Brieven

Brieven 12/12/2018

vertaling

Onjuist: het is onnozel

Het valt mij op dat het Engelse woord ‘innocence’ steevast – maar vaak ten onrechte – met ‘onschuld’ wordt vertaald. Gloria Wekker deed dat in de titel van haar boek Witte onschuld (‘white innocence’) en het gebeurde weer in de vertaling van Janan Ganesh’s bijdrage Weten we nog wel hoe broos de orde is? (7/12).

De vertaler laat Ganesh zeggen dat de veronderstelling dat het altijd wel weer goed komt met de maatschappelijke orde niet zozeer uit kwaadwilligheid voortkomt, maar uit ‘onschuld’, en daarom zo verontrustend is.

De juiste vertaling in deze (en vele andere gevallen) zou natuurlijk zijn: ‘onnozelheid’. Dat geldt zeker ook voor het begrip ‘white innocence’ in bijvoorbeeld Zwarte Piet-discussies. Dit subtiele verschil tussen de twee Nederlandse woorden bestaat niet in het Engels. ‘Onnozelheid’ impliceert gewoonlijk dat men niet in de gaten heeft dat men schuldig is. Niet eens zo subtiel, eigenlijk.

Al geldt dat natuurlijk niet voor de onnozele kinderen; die waren onschuldig.

Column Japke-d. Bouma

Agile aan de kaak

Naar aanleiding van het artikel Moet je nou wel of niet ‘agile’ werken? (5/12) wil ik mijn bewondering uiten voor auteur Japke-d. Bouma en haar columns. Haar scherpe oog voor de irritante neiging van bestuurders, voetbaltrainers, therapeuten, hoogleraren enzovoorts om tenenkrommend jargon te gebruiken, komt steeds prachtig naar voren.

In het genoemde artikel gaat ze een stap verder dan gebruikelijk. Een hoogleraar ‘ondernemerschap’ had gesteld dat bedrijven in het mkb nog veel te weinig bezig zijn met hoe ze flexibeler kunnen werken. Doen ze dat niet, dan zouden ze niet „toekomstbestendig” zijn, zo citeerde Bouma de hoogleraar. Ze stelt de woordkeus van de man niet alleen aan de kaak, zij vraagt ook flink door, over de aannames en het zogenaamde onderzoek dat aan deze uitspraak ten grondslag zou liggen. De leeghoofdigheid van de bewuste hoogleraar met zijn jargon komt onder andere tot uiting in haar observatie dat er kennelijk geen vergelijkend onderzoek is dat de stelling van de hoogleraar onderbouwt en dat gezond verstand misschien wel belangrijker is dan ‘wendbaarder werken’.


emeritus hoogleraar klinische psychologie

Ontgroeningen

Onnodig en destructief

Tot mijn schrik vond ik dit weekend de volgende kop in de krant: Student België overleden na ontgroening (8/12). Twee anderen zijn in het ziekenhuis beland.

Nu vraag ik mij voor de zoveelste keer af, wat voor misdaad is dit eigenlijk? Grove mishandeling met zo mogelijk de dood tot gevolg? Is het doodslag? Of zelfs moord?

Dat deze ontgroeningen gebeuren met voorbedachten rade is duidelijk. De ouderejaars komen van tevoren bij elkaar en gaan samen bedenken wat ze dit jaar eens zullen doen met de feuten. Wat ze ze zullen aandoen wel te verstaan. Op welke manier gaan we ze dit jaar vernederen, martelen, pijnigen?

Om de zoveel jaar verliest een jong mens zijn leven tijdens een ontgroening, meerdere jonge mensen belanden in het ziekenhuis, en bij velen is er iets kapot gemaakt van binnen.

Ontgroeningen helpen niet om de onderlinge band te versterken, ze dragen niet bij aan onderling vertrouwen, dat is inmiddels onderzocht en vastgesteld. Waarom gebeuren ze dan nog, waarom staat de maatschappij ze toe? Ik weet het antwoord niet, ik vind het wel beschamend.

En wij, met zijn allen, weten ervan, kijken ernaar en gedogen het. En elk jaar gaat het voor heel wat jonge mensen, net geen kinderen meer, gruwelijk mis, al dan niet zichtbaar. Wat een ellende moet het zijn voor ouders wier kind naar een studentenvereniging gaat, zo één waar flink en hard wordt ontgroend.

Het wordt tijd dat wij met z’n allen beslissen dat dit soort ontgroeningen onnodig en destructief zijn, dat er een wet komt om ze te verbieden en dat de rechter vervolgens de middelen heeft om de daders op te pakken en nieuwe slachtoffers te voorkomen.