Portret van de Franse filmster Annabella, 1930 (detail) (collectie La cinématèque Francaise, Parijs).

Affichekoning Emilio Vilà werd achtervolgd door pech

Affichekunst De wereld van de roaring twenties in Parijs komt tot leven in de affiches van Emilio Vilà. Eveline Stoel schreef een boek over Vilà’s onbekende leven en museum.

Honing mengde kunstenaar Emilio Vilà door de plakkaatverf, waarmee hij zwierige en succesvolle affiches schilderde voor de Franse en Amerikaanse filmindustrie in het Parijs van de jaren twintig. Filmsterren van populaire stomme films, zoals Irene Castle, Stacia Napierkowska en Geneviève Felix, lieten zich door hem portretteren. Ze kwamen graag bij hem thuis in zijn grote huis in de Franse hoofdstad, waar hij de champagnekurken liet knallen.

Ádieu bohéme!”, 1918 (Courtesy of Swann auction Galleries , Londen).

Foto uit besproken boek

Het waren de roaring twenties, er werd volop gefeest en Emilio Vilà, affichekoning, feestte mee.

Hij verdiende veel met zijn affiches voor films, parfummerken en automerken. En tegelijkertijd wilde hij eigenlijk als kunstschilder erkend worden. Hij schilderde landschappen en portretten van de rijken, en sterren.

Honing is een bekend conserveringsmiddel voor schilders: het verlengt de houdbaarheid van de verf. Vilà’s affiches behoren tot de top van de affichekunst uit de jaren twintig en dertig, en doen het op veilingen nog goed. Maar de roem van de Catalaanse kunstenaar zelf bleek niet lang houdbaar. Hij is in de vergetelheid geraakt.

Net als zijn eigen museum, vol werk van hemzelf, dat Vilà tegen het eind van zijn leven (1887-1967) oprichtte in zijn Spaanse geboorteplaats Llagostera, een gehucht tussen Gerona en Barcelona aan de Costa Brava. Het 1.500 vierkante meter grote gebouw, met zo’n 400 werken, staat te verpieteren. Het is alleen op afspraak te bezoeken. Entree: 3 euro. Er komt zelden iemand.

Daarin kan nu verandering komen, dankzij de Nederlandse schrijfster en journalist Eveline Stoel (die eerder Asta’s ogen, De levenskracht van een Indische familie schreef). Zij schreef een dik en rijk geïllustreerd boek over Vilà, met de titel De Affichekoning.

Ze vertelt daarin het levensverhaal van de kunstenaar. En ze volgt Valentí Dalmau, een jonge Spaanse café-eigenaar, kleinzoon van Vilà’s huishoudster die het Emilio Vilà-museum erfde. Zijn leven staat in het teken van een zoektocht naar Vilà. Wie was hij? Waar zijn veel van zijn originele afficheschilderijen gebleven? Zijn die door gewiekste verzamelaars voor een schijntje ontfutseld aan zijn dementerende grootmoeder, die geld nodig had?

Pathé-haan

Eveline Stoel kwam in haar jeugd in aanraking met het museum en de raadselachtige Vilà. „Mijn grootouders kochten in de jaren zeventig een huisje niet ver van Llagostera”, vertelt ze. „Daar overwinterden ze. Op een regenachtige dag heeft mijn vader het museum ontdekt, waar Blanca de huishoudster toen nog opendeed. Je stapt daar een andere tijd binnen, vol art deco, schilderijen en zwierige affiches uit jaren twintig. Hij heeft mij daar ook mee naartoe genomen. Dat is me altijd bijgebleven. En toen ik een paar jaar geleden weer ging kijken, ontdekte ik dat Blanca’s kleinzoon het had geërfd en dat hij net als ik vol vragen zat over Vilà.”

De haan van Pathé, affiche van Vilà, Parijs, jaren twintig.

Foto uit besproken boek

Ze ging op onderzoek. Er bleek een verbitterd autobiografisch manuscript van Vilà zelf te zijn, waarin hij vol wrok terugkijkt op zijn leven. Stoel ging naar de Franse filmmaatschappij Pathé, waarvoor Vilà een van de top-affichemakers was. Pathé Tuschinski in Amsterdam, waar het boek begin november ten doop is gehouden, heeft twee orginele affiches van Vilà, van Pathé-hanen, het bedrijfslogo.

Stoel is gegrepen door de tragiek van Vilà’s leven. De geschiedenis speelde hem parten. „Hij leek wel steeds op het verkeerde moment op de verkeerde plaats”, zegt Stoel.

Het begon gunstig, aan het begin van de twintigste eeuw: de jonge Vilà, zoon van een Catalaanse kurkenmaker, had een groot tekentalent. Hoewel er amper geld was, ging hij rond 1900 met zijn ouders naar Barcelona, waar hij opgeleid werd als ontwerper. „Maar om echt kunstenaar te worden, moet je naar Parijs, zeiden ze”, vertelt Stoel. Vilà’s vader zocht rond 1906 werk in Épernay, onder Reims, in het hart van de Franse champagnestreek – waar ze ook kurken nodig hadden, en de talentvolle Emilio ging mee en zocht werk in Parijs. Al snel kon Vilà, filmliefhebber, als afficheontwerper aan de slag in de Franse filmindustrie, die bloeide rond de Eerste Wereldoorlog.

Emilio Vilà had veel succes als afficheontwerper in Parijs. Hij genoot van zijn nieuwe rijkdom. Zijn grote huis werd een soort Spaanse culturele ambassade. Het kon niet op. En toen kwam in 1929 de beurskrach. De opdrachten droogden op, en hoewel er nog even doorgefeest werd, ging Vilà in 1934 failliet.

„Hij ging terug naar zijn geboortestreek, Catalonië”, zegt Stoel. „Hij ging voor een Spaans parfummerk werken, huurde een pand dat hij wilde omtoveren tot een museum – en toen brak in 1936 de Spaanse burgeroorlog uit.”

Drie jaar later vestigde Franco zijn dictatuur in Spanje, die tot diens dood in 1975 zou duren. De antifascistische Vilà ging tijdens de burgeroorlog terug naar Parijs, in de hoop daar werk te vinden. Dat lukte, maar hij keerde na het einde van de Burgeroorlog in 1939 toch terug naar Spanje. Hij wilde gaan pendelen tussen Catalonië en Frankrijk. Maar in 1940 bereikte de Tweede Wereldoorlog Parijs en zat hij klem in Spanje. Hij verkocht nog werk aan de elite daar, maar uiteindelijk raakte Vilà zijn duur opgeknapte huurhuis kwijt en keerde hij berooid terug naar zijn geboortedorp.

Het is onduidelijk hoe Vilà en zijn (drugsverslaafde) neef geld vonden om daar in Llagostera een groot pand voor zijn museum te kopen. „Er waren geruchten dat Vilà Modigliani’s vervalst had om geld te krijgen, maar zijn familie beweerde dat hij via Franse contacten echte schilderijen van Modigliani had. Hij kende vrienden van Picasso. De Modigliani’s, door Duitse kenners als echt aangemerkt, zijn vrijwel allemaal verkocht. Hoe Vilà eraan is gekomen blijft een raadsel.”

Eveline Stoel ziet haar boek als een eerbetoon aan een onterecht vergeten kunstenaar – „affiches maken was zijn echte talent”, aldus Stoel.

Videodocumentaire in Museum Vilà (in het Catalaans).