Recensie

Klassiekers leiden tot aangenaam grooven bij The Orb

Niks is te gek bij The Orb. Na dertig jaar zijn de soundscapes uit zijn muzikale slowcooker nog steeds bedwelmend.

Alex Paterson van The Orb
Alex Paterson van The Orb

„Hengstenbal”, roepen twee mannen die door de uitverkochte Melkweg-zaal lopen. Overdosis testosteron of niet, een duidelijk ouder publiek stijgt meteen op bij de zwevende pianoakkoorden en het weemoedige trompetspel van ‘United States’.

Het is een nieuwe, maar typische The Orb-track: ambient house met samples van stemmen, dierengeluiden en lange synthesizertonen. We zien planeten uit de ruimte op de achtergrond. Even is het muisstil. Grinnikend deelt Alex Paterson een eerste boks uit aan Michael Rendall, de jonge producer naast hem die zijn samples laat garen in een muzikale slowcooker.

De werkwijze van The Orb is in dertig jaar nauwelijks veranderd. Paterson, een houseveteraan uit Sheffield, sampelt plaatjes achter draaitafels. De producer naast hem past die in lome dubby soundscapes in. De eerste was KLF-lid Jimmy Cauty met wie Paterson in 1987 muziek ging maken om „de club mee de huiskamer in te nemen”, zo vertelde hij in een documentaire die voorafgaand aan het concert werd vertoond. Daarna volgden vijftien albums waar No Sounds Are Out of Bound (2018) het recentste is.

De albumtitel omschrijft vrij letterlijk Patersons aanpak: niks is te gek. Ook nu zien we beelden van een polowedstrijd tussen apen op herdershonden en horen we geblaf. The Orb neemt je mee in een voortdurende flow met evenveel invloeden van dub- als clubmuziek en flarden Arabische folk. Toch lijkt het duo elkaar nog niet zo goed aan te voelen als Paterson en zijn vorige muzikale partner, Thomas Fehlmann. Overgangen zijn soms rommelig. Met hulp van dj-foefjes moet Paterson die weeffouten herstellen.

‘Pillow Fight @ Shag Mountain’ klinkt als hippie-kitsch: foute loungehouse die je in een strandhut op Goa hoort. En wat doet die Bollywoodactrice met opgespoten lippen en tatoeages als ‘Coca-cola’ en ‘greed’ op de achtergrond?

Classics

De classics werken beter, net als de dansers op rolschaatsen die plots verschijnen tijdens ‘Blue Room’ (1992). De derde helft is goed: Patersons tribute aan J Dilla, ‘Doughnuts forever’, is prachtig en de klassiekers doen hun werk. Dansers geven zich over met sierlijke armgebaren over aan ‘A Huge Ever Growing Pulsating Brain That Rules From the Centre of the Ultraworld’ (1991). De monsterhit ‘Little Fluffy Clouds’ leidt tot gegil. Het was weer aangenaam grooven bij The Orb.

    • Rolinde Hoorntje