Recensie

Volop vrolijkheid in kluchtmusical ‘Charley’

Musical

Kluchtkoning Jon van Eerd maakte van ‘Charley’s aunt’ een musical. Zelf speelt hij de butler die voor tante speelt.

Job Bovelander als Lodewijk van Blaricum en Jon van Eerd als tante Charley in ‘Charley’.
Job Bovelander als Lodewijk van Blaricum en Jon van Eerd als tante Charley in ‘Charley’. Foto Joris van Bennekom

Charley’s aunt is de klucht aller kluchten. Het stuk werd in 1892 geschreven door de Engelse toneelspeler Brandon Thomas, die er destijds zelf in meespeelde. Vervolgens is het vaak verfilmd en werd het ook in Nederland veelvuldig gespeeld onder de titel De tante van Charley.

Terwijl de plot eigenlijk volstrekt verouderd is: twee studenten mogen hun vriendinnetje uitsluitend ontmoeten als daar een chaperone bij is. Ze vragen een tante deze functie te vervullen, maar die laat het te elfder ure afweten. Waarna hun oog op hun gedienstige butler valt. Hij moet de rol van de tante op zich nemen. Kortom: een man die zich, och arme, moet voordoen als vrouw en telkens uit zijn rol valt – benarde situaties, uitbundige slapstick, succes verzekerd.

En nu heeft kluchtkoning Jon van Eerd er een musical van gemaakt, in de sfeer van de jaren dertig, aldus het programmaboek, hoewel het resultaat eerder naar de jaren twintig lijkt te verwijzen. Dat geldt niet alleen voor de aankleding, maar zeker ook voor de smeuïge muziekjes waarin componist Michael Reed heel wat pastiches op de roaring twenties heeft verwerkt.

Zelf schittert Van Eerd in de musical Charley als de butler die tevens de tante speelt – met onverbeterlijke timing, lachwekkend droevige ogen en supersnelle verkledingen. En hij krijgt van acteurs als Laus Steenbeeke, Hugo Haenen en Vera Mann krachtig tegenspel. Zodat de voorstelling, in de levendige regie van Caroline Frerichs, volop vrolijkheid te bieden heeft.

Helemaal geslaagd is het samengaan van deze twee theatergenres – klucht en musical – evenwel niet. Een klucht vergt een ononderbroken reeks verwikkelingen die in volle vaart voorbij komen. Elke hapering is taboe. En dat maakt de liedjes tot problematische ingrediënten. Zang en dans onderbreken de lachbuien die zo’n klucht dient op te roepen. Hoe attractief die nummers ook zijn.

Correctie (10-12-2018): Eerder stond in het fotobijschrift per ongeluk de verkeerde naam, waar Jonathan Demoor stond, moest Job Bovelander staan. Dat is gecorrigeerd.

    • Henk van Gelder