Opinie

    • Youp van ’t Hek

Jeugdzonde

De #MeToo-beweging heeft succes. Neem nou Wall Street. Daar zijn de mannelijke topbestuurders totaal van de leg. Vrouwenschuw zijn ze. Allemaal uit angst dat ze beschuldigd worden van opdringerig baltsgedrag. Ze dineren niet meer met vrouwen in een gezellig restaurant en zeker niet met exemplaren jonger dan 35. Ze converseren met medewerksters in hun werkkamer alleen nog keihard terwijl de deur wagenwijd open staat. Zodat de hele afdeling kan horen dat er geen onvertogen woord valt. In vliegtuigen gaan ze niet meer naast vrouwelijke collega’s zitten en in hotels nemen ze een kamer op een andere etage dan de dames. Allemaal doodsbang voor beschuldigingen van seksuele intimidatie. Met een dame een op een in de lift? Geen denken aan. Dit is allemaal niet door mij verzonnen. Dit is echt. Ik las het met een grote glimlach in een aantal kranten.

En ik besprak dit deze week met A. Zij is jong, mooi en geestig. A legde mij uit dat deze preutsheid 2.0 niet alleen in Wall Street regeert, maar overal in de wereld. Dus ook bij ons in Amsterdam. En in Londen, Frankfurt, Barcelona en Parijs. In de laatste stad merken de brasseries het ook. Vroeger gonsden die tussen de middag van de stelletjes. Wel getrouwd, maar niet met elkaar. Je herkende ze omdat ze praatten. Uitbundig lachten. Gehuwde setjes zwijgen en zitten vaak de helft van het etentje stoïcijns op hun telefoon te loeren. En die buitenechtelijke lunches zijn goed voor de economie. Voor de wijnhandelaren, de slagers, de groenteboeren, de koks, de obers, de afwassers… iedereen vaart er wel bij.

De elektriciteit is volgens mijn tafelgenote overal weg. Het knettert nergens meer. Op haar kantoor is het sinds het grote gelijk van de #MeToo-aanhang een dooie boel. Allemaal brave Hendrikken en muffe Miepen. Het lijkt wel of ze voor de Gereformeerde Bond werkt. Vroeger had je altijd wel een paar cowboys die harten sneller lieten kloppen. En bloedmooie dames die de hoofden van de cowboys op hol brachten. Dat waren de vonken. En over die buitenechtelijke vonken konden de saaie kantoorsukkels dan weer dagenlang roddelen. Dat die twee van de afdeling Buitenland wel erg vaak samen op zakenreis gingen… Vaker dan nodig.

Maar ook dat geroddel is voorbij. Ze gaan namelijk niet meer samen op zakenreis. Dat is beter. Veiliger. Niet meer van deze tijd. Het hele bedrijf bestaat daardoor nog uit louter dooie dienders. De regels zijn veranderd. Allemaal aangepast aan het preutse nu. Niemand neemt meer een risico. Handjes op de rug. Niet één verkeerde grap. Zeker niet tegen die homo van de administratie.

Ik legde haar uit dat het tuttige hitje Baby, it’s cold outside uit 1949 op een aantal Amerikaanse radiostations sinds kort niet meer gedraaid mag worden omdat een man een vrouw probeert tegen te houden om naar huis te gaan. Hij wil namelijk met haar naar bed. Inderdaad schandelijk. Verschrikkelijk zelfs. Ze vroeg zich onmiddellijk af of ik me niet dood schaamde voor mijn klassieke kersthitje Flappie dat nu weer overal gedraaid wordt. Het is namelijk heel zielig voor de dieren en de uiteindelijke afloop met die geslachte vader is volgens A ook niet al te mensvriendelijk. Ik bekende dat het een schandelijke jeugdzonde is. Ik schreef het in 1978. Ik was 24. Ik wist niet beter. Ik schreef toen trouwens ook een liedje over een mooi meisje met de regels: „Als zij de keuken binnenkwam ging het gas vanzelf branden, en als er een vliegtuig overkwam moest dat uit nood gaan landen.”. Ze raadde mij aan dit stil te houden. Niet meer over praten. Zeg maar dat je niet toerekeningsvatbaar was toen je deze zeer seksistische regels uit je mouw schudde. Ik gaf toe dat dit werk uit mijn benauwde heteroseksuele periode was. Zij vond een excuus aan heel Nederland wel het minste. Zowel voor Flappie als voor deze regels.

Met veel lawaai verlieten wij gearmd het restaurant. We zagen de andere gasten denken. De oude man. Het mooie meisje. Buiten stapte mijn dochter op de fiets. En ik scharrelde tevreden naar huis.

    • Youp van ’t Hek