optrekken. We kunnen allebei alles doen, maar specialisatie is handiger voor de patiënt. En ver is het nooit, in één stad. Dus jullie doen díé ingrepen en wij doen deze.”

Geen markt meer

Ziekenhuizen hebben meer ruimte nodig om afspraken te maken met elkaar, zegt Van Rijn. „Zorg is geen markt zoals alle andere. Het gaat om mensen. De mededingingsautoriteit zou daar soepeler naar moeten kijken.” Tegelijk zijn de kosten hoog en zullen ze alleen maar stijgen. In ziekenhuizen gaat nu jaarlijks bijna 23 miljard euro om. Om het goedkoper te maken denkt Van Rijn dat zijn ziekenhuis moet veranderen. Veel meer samenwerken met huisartsen, wijkverpleging en de gemeente. Overigens is elke verandering alleen mogelijk als zorgverzekeraars erachter staan: zij waken over alle zorguitgaven.

Laatst was Van Rijn ’s avonds op de spoedeisende hulp waar een heel oude vrouw werd binnengebracht. „Totaal dement en in de war. Er bleek medisch weinig aan de hand. Ik dacht: ‘Zij hóórt hier niet.’ Wat zou het voor haar beter zijn als de arts naar háár toe kwam in het verpleeghuis in plaats van dat zij helemaal hier kwam.”

    • Enzo van Steenbergen
    • Frederiek Weeda