Opinie

    • Arjen Fortuin

Meester van het polderinterview

Zap Paul Witteman presenteerde zijn laatste Buitenhof. Hij is er de man niet naar om zijn gasten verbaal de studio rond te jagen; Witteman erkende de smalle marges van het politieke interview.

Paul Witteman wil niet meer op dezelfde zondag twee liveprogramma’s maken.
Paul Witteman wil niet meer op dezelfde zondag twee liveprogramma’s maken.

Als je heel goed keek (of het je misschien alleen inbeeldde) speelde er een lachje om de lippen van Paul Witteman toen hij de kijkers van Buitenhof zondag voor de laatste keer verwelkomde. Op zijn 72ste – veel VARA-coryfeeën zitten dan allang thuis achter de rode rozen – wil hij niet meer op dezelfde zondag twee liveprogramma’s maken. Hij beperkt zich voortaan tot Podium Witteman.

Het afscheid is het einde van een tijdperk genoemd – niet ten onrechte. Neem alleen al de astronomische hoeveelheid uren die hij sinds 1986 in beeld was (kan DWDD dat uitrekenen voor de Witteman-special die Matthijs van Nieuwkerk heeft aangekondigd?). En zie de zakelijk-geïnformeerde stijl waarin hij zijn werk deed: Paul Witteman was de meester van het polderinterview.

Hij is er de man niet naar om zijn gasten verbaal de studio rond te jagen; Witteman erkende de smalle marges van het politieke interview. Als hij tegenover een premier zat, zo legde hij ooit uit, beredeneerde hij vooraf waar de ruimte zat waar zijn gesprekspartner tot méér te verleiden was dan hij vooraf wilde prijsgeven – en daar ging hij dan op af.

Het is een werkwijze die goed past bij politici die eigenlijk niets willen zeggen. Bij provocerende politici van de nieuwe generatie – die juist heel véél willen zeggen – is die aanpak minder geschikt. Zie Buitenhof van twee weken geleden, toen Thierry Baudet de feiten even liet voor wat ze waren in een opmerking over de opvang van vluchtelingen in het Midden-Oosten. Witteman corrigeerde niet – onvoldoende bedacht op de feiteloosheid van zijn gesprekspartner.

Zijn laatste Buitenhof verliep prettiger. Het ging over de Belgische regeringscrisis en de Franse hesjescrisis, met veel journalisten aan tafel. Witteman kon zich beperken tot bijsturen als een woord als discours („een goed verhaal”) viel. Knap versnelde hij het gesprek over Frankrijk toen dat even weg dreigde te zweven. Columniste Sheila Sitalsing introduceerde de fijne aanduiding ‘gelehesjesfluisteraar’: „Een bonte stoet politici en opiniemensen die als de dood zijn om weer een Fortuyn-revolte te missen en die als volleerde gelehesjesfluisteraars staan te vertolken wat ze eigenlijk bedoelen.”

Sybrand Buma was de hoofdschotel, Wittemans laatste. Fijn voor de interviewer was hoe Buma – in de langlopende traditie van de oude politiek – de openingsvraag van Witteman opzichtig ontdook. De vraag was of er een klimaatakkoord komt. Buma zei dat hij het hóópte, waarop Witteman de vraag herhaalde en uiteindelijk een derde keer stelde.

Witteman genoot zichtbaar van zijn laatste (politieke) interview. Hij was alert en ontspannen en nam geen genoegen met halve antwoorden. Hij verleidde Buma tot een gloedvolle verdediging van het niet verder belasten van het bedrijfsleven met klimaatmaatregelen en gaf prikjes met kleine open vragen als „waar zou dat vandaan komen, dat polariseren?” en „wat denkt u dat het beeld van Den Haag is?”.

Nieuws zat er niet in Buma, al zei de CDA-leider verstandige woorden over de noodzaak om de hele maatschappij mee te nemen bij het tegengaan van de klimaatverandering. Toen Witteman het gesprek wilde afsluiten, brak Buma kort in met een vriendelijke bedankzin.

De slotwoorden van de presentator („Dit is mijn laatste Buitenhof, het was een eer en een genoegen”) waren in hun zakelijke eenvoud een verademing. Er was geen gedoe met bloemen in beeld. Krap vijf uur later hoorden de kijkers de onverwoestbare Witteman alweer zeggen: „Rasverteller Philip Freriks is te gast…” – in Podium Witteman.

    • Arjen Fortuin