Opinie

Strafoplegging door het OM is fundamenteel onjuist

Strafbeschikking

Er zijn dus de laatste tien jaar ruim 267.000 strafbeschikkingen door de Staat aan de burger opgelegd, waarvan een aanmerkelijk deel ten onrechte. Zoveel is bekend. Burgers hebben de taakstraffen aanvaard, de boetes betaald en vervolgens, meestal te laat, vastgesteld dat een strafblad het gevolg is. Met grote consequenties voor wie in onderwijs of zorg werkzaam is of een visum nodig heeft.

De krant schreef er deze week over. Grote woorden dienen, zeker hier, bij voorkeur te worden vermeden. Maar de term schandaal is op zijn plaats. Dit is ook niet alleen een kwestie van slechte uitvoering. De betreffende wet deugt structureel niet. De Raad van State vond in 2004 al dat de onderliggende ‘wet OM-afdoening’ dubbelzinnig was. En constitutioneel en praktisch ‘bedenkelijk’. De Kamer ging er destijds toch mee akkoord. Het had zich door minister Piet Hein Donner (justitie, CDA) laten overtuigen dat een bestuursorgaan als het Openbaar Ministerie best belast kon worden met straffen. Van een ‘rechterlijk bestraffingsmonopolie’ zou geen sprake zijn in ons staatsbestel.

De mogelijkheid van beroep op die rechter bleef immers open. En moesten we de ‘schaarse rechterlijke capaciteit’ niet beter benutten voor ernstige strafbare feiten? Zo kregen we in dit land dus A en B-rechters. De laatsten, de officieren van justitie, werden zelfstandig verantwoordelijk voor zowel opsporing, berechting als de bestraffing van kleinere misdrijven. Alles onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister van Justitie. Zoiets verwacht je in autoritaire staten. Maar ook bij ons bleek de scheiding der machten om pragmatische redenen geschorst te kunnen worden. Met als smoes dat er nog een veiligheidsventiel naar de onafhankelijke rechter was, in de vorm van verzet. Een vorm van punitief paternalisme dat de overheid zich overigens de laatste decennia op meer terreinen eigen maakte. In 2015 waarschuwde de Raad van State in een zeldzaam ongevraagd advies tegen de opkomst van de bestuurlijke boete (naast de strafbeschikking), waardoor de rechtsbescherming van de burger ‘onderbelicht’ raakte. Een schitterend eufemisme: wie betaalt daar zijn boete of verricht een taakstraf? Het is de onderbelichte burger, wel gestraft maar niet door een onafhankelijke rechter.

Intussen leggen de officieren hun strafbeschikkingen ook op buiten de openbaarheid. Geen publicatie, geen openbare zitting, vaak ook geen dossier. Meestal ging het OM pas na wat er ècht gebeurd was, als de burger in verzet kwam, zo stelden advocaten vast. Zo werd deze strafbeschikking de zwakst onderbouwde sanctie uit het hele strafarsenaal – inderdaad een B-product, tevens voer voor advocaten. Strafrechters hebben na invoering van de wet OM afdoening in 2008 in verzetsprocedures duizenden straffen verlaagd, talloze zaken niet ontvankelijk verklaard en vele vrijspraken verleend.

Lees ook de column van Folkert Jensma: Geen lek, maar gapend gat in de rechtsstaat

Juist omdat het daarbij om eenvoudige zaken ging, is de kans groot dat dit gewone burgers trof die zelden of nooit met justitie te maken hebben. En voor wie deze eerste kennismaking meteen een desillusie was, zo al geen breuk in het vertrouwen in justitie.

In tien jaar is het OM er dus niet in geslaagd deze strafoplegging, bedoeld voor eenvoudige ‘evidente’ zaken, doelmatig en rechtsstatelijk verantwoord georganiseerd te krijgen. Het is nu dus tijd voor maatregelen. Minister Ferdinand Grapperhaus (justitie, CDA) heeft geen haast, zo bleek deze week. Hij neemt een maand om te reageren. Waarom zuivert de overheid niet al die slinks gevulde strafbladen van misleide burgers en kondigt het een strafbladamnestie af voor strafbeschikkingen? En erkent hij zo alsnog het gebrek aan rechtsbescherming dat de ‘onderbelichte burger’ hier is geboden?

Het OM duikt en draait. Over de rechtmatigheid van de strafbeschikkingen wil het geen conclusies trekken, aan de representativiteit van de cijfers wordt getwijfeld, rechters die straffen verlagen of vrijspreken denken ‘anders’ over het bewijs dan het OM. Ook maar een mening dus, wat die rechters oordelen. Het tekent de gespletenheid bij het OM: èn partijdig moeten vervolgen èn onafhankelijk straffen, dat gaat dus niet samen. Verlos ze van deze taak. De advocaten stellen voor dat alle 267.000 ontvangers van een OM-straf daar alsnog tegen in verzet kunnen, wat dus 267.000 nieuwe zaken oplevert en deze rechtsgang meteen laat vastlopen. Het enige voordeel is dat daarmee effectief het bestraffingsmonopolie van de rechter is hersteld. Net als de trias politica. De wet OM-afdoening was destijds fundamenteel gebrekkig, wat in de praktijk is bewezen. En dient zo snel mogelijk te worden gerepareerd of ingetrokken.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.