Brieven

Exoten opsporen en afmaken? Ik dacht het niet

De instantie die ervoor moet zorgen dat u en ik rustig kunnen eten zonder dood neer te vallen (in het ergste geval), heeft een lange traditie aan laat en laks reageren op crises. De failliete eierboeren, de nabestaanden van mensen die aan de Q-koorts zijn overleden en zij die paarden gegeten hebben waar ze dachten prime beef te consumeren, kunnen erover meepraten (of niet). Heel naar allemaal, zeker, maar ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) moet een kans krijgen te laten zien dat ze een krachtige organisatie is, die de voedselveiligheid in een van de dichtstbevolkte landen op de wereld kan waarborgen.

Kijk je op de site van de NVWA, dan krijg je een indrukwekkend lange lijst onder ogen met als voornaamste aandachtspunten het dierenwelzijn, de voedselveiligheid en handel in planten en dieren. Eigenlijk alles wat we van die laatste twee in welke vorm dan ook verhandelen of opeten. De organisatie heeft nu een belangrijke financiële injectie gekregen en de verwachtingen zijn dan ook hoog gespannen.

Nu ben ik sinds jaar en dag lid en vrijwilliger van allerlei natuurclubs, beleef daar veel plezier aan en doe er mijn voordeel mee en tot mijn stomme verbazing duikt de NVWA opeens overal op. Bij Ravon, Sovon, Floron, de IVN en de KNNV worden de leden nu aangespoord om mee te doen aan het Signaleringsproject Exoten. Een invasie is nog zacht uitgedrukt.

Luister ook deze NRC-podcast: Onbehaarde Apen #7: Waarom moet de exoot dood?

Voor de duidelijkheid: een exoot is een plant, dier, of een ander organisme dat van nature niet in Nederland voorkomt (aldus de NVWA) en die planten en dieren die de euvele moed hebben om schadelijk te kunnen zijn, worden ‘Invasieve Exoten’ genoemd. De bedoeling is dat de leden het platform Waarneming.nl gaan gebruiken om de desbetreffende exoten te signaleren. De bedoeling van die signalering is niet om de exoten te beschermen – ik hoop dat u dat inmiddels heeft begrepen. Het wemelt in Nederland van de exoten. Sinds er mensen zijn, worden er dieren en planten verhandeld en de flora en fauna van Nederland is er alleen maar rijker op geworden. Wat ons nekt, is ons gebrek aan ruimte. Samenleven met kraaiheide of huismusjes, dat lukt ons nog wel. Nu wij – invasieve idioten die we zelf zijn – de kraaiheide en de musjes het leven onmogelijk hebben gemaakt en ervoor gezorgd hebben dat er watercrassula en halsbandparkieten voor in de plaats zijn gekomen, is Leiden opeens in last en wordt van de natuurminnende burgers een merkwaardige vorm van participatie verwacht, die ertoe moet leiden dat die invasieve exoten opgebracht en afgemaakt moeten worden.

Dierenwelzijn graag, voedselveiligheid nog beter, maar halsbandparkieten aangeven en Amerikaanse vogelkers met gif bestrijden, doe me een plezier!