Recensie

Recensie Film

‘The Disciples – Een straatopera’ lijkt soms geënsceneerd

Documentaire De film ‘The Disciples – Een straatopera’ volgt de leden van het Amsterdams dak- en thuislozenkoor De straatklinkers terwijl die een opera instuderen. Die opera lijkt vooral bedacht om de mensen aan het praten te krijgen.

Dak- en thuislozen spelen de hoofdrollen in een opera, in de documentaire ‘The Disciples – Een straatopera’.
Dak- en thuislozen spelen de hoofdrollen in een opera, in de documentaire ‘The Disciples – Een straatopera’.
    • Dana Linssen

Ongeveer gelijktijdig met de première van The Disciples – Een straatopera op het Nederlands Film Festival ging dit najaar in Utrecht ook toneelstuk Thuislozen van Lars Norén in première. Een voorstelling die extra actualiteitswaarde kreeg door de optredens van daklozen en drugsverslaafden in een pauzeprogramma. The Disciples heeft een vergelijkbare structuur en insteek. Het is een documentaire die rondom een opera is gevouwen die gecomponeerd is om over het ontstaans- en repetitieproces een documentaire te kunnen maken. De meerwaarde van deze hybride metastructuur komt niet volledig uit de verf.

Regisseur Ramón Gieling werkte samen met componist Boudewijn Tarenskeen. De leden van het Amsterdams dak- en thuislozenkoor De straatklinkers spelen de rollen en zichzelf. De plot over een nihilistische straatbende is evenzeer gebaseerd op hun eigen levensverhalen als (volgens de makers, maar wel heel erg in de verte) Los olvidados (De vergetenen) van Luis Buñuel, een film die hij in 1950 in Mexicaanse sloppen draaide over een wrede bende van kinderen. The Disciples heeft meer overeenkomsten met outsider-klassieker Freaks en Pasolini’s Il Vangelo secondo Matteo.

Het is heel goed mogelijk dat hier het een en ander is geënsceneerd om wat extra drama te creëren. De opera lijkt vooral bedacht om de mensen aan het praten te krijgen, en op een gegeven moment komen ze dan ook in ‘opstand’ tegen de regisseur: ze hebben het gevoel dat die een karikatuur van ze maakt. Dat voelt niet oprecht. Want een karikatuur zijn deze mensen nergens. Het zijn eerder Gieling en Tarenskeen die in hun ‘rollen’ als regisseur en componist een schertsbeeld neerzetten: dat van de kunstenaar die niet snapt dat de wereld niet naar zijn pijpen danst, dat mensen met geldproblemen, psychische stoornissen of verslavingsproblematiek er wellicht een andere dynamiek op nahouden.

De interviews in combinatie met de opera zijn weliswaar niet echt enerverend (de koorleden hebben hoorbaar zo vaak hun verhaal gedaan tegen therapeuten en hulpverleners dat hun geschiedenissen pasklaar klinken). Maar het zijn wel eerlijke verhalen.