VN: volgend jaar zo’n 250.000 Syriërs terug naar huis

Een groot deel van de 5,6 miljoen Syrische vluchtelingen in de omringende landen durft of kan niet terug, onder andere door gebrekkige documentatie.

Syrische kinderen voetballen in een vluchtelingenkamp in de Bekaa-vallei in Libanon.
Syrische kinderen voetballen in een vluchtelingenkamp in de Bekaa-vallei in Libanon. Foto Wael Hamzeh/EPA

VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR verwacht dat in 2019 ongeveer 250.000 Syrische vluchtelingen terug zullen keren naar huis nu de oorlog “over het algemeen afgelopen” is. Dit jaar reisden al zo’n 37.000 vluchtelingen terug naar het door burgeroorlog deels verwoeste land.

Een groot deel van de naar schatting 5,6 miljoen Syrische vluchtelingen die zich momenteel in de omringende landen bevinden, heeft echter problemen met persoonsbewijzen of documentatie van huis en andere bezittingen. Hierdoor kunnen zij niet terug naar hun vaderland. Veel andere vluchtelingen durven niet terug te gaan uit vrees voor repercussies of arrestaties, nu Bashar al-Assad zijn macht heeft weten te behouden.

De VN stellen dat het Syrische regime moet bijdragen aan het verhelpen van de problemen rondom documentatie. Veel vluchtelingen vermoeden echter dat het regime van Assad de ingestelde documentatieverplichtingen gebruikt om politieke tegenstanders buiten de landsgrenzen te houden.

Explosievenopruiming

Naast de documentatie voor persoon, privé-bezit en huis, zijn er ook problemen voor deserteurs uit het leger, die de garantie van amnestie willen voordat ze terug kunnen keren, aldus de VN. Ook zouden er nog veel gebieden explosievenvrij gemaakt moeten worden voordat men veilig terug kan naar huis.

Het grootste deel van de Syrische vluchtelingen zit in Turkije, Libanon, Jordanië, Egypte en Irak. Naast 4,6 miljoen vluchtelingen gaat het hier ook om 1 miljoen kinderen die in het buitenland geboren zijn. Assads regime heeft toegezegd hun buitenlandse geboortecertificaten te erkennen.

UNHCR zegt 5,5 miljard dollar (4,8 miljard euro) nodig te hebben om de omringende landen te kunnen ondersteunen in het voorzien van onder andere gezondheidszorg, water, voedsel en onderwijs. In veel landen zijn de Syriërs afhankelijk van VN-steun om te kunnen overleven.