Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Debatteerkunst als nieuw politiek bedrog

None

Nederlanders mogen elkaar graag vertellen hoe schitterend de debatten in het Britse Lagerhuis zijn. De ware welsprekendheid. Alle zinnen raak. Elk betoog een opbouw, een onderbouwing, ritme, een climax. Superieur. Wat een genot. Hadden wij dat maar. Onze parlementariërs zijn beleidsmedewerker van een ministerie geweest. Landbouwer te Ugchelen. Zij lezen voor van een papiertje. Zij stotteren al wanneer er een komma op dat papiertje staat. Hun tempo is bureaucratisch, hun woorden zijn lelijk, hun zinnen lopen niet. Als zij praten, gaan wij gapen.

Toch heb ik me altijd ongemakkelijk gevoeld bij het bejubelen van Britse parlementariërs. Een fraai politiek debat heeft uiteraard zelfstandige schoonheid – de verbeelding aan de macht.

Maar het is best een vreemd verschijnsel dat, ook bij ons, debatteerkunst wordt verward met politieke kwaliteit. Na verkiezingsdebatten zie je nu in media analyses waarin niet de stellingname maar de debattechniek van politici wordt beoordeeld. Hetzelfde na grote Kamerdebatten.

Het gevolg is dat zelfs Haagse parlementariërs hun optredens oefenen. Interrumperen kun je leren. Oneliners repeteren. Er komt bij dat alle partijen zichzelf als merk positioneren, zodat hun partijleiders merkvastheid nastreven, met als gevolg dat de nadruk zich verder verplaatst van opvattingen naar presentatie.

Maar hoe schitterend Britten ook debatteren – in die hele Brexit valt opmerkelijk weinig politiek vakmanschap te ontdekken. Zeker als je in aanmerking neemt dat Britse politici met een heel land, een heel continent, aan het dobbelen zijn. Cameron die lichtzinnig een Brexit-referendum weggaf. Boris Johnson die zich uit de voeten maakte toen hij de uitslag kreeg die hij wilde. Farage die na het referendum zijn leiderschap neerlegde (het zou niet de laatste keer zijn).

Maandag bleek dat de premier drie maanden voor de Brexit in de eigen partij niet de stemmen voor een akkoord met de EU heeft, zodat ze mogelijk zelf ten val wordt gebracht, en onduidelijk blijft wat politici belangrijker vinden: de leiding van het land of de inhoud van de Brexit. Ontluisterend.

Intussen publiceerde de Algemene Rekenkamer in Den Haag maandag een klassiek-Hollands dorknopersinzicht: een harde Brexit kost Nederland vermoedelijk 2,3 miljard euro. Typisch zo’n feit waar geen spannend debat over te voeren valt.

Evengoed herbergt dit ook een nuttig lesje voor ons: het feit dat Haagse politici overwegend doodsaaie debatten voeren, zegt op zichzelf weinig negatiefs over hun vakmanschap. Vraag het de Britten maar, met hun schitterende parlementaire twisten.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.

    • Tom-Jan Meeus