Opinie

    • Frits Abrahams

Weemoedt en zijn bestseller

Frits Abrahams

Onlangs sprak ik Lévi Weemoedt weer eens. Vroeger had ik na dit zinnetje menigeen moeten uitleggen wie dat ook weer was, maar dat hoeft niet meer, want hij is bestsellerschrijver geworden. Als ik hem dat had voorspeld, zou hij me uitgelachen hebben – en zijn uitgever ook.

Toch ís hij het, bestsellerschrijver. Zijn boek Pessimisme kun je leren! met ‘versjes’, zoals hij ze zelf relativerend noemt, staat al wekenlang hoog in de CPNB-top 60; er zijn er ruim vijftigduizend van verkocht. Het gevolg is dat Weemoedt (pseudoniem van Ies van Wijk) als een echte sterauteur langs volle boekhandels reist om te signeren.

Als ik hem spreek, lijkt hij nog steeds niet helemaal van de verbazing bekomen. De buitenwereld stort zich opeens op hem, velen lijken vergeten dat ze hem vergeten waren. Hij moet erg wennen aan al die drukte.

Wij kennen elkaar sinds juni 1991, toen ik hem voor NRC Handelsblad interviewde. Hij woonde toen nog in Vlaardingen, later is hij naar Assen verhuisd. Hij heeft moeilijke jaren achter de rug, zowel privé als maatschappelijk. Daar was hij in kleine kring altijd openhartig over, maar hij hing het niet aan de grote klok. Die reserve heeft hij afgeschud. Zo praatte hij in het tv-programma De Wereld Draait Door voor het eerst in het openbaar over de zelfmoord van zijn vrouw Karin. Iedereen wist het zo langzamerhand, hij vond het niet nodig er nog langer over te zwijgen.

Lees ook het interview van Frits Abrahams met Lévi Weemoedt uit 1991: ‘Het is altijd mis met schrijvers, je moet ze niet vertrouwen’

Het succes van Pessimisme kun je leren! is voor hem niet alleen een artistieke, maar ook een financiële zegen. Zijn geldzorgen zijn voorlopig, misschien zelfs voorgoed, achter de rug. Hij hoeft geen baantje meer te zoeken dat hem van het schrijven afleidt – volgend jaar wil hij een nieuwe bundel light verse publiceren.

Hoe is zo’n onverwachte bestseller te verklaren? De macht van DWDD speelde ongetwijfeld een grote rol, zoals ook onlangs het geval was met bundels van enkele andere oudgedienden: Maarten Biesheuvel en Kees van Kooten.

Weemoedt had een goed gesprek met Matthijs van Nieuwkerk en hij las op een ontwapenende manier enkele hilarische gedichtjes voor. Maar de gouden vondst voltrok zich in een eerder stadium. Weemoedt wees zijn uitgever Vic van de Reijt (Nijgh & Van Ditmar) op het feit dat de publicist en tv-coryfee Özcan (‘Eus’) Akyol een trouwe fan van hem is. Dat bracht Van de Reijt op het lumineuze idee Akyol te vragen een bloemlezing uit Weemoedts gedichten te verzorgen. Omdat Akyol een regelmatige gast is bij DWDD, werd ook voor Weemoedt een tv-optreden mogelijk, overigens in een programma dat hij nog nooit had gezien.

Weemoedt kijkt weinig tv en leest weinig literatuur – hij heeft een voorkeur voor non-fictie, vooral biografieën. Zelf ziet hij zich eerder als prozaschrijver dan als dichter, maar hij zou zijn gedichten niet willen missen; ze hebben een directe, soort therapeutische werking op hem.

Ik heb zijn proza altijd belangrijker gevonden dan zijn poëzie, hoeveel plezier die me ook verschaft. De pas herdrukte korte roman De ziekte van Lodesteijn is een goed voorbeeld van het hoge niveau dat hij met zijn grimmig-geestige verhalen en novellen kan halen. Als prozaschrijver hoort hij thuis in de humorhemel van tijdgenoten als Bob den Uyl, Heere Heeresma, Kees van Kooten en Maarten Biesheuvel.