De 10-jarige Affaf, die 9,6 kilo weegt, met haar ouders in een ziekenhuis in Jemen.

Foto Marco Frattini/AP

''Hongerend Jemen heeft niet genoeg aan vrede'

Geert Cappelaere, regionaal directeur van Unicef Vredesoverleg is niet genoeg om de hongerenden te helpen, zegt de regiodirecteur Unicef. 'De wereld moet echt meer doen'

In Zweden voeren de strijdende partijen in Jemen vredesoverleg. De uitkomst zal het lot van miljoenen met de honger bedreigde Jemenieten bepalen. Volgens de Belg Geert Cappelaere, regionaal directeur van Unicef, kan uiteindelijk slechts de internationale gemeenschap het verschil maken. „Er is in Jemen één constante: het gaat telkens weer niet over de bevolking”, zegt hij in een gesprek in Brussel.

U bent net terug uit Jemen. Wat heeft u daar gezien?

„Ik heb de laatste maand drie keer door Jemen gereisd, over de frontlinies heen. De laatste zes maanden zijn veel ontheemde mensen vanuit de zuidwestelijke stad Taiz en de westelijke havenstad Hodeida naar het zuiden afgezakt. Velen belandden in kampen. Daar zitten echt de armsten van de armsten en hoor je de schrijnende verhalen. Vaak gaat het om de Muhamesheen, een etnische groep met Afrikaanse wortels die altijd zijn gediscrimineerd in Jemen. Die hebben eerst alles moeten verkopen om te kunnen vluchten uit Taiz en Hodeida, en vervolgens moesten ze vaak nog om de paar kilometer betalen om een checkpoint te kunnen passeren.”

In Zweden zijn vorige week vredesbesprekingen begonnen. In 2016 is er drie maanden onderhandeld zonder resultaat. Is de kans daarop nu groter?

„Dat alle partijen nu naar Zweden zijn gegaan is een enorme stap voorwaarts. Het is heel belangrijk dat er aan de vooravond van het vredesoverleg een akkoord kwam over het evacueren van gewonde Houthi-soldaten naar Oman. Dat was een belangrijke eis van de Houthi’s. Maar we moeten ook realistisch zijn. Als internationale gemeenschap zullen we heel veel geduld moeten hebben. Want een vredesakkoord is wel noodzakelijk en urgent, maar het is niet voldoende. Er moet een herinvestering komen in Jemen. Het land moet een overheid krijgen die de Jemenitische bevolking centraal stelt.”

U ziet nu bij geen van de partijen zorgen om het lot van de bevolking?

„De strijdende partijen hebben een puur militaire en politieke agenda. Het overgrote deel van de bevolking heeft ondertussen niet het minste begrip voor de strijd. Mensen zijn daar heel duidelijk in. Behalve in het politieke establishment is er geen enkele sympathie voor de strijdende partijen, alleen nog voor organisaties zoals Unicef. Daar zien de mensen tenminste een beetje resultaat: hun kinderen worden ingeënt, cholera wordt bestreden. En dankzij ons worden bijvoorbeeld de onderwijzers weer betaald: 80 procent kreeg geen loon meer. Toen in september het schooljaar begon dreigden de scholen niet te kunnen opengaan. Wij hebben ervoor gezorgd dat de leerkrachten zo’n vijftig dollar per maand krijgen. Er zijn middelen ter beschikking gesteld om dat voor een jaar te doen. Maar wij kregen tot nu toe van de autoriteiten gewoon de loonlijst niet van de leerkrachten. Daarvoor moest ik aan beide kanten het akkoord krijgen.

„Wat nu nodig is, is een investeringspakket: een extra lokmiddel voor de strijdende partijen om naar een vreedzame oplossing toe te werken. Het water staat Jemen aan de lippen.”

Ziet u een betrouwbare partij die dat kan helpen bewerkstelligen?

„Jemen is een land waar de Verenigde Naties in deze donkere tijden, ook voor de VN zelf, hun toegevoegde waarde kunnen bewijzen. De Wereldbank heeft een heel belangrijke rol te spelen. Ook de Europese Unie.”

Dat klinkt als nation building. Waarom zou dat dit keer wel goed gaan?

„We hebben inderdaad weinig om te tonen op dat vlak. Maar je moet altijd blijven hopen. Als je door Jemen reist en met de bevolking praat, merk je dat er geen andere keuze is. Het is niet zo dat je het niet meer moet proberen omdat het elders fout is gelopen. Je hebt in Jemen heel zwakke instellingen. Het zou dus heel veel tijd en middelen gaan kosten. Maar er is geen alternatief.”

Mensen met nierfalen krijgen dialyse in Jemen. Foto Abduljabbar Zeyad/Reuters

Krijgt Jemen meer aandacht door Jamal Khashoggi, de journalist die gedood is op het Saoedische consulaat? De Saoediërs voeren oorlog in Jemen.

Lees ook: deze oorlog geeft Jemen het laatste zetje de afgrond in

„De Khashoggi-affaire heeft zeker een aantal dingen versneld. Maar ik kom er steeds op terug: er zijn 400.000 extreem ondervoede kinderen in Jemen. Om de tien minuten sterft er een kind om redenen die we makkelijk kunnen vermijden: ondervoeding en gebrek aan vaccinaties. Als dat niet genoeg is om de strijdende partijen en de landen die invloed hebben op de oorlog tot denken aan te zetten? Het kan niet alleen over Khashoggi gaan; het moet gaan over het lijden van de Jemenitische bevolking.”

Heeft het zin geld te geven als tonnen voedselhulp niet op hun bestemming komen wegens de Saoedische blokkade?

„Absoluut. Het aantal extreem ondervoede kinderen is nu gestabiliseerd op 400.000. Dat is alleen maar mogelijk geweest door die massale humanitaire hulpverlening. Vorig jaar hadden we 1,2 miljoen gevallen van cholera en acute diarree; nu zijn dat er nog 120.000. Als die humanitaire hulp er niet was geweest, was er vandaag geen enkele school en geen enkel ziekenhuis meer open.

„Maar de hulp blijft bescheiden. Om meer te kunnen realiseren is echt een politiek akkoord nodig. Je kan van een humanitaire organisatie veel verwachten, maar niet dat zij een oorlog kan stoppen. ”