Opinie

Het volk is niet meer van de partij

Paul Scheffer

Emmanuel Macron oogst nu wat hij heeft gezaaid. De Franse president is vanuit het midden een opstand begonnen tegen de gevestigde politiek. Met zijn geïmproviseerde beweging En Marche wilde hij de bestaande verhoudingen op hun kop zetten. Hij kreeg zijn zin: de gaullisten en socialisten werden weggevaagd. Die leegte moet hij nu als president vullen.

Hij had beter naar Italië moeten kijken, want in zekere zin is Silvio Berlusconi zijn voorland. Die begon ook een eenpersoonspartij en verpletterde daarmee de klassieke partijen. De leider van Forza Italia zag weinig in etiketten van ‘links’ of ‘rechts’ en wilde vooral als hervormer zijn land bij de tijd brengen. Het resultaat is weinig bemoedigend.

Macron schreef ter ondersteuning van zijn kandidatuur het pamflet Révolution. Hij organiseerde via sociale media een beweging uit het niets en heeft onbedoeld bijgedragen aan een opstand tegen alles en iedereen. De Franse president kijkt over de rand van een kloof die hij met enthousiasme heeft uitgediept. We hebben het eerder gezien: de revolutie eet haar eigen kinderen op.

De week waarin de regeringsleiders Macron, May en Michel voor hun politieke leven vechten toont heel wat Franse, Britse en Belgische eigenaardigheden. Maar het samenvallen van al deze politieke opwinding legt iets bloot: de botsingen gaan over een nieuwe ongelijkheid die het hart van de democratie raakt.

Vooral de manier waarop de economische crisis na 2008 is opgelost heeft een bitter gevoel achtergelaten. „Kopstukken uit het bedrijfsleven hebben hun morele autoriteit te grabbel gegooid met hun exorbitante salarissen”, zegt Deborah Hargreaves, auteur van het boek Are Chief Executives Overpaid? Dat is de wereld van Unilever, het bedrijf met de grootste loonkloof in ons land. De afzwaaiende topman Paul Polman onderscheidde zich in zijn nadagen vooral met pleidooien tegen belastingafdracht.

Zo wordt willens en wetens het sociale contract opgezegd. De druk op een groeiend deel van de werkende bevolking neemt toe – mede door internationale concurrentie – terwijl de wil om een rechtvaardige verdeling te waarborgen snel is afgenomen.

De Franse geograaf Christophe Guilluy ziet het patroon: „In Frankrijk verdient de helft van de beroepsbevolking nu minder dan 1.750 netto per maand. De helft van de pensioneerden ontvangt nog geen 1.100 euro.” Dat leidt tot segregatie: „De lagere middenklasse heeft zich verwijderd van de vijftien grote steden. Voor het eerst in de geschiedenis wonen ze in meerderheid – 75 à 80 procent – niet meer in die gebieden waar het geld echt wordt verdiend.” (Trouw, 11 november).

Je zou denken: dit is een tijd voor sociaal-democraten in Europa, maar de bijeenkomst van deze politieke stroming in Lissabon was geen toonbeeld van daadkracht. Frans Timmermans, net gekozen tot Europees lijsttrekker, verhaalde in zijn aanvaardingsspeech bewogen over een fietstocht met zijn dochter tussen Heerlen en Aken. Ze vroeg hem: „Papa, wat zíjn grenzen?”

We begrijpen de diepe verwarring bij de afgevaardigden, die tegelijk een staande ovatie gaven aan Jeremy Corbyn. De Labour-leider spreekt over nationalisatie van spoorwegen en nutsbedrijven. Hij raakt een snaar, want ook de sociaal-democraten ontkomen niet aan de brandende kwestie van deze tijd: bepaalt globalisering de grenzen van de democratie of bepaalt de democratie de grenzen van globalisering?

Wie zoekt naar een nieuw sociaal contract heeft zeker Europa nodig, bijvoorbeeld om grote bedrijven te dwingen tot het betalen van belastingen. Toch moeten antwoorden op de ongelijkheid vooral worden gezocht binnen nationale staten. Als het overbruggen van tegenstellingen in die omgeving al zo veel weerstand ontmoet, waarom zou dat in Europa met veel grotere verschillen wel mogelijk zijn?

De botsingen over milieu en migratie vragen om een maatschappelijk vergelijk. Deze veranderingen vergen de meeste aanpassing van mensen die toch al in een kwetsbare positie verkeren. Hooghartig spreken over duurzaamheid en verdraagzaamheid drijft de samenleving verder uiteen langs lijnen van levensstijl.

Macron pleit nu voor een ‘contract’ met de samenleving, maar de bange vraag na weken vol straatrumoer is: wie kan de tegenstellingen nog overbruggen? Het volk is niet meer van de partij. Dat ontdekken ook de populistische politici in Frankrijk: zelfs de partijen die het opstandige volk zeggen te belichamen worden door dat volk onder de voet gelopen. Een democratisch bestel dat steeds minder mensen aanspreekt, opent de weg naar een gewelddadiger beslechting van conflicten.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.