De Tories: dertig jaar bakkeleien over Europa

Conservatieven Theresa May is niet de eerste Conservatieve premier die te maken krijgt met een Europa-gerelateerde revolte in eigen fractie. Margaret Thatcher en John Major gingen haar voor.

John Major en Margaret Thatcher bij de toespraak van de paus in 2010.
John Major en Margaret Thatcher bij de toespraak van de paus in 2010. Foto Tim Ireland/EPA

Theresa May is niet de eerste Britse Conservatieve premier die deze woensdag nagelbijtend moet afwachten of ze nog voldoende steun geniet in de eigen fractie om door te kunnen regeren. In de Britse politiek, vanouds rijk aan dramatische momenten, kan er altijd van de ene op de andere dag afscheid worden genomen van een leider.

Slechts 15 procent van de Conservatieve Lagerhuisfractieleden is voldoende om zo’n vertrouwensstemming aan te vragen (bij Labour ligt dat op 20 procent, waarbij ook Europarlementariërs van de partij kunnen meestemmen). Om overeind te blijven is ruim de helft van de fractieleden nodig. Voor May kregen zowel Margaret Thatcher als John Major zo’n stemming voor de kiezen. Bij beiden vormde het Europabeleid, waarover Conservatieven inmiddels al ruim dertig jaar bakkeleien, de voornaamste twistappel.

De meest dramatische stemming was die van 20 november 1990, toen Conservatieve Lagerhuisleden moesten beslissen over het lot van premier Margaret Thatcher, de vrouw die hen naar drie achtereenvolgende verkiezingszeges had geleid. De vrouw ook die in 1975 de toenmalige Conservatieve leider Edward Heath via zo’n vertrouwensstemming verrassend had gewipt.

Volg het laatste nieuws via ons liveblog.

Vernietigende rede

In de maanden daarvoor had Thatcher, die steeds meer haar eigen weg leek te gaan, veel krediet verspeeld. Een nieuwe nagel aan haar doodskist vormde op 13 november een voor Thatcher vernietigende rede in het Lagerhuis van Geoffrey Howe, haar vroegere, immer loyale minister van Financiën en later Buitenlandse Zaken. Howe verweet haar – in een cricketmetafoor – dat Thatcher haar ministers naar EU-overleg stuurde met „slaghouten die al voor de wedstrijd door de aanvoerder van het team waren gebroken”. Thatchers aanhangers spraken van „verraad”.

Weliswaar won Thatcher de stemming van haar rivaal Michael Heseltine, maar volgens de toenmalige regels was haar meerderheid net niet groot genoeg om de zaak in één ronde te beslissen. „Ik vecht door, ik vecht om te winnen”, kondigde Thatcher met de van haar bekende strijdbaarheid aan. Maar voor er een tweede ronde kon worden gehouden overtuigden invloedrijke partijgenoten, later wel aangeduid als ‘de mannen in grijze pakken’, haar de handdoek alsnog in de ring te gooien. Dat deed ze op de ochtend van 22 november, 1990.

Lees ook: Fractie stemt over positie van May, Europa kijkt toe

Verdrag van Maastricht

Ook haar opvolger John Major, die minder onverzoenlijk tegenover de Europese Unie stond dan Thatcher, had het zwaar te verduren over het Europese beleid. In 1993 overleefde hij ternauwernood een vertrouwensstemming in het Lagerhuis, nadat zijn regering eerder een stemming over de verplichtingen van het verdrag van Maastricht in het Lagerhuis had verloren. Vooral binnen zijn eigen Conservatieve Partij bleef de Europese kwestie dooretteren. In juni 1995 was Major het beu en trad hij af als leider van de Conservatieven, aldus een verkiezing binnen de fractie forcerend. Major versloeg vervolgens Euroscepticus John Redwood ruim en was zo – op grond van het reglement – een jaar lang verlost van nieuwe uitdagingen van Conservatieve rivalen. Het bleef echter rommelen in de partij over Europa – tot vandaag toe.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Haagse Zaken: Het eilandgevoel
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.