Opinie

    • Menno Tamminga

Met twee kasten in een bakfiets

M’n eerste aankoop bij Ikea was een tweetal kledingkasten. Wit. Januari 1984. Op een geleende bakfiets had ik de pakketten opgehaald uit het magazijn aan de Cruquisweg in Amsterdam. Toen een rafelrand van de stad, nu een kwieke woonwijk. Ikealand.

De aankoop kwam op een klassiek Ikeamoment: de overgang van een studentenkamer naar een ruimere behuizing. Bij mijn nieuwe status als (werkloze) starter op de arbeids- en huizenmarkt hoorden nieuwe spullen. Twee kostuums, twee kledingkasten, op de groei gekocht...

De Amsterdamse Ikea was de tweede in Nederland. De eerste stond in Sliedrecht en opende vandaag veertig jaar en acht dagen geleden. Amsterdam begon in 1982 als een kleine winkel aan de Stadhouderskade. Nu is zo’n stadswinkel weer modern. Ikea experimenteert er al mee.

Wie vandaag Ikea ziet, kan zich moeilijk voorstellen dat ook dit succesverhaal in Nederland een tijd lang een ploeteraar is geweest. De eigenaar van de Hema en de Bijenkorf, het beursgenoteerde bedrijf KBB, zette meteen de aanval in op de buitenlandse nieuwkomer en lanceerde de Mobell formule. Meubels van moderne snit, grote winkels, goed bereikbaar. KBB kreeg Mobell niet winstgevend en legde in de economische crisis begin jaren tachtig van de vorige eeuw bijna zelf het loodje. Ook familiebedrijf Vendex, toen de koning van de winkelformules, beet met Mobell in het stof. Ikea-oprichter Ingvar Kamprad had pater familias Anton Dreesmann van Vendex verslagen. Ikea voelde de Nederlanders en hun smaak beter aan dan die grote namen van vaderlandse bodem zelf.

Ikea’s uithoudingsvermogen was een succesfactor. En dat concept: zelf je kast in elkaar sleutelen. De charme van het design. De revolte tegen de stoffigheid van de spullen van je ouders. De prijzen. Maar ook de groei van het aantal huizen, van de eenpersoonshuishoudens en van hun woonruimte. Meer meters, meer spullen.

Je kunt je bij Ikea onderscheiden én je kunt de massa volgen. Individualiteit in de Ikeafamilie. Het is verleidelijk het succes te koppelen aan de cultuur-sociologische overeenkomsten tussen de Scandinavische landen en Nederland. Ze zijn individualistischer georiënteerd. Hebben weinig op met hiërarchie. Meer feminien dan masculien. Meer gericht op samenwerking. Ikea zat al in ons DNA.

De winkels appelleren met hun eenvoud, efficiency en hun prijzen ook aan een schijnbaar klasseloze samenleving. Echt iets voor ons. Weinig Nederlanders rekenen zich openlijk tot de elite of tot de onderklasse. Als er al zoiets als een sociaal-economische klasse bestaat, dan bestaat-ie uit middengroepen. De hardwerkende Nederlander. De oneindige middenklasse. De Ikeaklasse.

Tussen Ikea en mij is het niks geworden. Dat lag niet aan die kasten, wel aan die ‘snelwegdoos’. Wat had ik daar als autoloze consument te zoeken? M’n eerste aankoop was m’n laatste.

Bij de ene kast viel de deur eruit na een jaar of zeven. Ging verder als inloopkast, zeg maar. De ander ‘leefde’ dertig jaar en is bij m’n laatste verhuizing opgehaald door een man van een kringloopwinkel. Vintage Ikea, zei ik tegen ’m, zet dat er maar op. Dat verkoopt vast. Hij keek zuinig.

Sinds kort heb ik wel twee Ikeakussenslopen. Gekocht bij de kringloop.

Marike Stellinga is afwezig
    • Menno Tamminga