NRC checkt: ‘Doorstroming van mensen met asielvergunning naar woning stokt’

Dat zei staatssecretaris Mark Harbers (Asiel, VVD) vorige maand op Radio 1.

Containerwoningen voor studenten en statushouders aan de Wenckebachweg in Amsterdam Oost.
Containerwoningen voor studenten en statushouders aan de Wenckebachweg in Amsterdam Oost. Mariete Carstens

De aanleiding

Asielzoekerscentra lopen weer vol. Net gesloten centra moeten open. De wachttijd van de procedure voor asielzoekers loopt op. Staatssecretaris Mark Harbers (Asiel, VVD) wordt op vrijdag 2 november op Radio 1 bij Nieuws & Co naar de oorzaak van het probleem gevraagd. Aan de ene kant, zegt hij, komen er de laatste maanden weer meer vluchtelingen naar Nederland. Om hen door de asielprocedure te loodsen zijn er onvoldoende IND-medewerkers. De andere reden is dat „de doorstroming van mensen die al een asielvergunning hebben gekregen, die dan een woning in de gemeente moeten krijgen, stokt. En dat heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat de woningmarkt krap is.”

We checken de bewering dat de doorstroming van mensen met een ‘asielvergunning’ – bedoeld is een vluchtingenstatus – naar een woning stokt.

Waar is het op gebaseerd?

Het duurt erg lang, maar uiteindelijk stuurt de woordvoerder van staatssecretaris Harbers het rapport Huisvesting Vergunninghouders opgesteld door Motivaction. Daaruit blijkt dat door krapte op de woningmarkt minder makkelijk huizen worden gevonden voor vergunninghouders. Met name huizen voor grote gezinnen – zeven personen of meer – of aangepaste woningen, bijvoorbeeld voor een handicap, zijn een probleem.

En, klopt het?

Het aantal vergunninghouders (mensen met een verblijfsvergunning, ook wel statushouders genoemd) dat in een asielzoekerscentrum (azc) op een woning wacht, wordt per maand bijgehouden. Zij zijn de mensen over wie Harbers het heeft als hij zegt dat „de doorstroom stokt”. Immers, zij houden een plek in het azc bezet tot ze een huis krijgen.

Er is nóg een groep die recht heeft op een plaats in een woning: nareizende gezinsleden.

In 2018 neemt het aantal vergunninghouders in azc’s af van 8.649 in januari tot 5.927 in november. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) bijhoudt en waar Harbers ook mee rekent.

Na juli van dit jaar loopt het aantal asielzoekers in de centra op. Zij kúnnen niet doorstromen, zij moeten in het centrum wachten tot ze een status krijgen of horen dat ze terug moeten naar het land van herkomst.

Het aantal vergunninghouders dat gemeenten maandelijks van woonruimte voorziet, is ook bekend. Gemiddeld worden maandelijks zo’n 1.600 vergunninghouders in een woning geplaatst (cijfers tot en met oktober).

In 2018 hebben gemeenten tot en met oktober 17.750 vergunninghouders in een woning kunnen plaatsen, de prognose van het ministerie van justitie is dat er eind 2018 rond de 21.000 vergunninghouders gehuisvest zullen zijn. Dat is minder dan de zogenoemde „taakstelling” voor gemeenten. Zij zouden in 2018 24.000 vergunninghouders hebben moeten huisvesten. Gemeenten zullen dus eind 2018 zo’n 3.000 woningen achterlopen.

Conclusie

Het klopt dat de gemeenten iets achterlopen met het huisvesten van vergunninghouders, onder meer door krapte op de woningmarkt.

Dat de doorstroom in asielzoekerscentra stokt, komt vooral door het aantal asielzoekers dat nog in de procedure zit. Hun aantal nam afgelopen maanden toe. Het aantal vergunninghouders dat in een azc op een woning wacht, nam af. Je kunt in dit opzicht niet spreken van „stokken” (blijven steken, niet verder kunnen.) Je kunt de woorden van Harbers ook anders zien. Hij baalt dat de doorstroom naar een woning stroever gaat dan afgesproken. We gaan, na lang wikken en wegen, in het midden zitten.

We beoordelen de uitspraak dat de doorstroming van mensen met een ‘asielvergunning’ naar een woning stokt, als half waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt