Miljardenpot voor Europa’s defensie- industrie

13 miljard Het Nederlandse mkb moet stevig lobbyen in Brussel om niet ondergesneeuwd te raken door de grotere defensie-industrie in andere landen.

Tijdens de Luchtmachtdagen in 2016 konden bezoekers van Vliegbasis Leeuwarden kijken naar een mock-up van de F-35, de Joint Strike Fighter.
Tijdens de Luchtmachtdagen in 2016 konden bezoekers van Vliegbasis Leeuwarden kijken naar een mock-up van de F-35, de Joint Strike Fighter. Foto Vincent Jannink / ANP

Een pot van 13 miljard staat plotseling klaar voor de Europese defensie-industrie. Met dat geld wil de Europese Commissie afdwingen dat de lidstaten op defensiegebied gaan samenwerken en dat ze, als de eigen industrie profiteert, zich ook meer geroepen voelen de defensie-uitgaven te verhogen.

In de volgende EU-meerjarenbegroting reserveert de Commissie die 13 miljard euro voor een Europees Defensiefonds (EDF) voor cofinanciering van Europese defensieprojecten. Woensdag stemt in Straatsburg het Europees Parlement over de EDF-voorstellen.

Strikte voorwaarde bij de cofinanciering: minstens drie defensiebedrijven uit drie EU-landen moeten samenwerken. Dat is om te voorkomen dat alleen de grote landen die nog zelf in staat zijn jachtvliegtuigen, marineschepen of tanks te bouwen profiteren.

Slim toeleveren

Een land als Nederland zou dan achter het net vissen. In haar Defensie Industrie Strategie (DIS) voegt minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) dan ook toe dat ook bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf (mkb) moeten profiteren van het geld dat beschikbaar komt. De jaarlijkse omzet van de Nederlandse defensie-industrie (350 bedrijven) is nu 4,5 miljard euro. Bijleveld hoopt op meer. „De sector moet internationaal worden gepositioneerd.”

Behalve versterking van de traditionele Nederlandse marinebouw denkt Bijleveld aan de productie door mkb-bedrijven van cyber, robotica, drones, sensorsystemen en satellieten.

Zo’n toeleverancier is Dutch Aero in Eindhoven. In een fabriekshal op de oude Philipsterreinen maakt dat bedrijf (dochter van KMWE Aerospace & Defence) al jaren onderdelen voor de F-16’s. Voor de Amerikaanse vliegtuigmotorenfabrikant Pratt & Whitney gaat Dutch Aero de komende tien jaar de uitlaten maken van de motoren die worden ingebouwd in de JSF-gevechtsvliegtuigen – de Joint Strike Fighters waarvan de Nederlandse overheid er naar verwachting 37 gaat aankopen.

In Brussel, Parijs en Berlijn wordt gezocht naar een meer zelfstandige rol voor Europa op defensiegebied. Lees verder: Een Europees leger - fictie of noodzaak?

„Slim toeleveren aan de grote jongens in de industrie, daar moet Nederland zich op richten”, zegt Edward Voncken van Dutch Aero in Eindhoven. Maar zoals de meeste Nederlandse bedrijven is Dutch Aero ‘Atlantisch’ georiënteerd, op Amerikaanse defensiebedrijven zoals Boeing en Lockheed Martin (JSF). „Maar met de Brusselse plannen en die pot van 13 miljard biedt Europa mogelijkheden”, zegt Voncken. „Het helpt enorm als we de kennis en het geld in Europa gaan bundelen. Aan Airbus, een Europees bedrijf, leveren wij nu nog niets op defensiegebied. Met hulp van zo’n Europees programma kunnen we dat gaan uitbouwen.”

Wakker geschud

Dat werd tijd. „Wij Europeanen moeten ons schamen”, zegt Matthieu Borsboom, Nederlandse viceadmiraal buiten dienst. „Al decennia tuigt Europa allerlei programma’s op die weinig opleveren. Telkens ontbrak de politieke wil om op defensiegebied samen te werken.”

Het was NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg die eind vorige maand de ministers van Defensie van de EU-landen wakker schudde met zijn boodschap dat „de defensie van de EU na Brexit voor 80 procent wordt betaald door landen búíten de EU”.

Kan de EU zichzelf verdedigen zonder hulp van buiten? En: hebben de Europeanen hun eigen defensie-industrie wel op orde? Opgejaagd door die vragen wordt de agenda van de Europese defensieministers, tijdens hun reguliere overleg in Brussel, steeds ambitieuzer.

Op papier vliegen de afkortingen je om de oren: EDA, European Defence Agency. Pesco, permanent gestructureerde samenwerking op defensiegebied. EDIDP, het European Defence Industrial Development Programme. En dan is er nog de utopie van een Europees leger, waar vooral de Franse president Emmanuel Macron van droomt. De Europese Commissie vindt het hoog tijd dat de EU – ingeklemd tussen de onvoorspelbare Poetin en Trump – leert op eigen, militaire benen te staan. De EU moet een echte „machtsfactor” worden, zei Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker in zijn Staat van de Unie in september.

Versnippering van geld

Maar de praktijk is die van Stoltenbergs speldenprik. Mooi, die ambities, is zijn boodschap. Maar de door de Amerikanen gedomineerde NAVO blijft volgens Stoltenberg „de basis voor de veiligheid van Europeanen”.

De Europese defensie is „een lappendeken”, zei expert Dick Zandee van Instituut Clingendael onlangs in NRC. „Het is een versnippering van geld en van inspanning.”

Landen met een grote defensie-industrie, zoals Frankrijk, zijn geneigd hun industrie af te schermen. Voor president Macron, pleitbezorger van een Europees leger en een gezamenlijke defensie, gaat in de praktijk de eigen, Franse industrie altijd voor.

In Frankrijk, met staatsgesteunde defensiebedrijven als Dassault, is „het verschil tussen zeggen en doen groot”, zeggen defensiewaarnemers in Brussel.

Een sta-in-de-weg is telkens de nationale politiek

Matthieu Borsboom viceadmiraal b.d.

En dus zullen die veel kleinere Nederlandse bedrijven een stevige lobby moeten voeren in Brussel, vindt Ron Nulkes van de koepelorganisatie Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV). Volgens Nulkes is het een doorbraak dat ‘Brussel’ het miljardenfonds EDF introduceert - „Er was niks, dit is voor het eerst!” – maar hij heeft twijfels over de praktische uitvoering. „Voor NIDV loopt een parttimer rond in Brussel, maar de grote defensiebedrijven hebben daar stevige lobbykantoren.”

En dus is het de grote vraag of er rond die pot van 13 miljard een eerlijk speelveld komt, stelt viceadmiraal buiten dienst Borsboom. Hij werkt nu als defensie- en veiligheidsexpert voor communicatiebureau Burson Cohn & Wolfe en adviseerde de NAVO bij het vereenvoudigen van processen van aanbesteding van militaire capaciteit.

„Een sta-in-de-weg is telkens de nationale politiek”, zegt Borsboom. „Veel landen gaan allereerst voor het eigenbelang, hun eigen industrie.”

Op de Europese miljardenpot zullen volgens hem de bedrijven massaal afkomen. „Maar het gevaar dreigt dat de aanvraag van cofinanciering taai en langdurig wordt. Dat kost tijd en geld. Alleen de grote defensiebedrijven kunnen zich dat veroorloven. Terwijl je juist de mkb’s aan boord wilt, want daar zit veel innovatie.”

In Eindhoven laat Edward Voncken de locatie zien waar zijn bedrijf Dutch Aero volgend jaar naartoe verhuist: de Brainport Industries Campus. „Dit is de toekomst van de Nederlandse maakindustrie”, zegt hij trots.

„Als Nederland gaan we natuurlijk nooit onze eigen tanks en gevechtsvliegtuigen bouwen. Wij moeten ons dus richten op waar we goed in zijn: hoogwaardige technologie.”

Om te voorkomen dat de grote defensiebedrijven straks de miljarden uit het Europese fonds „opslokken” heeft Voncken een oplossing. „Beloon Europese samenwerking pas achteraf. Dan weet je zeker dat bedrijven hun beloftes zijn nagekomen.”