Recensie

Een dekselse maskerade in opera over liefde op leeftijd

Opera De Franse regisseur Laurent Pelly geldt als een autoriteit inzake komische Donizetti’s. In zijn enscenering van ‘Don Pasquale’, deze maand te zien bij De Munt, vertaalt zijn specialisme zich in een spaarzame aanpak.

Een pafferige sul op sloffen, maar toch nog best een krasse knar, al zegt-ie het zelf. Don Pasquale, de rijke vrijgezel uit de gelijknamige opera van Gaetano Donizetti, wil op zijn oude dag nog één keer zijn geluk beproeven in de liefde.

Met hulp van de bevriende Dottor Malatesta schaakt hij de kuise schoonheid Sofronia. Denkt-ie. Meteen na de huwelijkse krabbels ontpopt het lieve kind zich tot een geld verslindend kreng. Drie aktes later luidt de moraal dat je er op hoge leeftijd maar beter niet meer aan kunt beginnen; aan de vrouwtjes.

Donizetti’s Don Pasquale. Volgens kenners behoort het werk tot de onbetwiste hoogtepunten van het ‘opera buffa’-genre, de komische opera. Deze maand is de snedige mengelmoes van vocaal belcanto-spektakel, verbasterde commedia dell’arte-personages en kolderieke tralala te zien bij De Munt in Brussel. Dirigent Alain Altinoglu staat op de bok. De Fransman Laurent Pelly tekent voor de regie.

Met onder meer een uitstekende L’elisir d’amore en Viva la mamma op zijn naam geldt Pelly als een autoriteit inzake komische Donizetti’s. In zijn enscenering van Don Pasquale vertaalt zijn specialisme zich in een spaarzame aanpak. Een draaibaar, minimaal gemeubileerd woonvertrek midden op de bühne. Dorpse gevels met mediterrane luiken rondom. Basta. Alsof meer tierelantijnen alleen maar zouden afleiden van het kloppend hart van de komedie.

Want in Don Pasquale draait het allemaal om die ene dekselse maskerade: de toch niet zo lieftallige Sofronia blijkt in werkelijkheid Norina, het liefje van Don Pasquales slampamperige neefje Ernesto. Met de gehaaide Malatesta besluit het tweetal de oude Don een loer te draaien om hun eigen huwelijksplannen veilig te stellen.

Gelaagde personages

Pelly’s tweede troef is een uitgekiende karakterregie, waarin hij blijk geeft van een fijne antenne voor de meerlagigheid van Donizetti’s personages. Zo is Don Pasquale bij Pelly geen kluchtige karikatuur, maar een tragikomische Heer Bommel-achtige figuur die op de lachspieren werkt maar ook ontroert.

De rol bleek een uitgelezen kans voor de Italiaanse bas met baritonkleuren Pietro Spagnoli, die een meesterlijke slapstickvoordracht paarde aan een technische beheersing in de volle belcantobreedte. Mooi ook hoe hij zich samen met de eveneens voortreffelijk zingende bas Rodion Pogossov (Malatesta) ontpopte tot een staccato ratelende lettergrepenmitrailleur in het aartsmoeilijke duet ‘Cheti, cheti immantinente’.

De Belgische sopraan Anne-Catherine Gillet (Norina/Sofronia) presenteerde haar kwinkelerende coloraturen, subtiel aanzwellende trillers en soepele loopjes met verve. Jammer dat Anicio Zorzi Giustiniani (Ernesto) wat bleekjes afstak naast haar sprankelende podiumverschijning. Zijn lichte tenor klonk wat kelig in de hoogte.

Het Symfonieorkest van de Munt musiceerde raak vanaf de tetterende openingsmaten, met koddig gesleur aan tempi, felle montages, puntige staccato-treintjes en fraai bijgemengde hout- en kopertinten in de aria’s. Gniffelen geblazen: die bitterzoet treurende trompetsolo waarop Don Pasquale een weinig soelaas biedend viagra-mengseltje naar binnen giet.

    • Joep Christenhusz