Van douche tot leren schoen - chroom is nog alom aanwezig

Gevaarlijke stof ‘Groene’ partijen willen van chroom-6 af, uit vrees voor kanker. De industrie vreest juist een verbod. Woensdag wordt er weer gestemd over een vergunning. „Dat wordt een hamerstuk”.

De Waalbrug in Nijmegen. In verf die is gebruikt op de brug bleek de kankerverwekkende stof ook te zitten.
De Waalbrug in Nijmegen. In verf die is gebruikt op de brug bleek de kankerverwekkende stof ook te zitten. Foto Flip Franssen

Je wordt wakker van de metalen wekker – chroom – en doet de roestvrijstalen beddenlamp aan: chroom. Je spoelt je af in de warme regen uit de douchekraan – chroom – en besprenkelt je met parfum uit een flesje met een glanzend dopje: chroom. Je trekt een wollen trui aan – chroomverf – en leren schoenen: gelooid met chroom. Nadat je hebt ontbeten met rvs bestek – chroom – stap je op de fiets en grijpt het stuur: chroom. Misschien stap je in de auto, met metalen versnellingspook: chroom. Op kantoor mors je koffie op het rooster van de automaat – chroom – voordat je plaatsneemt op de bureaustoel met het stalen frame: chroom.

Chroom is al bijna een eeuw alom aanwezig, op een onafzienbare rij producten, die dankzij dit metaal fantastisch beschermd zijn tegen corrosie. En vrijwel al dit chroom is geproduceerd met behulp van het kankerverwekkende chroom-6. Het chroom is niet giftig voor de gebruikers. „Die kunnen likken aan een chroomlaag”, zegt een metaalexpert. Het is wel giftig voor de makers en verwerkers, zoals al bijna een halve eeuw bekend is en honderden zieke (ex-)defensiemedewerkers ervaren.

Lees meer over de oud-medewerkers van NAVO-depots die last kregen van afbrokkelende tanden en andere aandoeningen. Het RIVM zag onvoldoende bewijs voor een verband met blootstelling aan chroom-6. Lees ook: Afbrokkelende gebitten, dat komt toch niet zomaar?

Om die reden tracht de Europese Unie al ruim tien jaar met de zogeheten REACH-verordening gevaarlijke stoffen als chroom-6 uit te bannen. Dat gaat veel te langzaam, vinden milieu-organisaties en ‘groene’ partijen in Europa. „Terwijl er genoeg alternatieven zijn, mogen veel bedrijven blijven werken met chroom-6”, zegt Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks). Dat gaat juist veel te snel, vinden bijvoorbeeld Nederlandse metaalbedrijven. „Voor lang niet alle toepassingen zijn er alternatieven voor chroom-6”, zegt Rob van Beek van brancheorganisatie FME. Een snel verbod op chroom-6 zou alleen al in Nederland duizenden banen op het spel zetten.

De strijd tussen ‘groen’ en ‘chroom’ spitst zich toe op de ontheffingen die de EU chemie- en metaalbedrijven geeft om nog een aantal jaren chroom-6 te gebruiken. Zo stemt de REACH-commissie woensdag over een vergunning van 12 jaar voor de Duitse onderneming Gerhardi, die chroom-6 onder meer gebruikt om glanzende grilles en sierlijsten voor dure auto’s te maken.

„Dat wordt een hamerstuk, want de commissie zegt altijd ja tegen toelatingen”, zegt Eickhout. De commissie, waarin alle lidstaten een ambtelijke vertegenwoordiger hebben, is volgens hem „een stempelmachine, met een score van 100 procent goedkeuring”. Die machine draait te langzaam, vinden Nederlandse metaalondernemingen. Onlangs schreven ze in een brandbrief aan het ministerie van Infrastructuur en Milieu dat snel een langdurige vergunning voor de hele metaalsector moet worden verstrekt omdat anders een kleine 10.000 banen verloren gaan door „grote onzekerheid bij bedrijven over de REACH-regels”.

Veilig gebruik

REACH is de Engelse afkorting van de verordening, die in het Nederlands luidt: registratie en beoordeling van, en autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen. De verordening, die op 1 juni 2007 van kracht werd, heeft betrekking op alle chemische stoffen – van industriële procedés bij chemie- en metaalbedrijven tot schoonmaakmiddelen, verf en kleding. Fabrikanten moeten bij een speciaal agentschap, ECHA, aantonen dat de chemicaliën veilig gebruikt kunnen worden. Lukt dat, dan kunnen ze voor enkele jaren toestemming krijgen voor het werken met deze stoffen. Op termijn moeten de gevaarlijkste stoffen, zoals chroom-6, worden vervangen door minder gevaarlijke alternatieven.

Onder druk van REACH is de Nederlandse metaalsector (15.000 bedrijven, 370.000 werknemers, 90 miljard euro jaaromzet) chroom-6 veiliger gaan verwerken om te voldoen aan de norm van maximaal 1 microgram per kubieke meter lucht. Dat gaat makkelijker bij kleine voorwerpen als roosters, die bijvoorbeeld in afgesloten kasten of volledig machinaal corrosiewerend gemaakt worden, dan bij grote constructies als muurankers die vaak in spuitcabines worden behandeld met chroom.

Chroom-6 wordt zeker niet overal in de Europese Unie volledig veilig verwerkt. Bij Gerhardi worden bijvoorbeeld naar schatting 1.800 werknemers blootgesteld aan chroom-6, dat ook bij lage doses kankerverwekkend kan zijn. Dat de ECHA toch positief heeft geadviseerd, komt volgens Eickhout doordat de beoordeling „heel technocratisch” verloopt: „De financiële schade van de stof wordt berekend op basis van een beprijzing van een mensenleven. Die wordt afgezet tegen de economische schade, bijvoorbeeld doordat een bedrijf failliet gaat als het geen chroom-6 kan gebruiken.”

Automatisme doorbreken

Zo valt de balans altijd uit in het voordeel van chroom-6, zegt Eickhout. „Het positieve advies van de ECHA wordt standaard overgenomen door de REACH-commissie. Duitsland en Zweden willen dat automatisme doorbreken en stemmen geregeld tegen toelating, maar staan nog alleen. Nederland stemt altijd in met het advies.”

Door de Brusselse lankmoedigheid maken bedrijven volgens Eickhout te weinig werk van alternatieven. Zo vroeg een Italiaanse kledingfabrikant een vergunning voor verven van textiel met gebruik van chroom-6, ook al verkoopt bijvoorbeeld H&M al lang chroomvrije kleding. Op initiatief van Eickhout nam het Europees Parlement eind oktober een motie aan om ‘chroom-wol’ te verbieden. „Het parlement gaat er niet over”, zegt Eickhout, „maar deze vergunningsaanvraag heeft de commissie na de motie wel van de agenda gehaald”.

Het is dit soort uitstel dat de Nederlandse metaalindustrie diep frustreert. Omdat niet voor alle toepassingen volwaardige chroomvervangers bestaan, hebben meer dan 150 Europese bedrijven samen een vergunningsaanvraag ingediend. Maar terwijl hun brandbrief was bedoeld om in oktober te behandelen, wordt er op zijn vroegst in februari over gestemd. Al die tijd verkeren bedrijven in onzekerheid „met het hoge risico dat bedrijven dit type productie weghalen uit Europa”.

Eickhout erkent dat chroom-6 nu niet overal kan worden vervangen, maar vindt de gevraagde vergunningsperiode van 12 jaar veel te lang. „Als er nog geen alternatieven zijn, kun je werken met een kortere periode van markttoelating. Twee of vier in plaats van twaalf jaar bijvoorbeeld. Dan zet je druk op bedrijven om sneller alternatieven te ontwikkelen.”

    • Karel Berkhout