Congo wil niet bekendstaan om verkrachtingen

Seksueel geweld In Congo lijkt verkrachting minder te worden ingezet door soldaten en meer door burgers. „Seksueel geweld is in ons hoofd gekropen.”

Congolezen in Beni, een stad in de provincie Noord Kivu waar het aantal verkrachtingen lijkt te zijn afgenomen.
Congolezen in Beni, een stad in de provincie Noord Kivu waar het aantal verkrachtingen lijkt te zijn afgenomen. Foto Goran Tomasevic/REUTERS

Pascaline Furaha was 16 jaar toen een militie haar dorpje in Oost-Congo plunderde. Alle meisjes namen ze mee naar hun kamp in het woud - nu ruim een jaar geleden. „Ze verkrachtten ons en maakte ons daarna duidelijk: ‘als je van een meisje bevalt, zullen we haar doden, we willen alleen jongens.’”

Furaha was hoogzwanger toen ze na een jaar wist te ontsnappen naar Goma, een stad waar veel ngo's zitten. Het is een drukke stad vlak naast het meer Kivu en onder de schaduw van een hoge vulkaan, die de stad na uitbarstingen zwart van de lava heeft gemaakt. Veel organisaties hier hebben bestrijding van verkrachting hoog op de agenda staan.

Lees ook: Bevlogen arts helpt verkrachte vrouwen

Met grote complicaties hielpen dokters van het ziekenhuis Heal Africa Furaha bevallen van een dochter, Venessa werd haar naam. „Ik heb gezien hoe ze vriendinnen doden met een kapmes omdat ze een dochter kregen”, zegt ze met een piepstemmetje.

Het ziekenhuis van de Congolese arts Denis Mukwege die deze maandag de Nobelprijs voor de Vrede uitgereikt krijgt, is al lang niet meer het enige hospitaal in Oost-Congo dat slachtoffers van seksueel geweld behandelt. Door de grote internationale aandacht voor het probleem en de bezoekjes van talrijke buitenlandse politici aan deze ziekenhuizen is de indruk van plaatselijke experts dat het aantal verkrachtingen is afgenomen. Er bestaan geen betrouwbare statistieken over het aantal verkrachtingen in Congo. Vele slachtoffers kunnen of durven zich niet te melden.

Het aantal dat zich meldt in klinieken is afgenomen. In Goma, in de provincie Noord-Kivu, zijn er sinds enkele jaren geen door Rwanda gesteunde rebellen meer actief. Hier lijken de verkrachtingen te zijn afgenomen. In Zuid-Kivu daarentegen is nog wel hevige militiestrijd, en waar strijd is, is verkrachting. Congo kreeg door alle publiciteit het lugubere aanzien van „de wereldhoofdstad van verkrachtingen”.

„Natuurlijk, het is prachtig dat Denis Mukwege de prijs vandaag krijgt”, zegt Passy Mubalama van de non-gouvernementele organisatie Aidproven voor vrouwenrechten, „maar door al die aandacht ontstaat een fout beeld van de situatie in Oost-Congo. De Nobelprijs moet ons niet neerzetten als alleen slachtoffers van seksueel geweld. Want wij Congolese vrouwen zijn niet alleen slachtoffer, we zijn ook krachtig en nemen ons lot in eigen handen. Ik haat het als ik naar het buitenland reis en mensen me onmiddellijk vragen of ik ben verkracht.”

Bevolking mobiliseren

In Heal Africa werkt Manuel Baabo in een sociaal programma om de bevolking te mobiliseren tegen seksueel terrorisme. „Ik wil Denis Mukwege niet kritiseren maar hij is niet de enige die al jaren bezig is met deze strijd”, zegt hij met een zure ondertoon. „Vroeger kregen we honderd verkrachtingsgevallen per maand, nu nog vijftig. Dus om ons de wereldhoofdstad van verkrachtingen te noemen is onjuist.” Baabo en anderen beamen dat er tegenwoordig meer bewustzijn bestaat over het seksuele geweld.

Lees ook: Ze wilde liever dood dan seksslaaf van IS worden

Toen na de genocide in 1994 in buurland Rwanda met de vluchtelingen en de gevluchte daders van de massamoord het geweld in Oost-Congo neerdaalde, nam de golf van verkrachtingen een aanvang.

Militieleiders beloonden hun strijders met het recht op plunderen en verkrachten. Ook gingen milities seksueel geweld inzetten als strijdmiddel, om angst te zaaien en burgers te vernederen. Het ongedisciplineerde regeringsleger maakte zich eveneens schuldig. „Want als je, volgens Afrikaanse waarden, een man iets pijnlijks wilt aandoen, dan val je zijn echtgenote aan”, legt Passy Mubalama uit. „In hechte plattelandsgemeenschappen is de man juist heel beschermend jegens vrouwen. Die traditie werd misbruikt door de strijders.”

Die tradities zijn kapotgemaakt. „Het is angstaanjagend dat het nu onder de bevolking gewoon is geworden”, vertelt Manuel Baabo, „seksueel geweld is onze mentaliteit geworden, het is in ons hoofd gekropen. Ik denk dat er nu meer seksueel geweld is dan vroeger. De daders zijn nu burgers, families, jongeren onderling.”

Baabo werkt daarom nu aan een programma op scholen voor „positieve mannelijkheid. Jongeren gingen denken dat je sterk bent als je drie vrouwen achter elkaar kan verkrachten. Je bent positief man-achtig als je vrouwen beschermt, zoals Afrikaanse tradities voorschrijven”.

De verkrachte vrouw Pascaline Furaha heeft nog nooit van Denis Mukwege gehoord. Ze kan lezen noch schrijven en is nooit naar school geweest. In het ziekenhuis Heal Africa knuffelt ze haar dochter. „Voor mijn familie ben ik nu verloren, ik ben een schande en kan niet meer terug naar huis”, zegt ze. Het stigma rond verkrachting is nog groot. „Ik heb mijn vertrouwen in ieder mens verloren. Ik heb nu alleen nog Venessa.”