Recensie

Recensie Beeldende kunst

Expositie over Gauguin laat koloniale blik in de kunst zien

Beeldende kunst In 1887 reisden twee Franse schilders naar Martinique, op zoek naar het paradijs. Tegenwoordig zien we dat de schilderijen van Gauguin en Laval doordrenkt te zijn van koloniaal denken.

Paul Gauguin, De mangobomen, Martinique, 1887
Paul Gauguin, De mangobomen, Martinique, 1887 Foto Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

Een pijnlijke tekst hangt naast de deur in het Van Gogh Museum in Amsterdam: „Enkele brieven van Gauguin en Laval die we in deze tentoonstelling citeren, bevatten termen met een racistische, koloniale en denigrerende grondslag. Wij zijn ons hiervan bewust, en nemen afstand van het gebruik van deze woorden.”

Au. Maar, hoe zit het dan met de schilderijen? Moet daarvan geen afstand worden genomen?

Veel tekst is er niet eens in deze tentoonstelling, wel zo’n dertig schilderijen en nog iets meer schetsen, keramiek en andere objecten. Alle zijn ze gemaakt door Paul Gauguin en zijn minder bekende tijdgenoot Charles Laval, die in 1887 afreisden naar Martinique. In 1886 hadden de twee elkaar leren kennen in een Bretons dorpje. Daar vierden ze het eerlijke en onbedorven boerenleven, ver van de gecorrumpeerde grote stad. Die pre-moderne idylle voedde grotere reisdromen, en zo belandden ze op het Caraïbische eiland.

Charles Laval (1861 - 1894), Zelfportret, Pont-Aven, 1888

Foto Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

Dat zou een enorme inspiratie opleveren. Gauguin schilderde de bomen met hun dunne stammen voor eindeloze vertes, met daartussen vrouwen met manden op het hoofd. Voor plattelandarbeidsters was het zwaar werken op het eiland, waar enkele decennia eerder de slavernij was afgeschaft. Maar bij Gauguin zijn ze sensuele bewoonsters van een tropische Hof van Eden. „Hoogstaande poëzie”, zei Van Gogh over dit werk. Laval greep de natuur aan om bergwanden te schilderen die naar voren komen en zo abstracte kleurvlakken vormen waar, net als bij Gauguin, het licht uit de verf zelf lijkt te stralen.

Lees ook deze voorpublicatie uit ‘De Grote Gauguin Atlas’: Gauguin op Martinique: ‘Het is hier het paradijs’

Gauguin schreef zijn vrouw over hoe mooi het leven in de Franse koloniën was, „de negers en negerinnen neuriën en kwebbelen voortdurend”. Zo schilderden hij en Laval ze ook, als nobele wilden zonder individualiteit. Dat weet het museum. Een zaaltekst meldt over Gauguin: „Ook al toonde hij geen diepgaande interesse voor de Caraïbische cultuur en bevolking, toch meende hij dat hij daar zichzelf had gevonden”. Zo. Die zit.

Dus, hoe om te gaan met de kunstgeschiedenis, vraag je je af bij deze tentoonstelling die tien jaar geleden nog zou zijn bejubeld en waar nu een dubieuze westerse blik opvalt. Het probleem zit dieper dan in de disclaimer over taal bij de ingang. De kunst zelf is koloniaal. Gauguin was niet fouter dan anderen, hij was een kind van zijn tijd, maar daar gaat het ook om: koloniaal denken zit diep geworteld.

Dit zijn lastige tijden voor moderne meesters, ook #MeToo haalt veel onderuit. Schrap de blote dames en de exotische stranden en wat resteert uit de westerse canon? Bloemstillevens. Dat is weinig hoor.

Paul Gauguin, Martinikaanse vrouwen, 1887. Privécollectie.

Foto Van Gogh Museum

Maar: ten eerste zou dat niet helpen. Net als met het verwijderen van foute standbeelden verdoezelt dat hoe de geschiedenis haar schaduwen vooruit werpt. Ten tweede is het post-impressionisme niet in de kern fout, wanneer dat in Parijs werd beoefend zien we dat enkel als een prachtige creativiteit. Alleen bevat deze serie wel een smet en hoe daarmee om te gaan, dat vergt misschien tijd. Zo maakt deze tentoonstelling duidelijk dat we juist nu de mainstream kunstgeschiedenis enkel nog kunnen duiden met studies vanuit postkoloniaal en feministisch perspectief, die lang als hooguit zijpaden golden. Misschien kunnen we dan via Gauguins werk uitleggen hoe de koloniale blik geïnfiltreerd was en is in ons denken, en kan Gauguins werk een middel tot begrip worden.

Voor nu is er deze tentoonstelling, met die arme Laval die net bekend wordt nu zijn werk gedateerd raakt. Hij was gewaagd aan Gauguin, al is diens werk net wat sterker. Zoals de boom die Gauguin in 1892 schilderde, vier jaar na hun vertrek uit Martinique. De weelderige kruin vol groen en rood is een pracht die wordt geaccentueerd door een paar vormpjes eronder: vrouwen, enkel nodig als kleurbalans.