Nederlanders voorstander van Europese ‘schokdemper’ tegen werkloosheid

Werkloosheidsuitkering Een Europese ‘schokdemper’ tegen extreme werkloosheid in de eurozone. Veel Europeanen zijn er voor, blijkt uit UvA-onderzoek.

De balie van een vestiging van de 'pôle emploi', de Franse overheidsinstantie die werklozen helpt met het vinden van werk en het aanvragen van uitkeringen.
De balie van een vestiging van de 'pôle emploi', de Franse overheidsinstantie die werklozen helpt met het vinden van werk en het aanvragen van uitkeringen. Foto Balint Porneczi

De meeste Nederlanders staan welwillend tegenover een Europese herverzekering van nationale werkloosheidsuitkeringen binnen de eurozone. Het idee daarbij is dat nationale uitkeringen in tijden van hevige economische schokken, onder voorwaarden, kunnen worden aangevuld uit een Europees fonds.

Dat blijkt uit een groot onderzoek van de Universiteit van Amsterdam, onder leiding van hoogleraar Frank Vandenbroucke. Het is dinsdag gepubliceerd.

Aan het onderzoek, in oktober en november 2018, deden 19.500 Europeanen mee, in dertien landen die samen 70 procent van de Europese bevolking uitmaken: Oostenrijk, Denemarken, België, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Ierland, Italië, Nederland, Polen en Spanje. De respondenten kregen zes manieren voorgelegd om nationale werkloosheidsuitkeringen in Europees verband te herverzekeren. Eerst kregen ze op eenvoudige, neutrale manier uitleg over hoe die beleidsmodellen werken. Daarna moesten ze aangeven welk model hun voorkeur had. Uit de peiling blijkt dat fundamentele oppositie tegen zo’n Europese ‘schokdemper’ tegen extreme werkloosheid beperkt is tot een relatief klein segment van de bevolking. Minder dan 10 procent verwerpt de meeste voorgelegde ontwerpen. 66 procent steunt drie of meer modellen.

Lees verder over Italië, waar ze werklozen een uitkering willen geven, als die een baan zoeken. 'Maar er zijn hier helemaal geen banen'

De meest genereuze schokdempers krijgen het meeste steun, ook in Nederland. Modellen die tot 70 procent van het laatste loon uitbetalen, bleken populairder dan modellen die tot 40 procent uitbetalen. Wel zijn daaraan drie voorwaarden verbonden. Zo moeten deelnemende landen werklozen (her)scholing bieden en helpen werk te vinden, mag de belasting niet of nauwelijks omhoog, en moeten degenen die van de schokdemper profiteren passend werk accepteren.

De meeste respondenten willen geen gecentraliseerde Europese uitkeringen. Ze willen dat het geld nationaal, niet Europees, wordt uitgekeerd. Maar het principe van een extra Europese ‘bodem’ onder nationale systemen die tijdelijk economische schokken kan verzachten, vinden de meesten een goed idee.

Sociaal Europa

Dit onderzoek komt op een politiek interessant moment. Burgers zeggen steeds vaker dat de EU te veel een markt is voor bedrijven, en burgers te weinig sociale protectie biedt. Onder de gele hesjes in Frankrijk weerklinkt de roep om een meer sociaal Europa.

Na de crisis van 2008 is een Europese ‘sociale schokdemper’ een belangrijk gespreksthema geworden voor wetenschappers en ambtenaren. Het ‘Rapport van de Vijf Presidenten’ van Jean-Claude Juncker uit 2015, waaraan ook Jeroen Dijsselbloem als president van de eurozone meeschreef, pleit voor een „effectief sociaal protectiesysteem ter bescherming van de meest kwetsbaren, inclusief een ‘sociale beschermingsbodem’.” De Duitse minister van Financiën, Olaf Scholz, zei in juni tegen Der Spiegel: „Ik ben ervoor dat nationale stelsels voor werkloosheidsverzekeringen worden aangevuld met een verzekering voor de hele eurozone.”

Het idee dat een euroland in crisistijd geld kan lenen van een gemeenschappelijk fonds dook dit najaar ook op in het Frans-Duitse voorstel voor hervormingen van de eurozone. Wat burgers ervan vinden, was echter nooit onderzocht.

Bij debatten over Europese sociale vangnetten valt al snel de term ‘transferunie’, zegt onderzoeker Vandenbroucke, van huis uit een econoom, die als hoogleraar de maatschappelijke relevantie van de EU onderzoekt. Dat betekent vaak: einde discussie. Noordelingen zijn vaak fel tegen, zuiderlingen fel voor. „Het verrassende van dit onderzoek is dat die polarisatie ontbreekt. Als je mensen modellen voorlegt, bekijken ze de voors en tegens en vellen ze hun eigen oordeel. Je hoeft niet in een welles-nietes te belanden. Er is meer ruimte voor een constructieve democratische beraadslaging over dit onderwerp dan sommigen denken.”

Lees ook het interview met Maurice Limmen, vertrekkend voorzitter van vakcentrale CNV: ‘Alles waarvoor de bond opgericht is, staat nu op losse schroeven’

Eigen broek ophouden

Dat burgers in Nederland liever een genereuze dan een magere Europese schokdemper willen, is opmerkelijk: Nederland neemt in de eurozone het standpunt in dat elk land „zijn eigen broek moet ophouden” in plaats van anderen steun te vragen. Ook de nieuwe Hanze-formatie van noordelijke landen – een initiatief uit Nederlandse koker – hamert hierop.

Vandenbroucke: „Burgers uit rijkere landen, zoals Duitsland, Frankrijk en Nederland, zijn voor een genereus systeem omdat ze zelf betere voorzieningen gewend zijn. Een minimale sociale voorziening haalt in hun ogen weinig uit. Polen of Esten, die lagere voorzieningen hebben, zijn ook Europees met minder tevreden.”

Tegelijkertijd zijn het juist noorderlingen die harde voorwaarden stellen. Zo vinden de Nederlanders in het UvA-onderzoek, met Oostenrijkers, Belgen, Duitsers en Denen, dat de schokdemper niet aan herdistributie mag doen. Ofwel, iedereen mag uit het fonds halen wat hij erin legt, maar landen moeten elkaar niet subsidiëren.

    • Caroline de Gruyter