Opinie

Huawei-zaak legt nogmaals Europese afhankelijkheid bloot

Technologie-wedloop

None

De zaak rondom de gearresteerde financiële topvrouw van de Chinese techreus Huawei heeft trekken van een spionageroman. Meng Wanzhou, de dochter van de oprichter van Huawei, werd vorige week op verzoek van de VS gearresteerd op een luchthaven in Canada. Het bedrijf zou volgens Amerikaanse aanklagers via een brievenbusfirma het handelsembargo tegen Iran geschonden hebben. China eist nu op hoge toon de vrijlating van de topvrouw van één van de grootste techbedrijven van het land.

Lees ook: Arrestatie treft China’s nationale trots

De zaak kan niet los gezien worden van de wedloop tussen de VS en China op het gebied van technologie. In hun handelsoorlog blokkeren de landen over en weer overnames van techbedrijven en zeker op het vlak van kunstmatige intelligentie dreigt een Koude Oorlog-achtige sfeer te ontstaan van spionage en sabotage. Het toont de snel veranderende diplomatieke en technologische verhoudingen in de wereld. En de kwestie maakt zowel de vertrouwensvraag rondom Huawei als de noodzaak van Europese technologische zelfbeschikking opnieuw urgent.

De arrestatie volgt op jarenlange bezorgde rapporten van inlichtingendiensten over de betrouwbaarheid van Huawei. Bewijzen ontbreken telkens maar de zorgen zijn bekend: Huawei heeft nauwe banden met de Chinese staat. Huawei-apparatuur houdt Europese telecomnetwerken in de lucht en het verkoopt hier veel smartphones. Daardoor zit het dicht op data van burgers. Politici en marktpartijen past het om nadrukkelijker de vraag te stellen: is Huawei te vertrouwen?

Vrije handel verdient een ferme verdediging en een bedrijf veroordelen zonder bewijzen is in een rechtsstaat onwenselijk. Dus kunnen alleen stappen worden ondernomen tegen Huawei als er hard bewijs is van misdragingen. Maar tegelijkertijd is naïviteit in dit geopolitieke klimaat geen optie – ook niet ten opzichte van Amerikaanse reuzen trouwens.

Pijnlijk blijkt door deze zaak ook weer hoe afhankelijk Europa zichzelf heeft gemaakt van Chinese en Amerikaanse technologiebedrijven voor het aanleggen van cruciale onderdelen van de technische, sociale en economische infrastructuur. Europese technologiebedrijven staan op onoverbrugbare achterstand en de toekomst lijkt niet hoopgevend. Wat betreft patenten in nieuwe veelbelovende technieken als kunstmatige intelligentie en quantumcomputing gaan China en de VS al enkele jaren nek-aan-nek. Europa is nergens te bekennen.

Dat maakt Europa kwetsbaar. In een wedloop als deze geldt het recht van de sterkste. Die sterkste is de EU in elk geval niet, dus zou ze wel eens snel gedwongen kunnen worden tot een keuze tussen China of de VS.

Lees ook: Hoe Chinese techreus Huawei Nokia en Ericsson de loef afstak

De Europese Commissie zet inmiddels serieuze stappen om de achterstand in te halen en de Europese positie te versterken. Vorige week kondigde ze details aan van een plan om 20 miljard euro te investeren in kunstmatige intelligentie.

De Duitse minister Peter Altmaier (Economische Zaken, CDU) deed vorige week een oproep voor een „Airbus voor kunstmatige intelligentie”: de intensieve samenwerking tussen Europese overheden en bedrijven die vanaf 1970 in de luchtvaartindustrie succesvol bleek om de macht van het Amerikaanse Boeing te breken, kan een model zijn voor kunstmatige intelligentie, is het idee. Dit plan verdient nadere verkenning.

Het verminderen van de Europese afhankelijkheid zal een balanceeract zijn tussen markt en overheid, en tussen economische en diplomatieke belangen. Maar de wereld is snel aan het veranderen. Dat vraagt om een eenduidig Europees antwoord.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.