Het piepkleine succes van de Kamer

Begrotingsbehandeling Het lukt de Tweede Kamer niet om meer dan marginale aanpassingen in de rijksbegroting aan te brengen. Het regeerakkoord kwam zo moeizaam tot stand, dat er weinig meer te verschuiven valt.

Farid Azarkan en Tunahan Kuzu (DENK) tijdens het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer. Beeld ter illustratie. Foto Remko de Waal/ANP

Een historisch moment voor Denk, afgelopen dinsdag in de Tweede Kamer. Voor het eerst in het bestaan sinds 2015 kreeg de partij een amendement bij een begrotingsbehandeling aangenomen. Twee miljoen euro ten behoeve van de Rohingya-vluchtelingen in Bangladesh. Er werd die middag gestemd over alle begrotingsvoorstellen van het kabinet voor 2019.

Twee miljoen euro voor de oppositiepartij met drie zetels. Uitbundig als groot succes geclaimd op social media, maar het is niet veel op de totale rijksbegroting van bijna 300 miljard euro. Het is het (bijna) jaarlijkse beeld bij de wekenlange behandeling van alle 21 begrotingswetten en zeven belastingwetten die in het najaar door de Tweede Kamer worden behandeld. Na weken van debatteren met de verantwoordelijke bewindspersonen weet de Kamer met een beperkt aantal amendementen de rijksbegroting minimaal aan te passen.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcast Haagse Zaken: Zo machtig is de Tweede Kamer echt

Behalve de 2 miljoen die Kuzu voor de Rohingya binnensleepte, nam de Tweede Kamer 29 andere amendementen aan. De meeste klein of piepklein: zes ton als extra subsidie voor de viering in 2020 van ‘Herdenking 75 jaar vrijheid’, 2 miljoen voor het Fonds Bestrijding Kinderarbeid, 5 miljoen als extra financiële bijdrage voor de Noordelijke Randweg Utrecht. Een handjevol van rond de 10 miljoen, zoals 13,2 miljoen voor het budget om het lerarentekort via zij-instromers te verkleinen. Het duurste amendement dat succesvol werd ingediend bij de behandeling van alle Prinsjesdagplannen van Rutte III was de 38 miljoen die SGP-Kamerlid Chris Stoffer wist binnen te halen om asbestsanering fiscaal te stimuleren.

Dat was het dan. Ministers en staatssecretarissen konden op dinsdagmiddag tevreden vaststellen dat hun begrotingen voor 99,9 procent ongeschonden door de Tweede Kamer waren geloodst. De dertig amendementen waren goed voor een budgettaire verschuiving van iets meer dan 170 miljoen euro, zo blijkt uit een door Parlementaire Monitor gemaakt overzicht van alle indiende moties en amendementen. Nog geen procent van de totale uitgaven van 295 miljard die voor 2019 zijn begroot.

Dichtgetimmerd

Vanaf komende week trekt het begrotingscircus nog naar de Eerste Kamer – daar moet voor het kerstreces gestemd worden, wijzigen mag de Eerste Kamer niet – maar de begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer gaf al een goed beeld van hoe beperkt de invloed van het parlement is op het zo moeizaam tot stand gekomen regeerakkoord van dit kabinet. En vooral hoe beperkt de zo veel genoemde ‘uitgestoken hand’ is richting oppositie.

Waar premier Mark Rutte (VVD) in zijn regeringsverklaring in november vorig jaar nog beweerde open te staan voor „de inbreng van anderen” – „De deur van de Trêveszaal staat op een ruime kier” – blijkt het regeerakkoord toch stevig dichtgetimmerd.

Bij moties hetzelfde verhaal. Dat zijn geen wijzigingen op wetsvoorstellen maar oproepen aan het kabinet om bepaald beleid in gang te zetten, te onderzoeken of te evalueren. Er hangt geen verplichte ingreep in het budget aan vast. Bij de begrotingsbehandeling werden er ruim 700 moties ingediend – vooral door oppositiefracties. Daarvan werd nog niet de helft aangenomen.

Toch weten Kamerleden van de oppositie kleine verworvenheden als grote overwinning te presenteren. Tunahan Kuzu van Denk vierde ‘zijn’ amendement met een kleurrijke post op social media. Maar ze weten dat het klein bier is.

Jasper van Dijk (SP) kijkt met tevredenheid terug op zijn inbreng bij de begroting Sociale Zaken. Een motie van zijn hand over mensen met een arbeidsbeperking werd „breed aangenomen”. Hij verwacht dat het kabinet er serieus naar gaat kijken en ziet dat als winst. „De uitgestoken hand van het kabinet is dus niet helemaal gesloten.” Maar een veel dwingender amendement ten behoeve van dezelfde doelgroep, waarin Van Dijk om 140 miljoen euro voor sociale werkplaatsen vroeg werd verworpen. Hij erkent: „Bij toezeggingen van het kabinet gaat het meestal om kruimels. Substantiële bedragen, zitten er niet in.”

Alle amendementen die om grote en dus kostbare verschuivingen vroegen – het terugdraaien van de btw-verhoging, het verhogen van de vennootschapsbelasting, – kregen geen enkele steun van de regeringspartijen. Hoe kansloos ook, ze werden door de oppositie vooral voor de bühne ingediend.

GroenLinks was er heel dichtbij om wél een substantieel bedrag uit het regeerakkoord te verschuiven. Bij de behandeling van het Belastingplan vorige maand vroeg financieel woordvoerder Bart Snels in een amendement om een voorgenomen bezuiniging op energiesubsidie terug te draaien. Heel concreet: het kabinet zou het afschaffen van de korting op de energierekening voor huishoudens moeten terugdraaien. Dat zou 410 miljoen euro kosten. Een flink bedrag dat GroenLinks wilde dekken door de gas- en elektriciteitstarieven voor bedrijven te verhogen.

Behalve dat het voorstel inhoudelijk bij de partij past – een groene maatregel die tevens de koopkracht van lagere inkomens iets zou verbeteren – was het voor GroenLinks een test om te zien hoe ver het kabinet nu werkelijk wilde gaan in het tegemoet komen van de oppositie. In het Kamerdebat zei Bart Snels het zo: „Als de coalitie het maatschappelijk draagvlak voor een eerlijk en effectief klimaatbeleid belangrijk vindt en met een open blik naar mijn amendement kijkt, zou het zomaar kunnen zijn dat het politieke draagvlak voor het Belastingplan groter wordt in deze Kamer.”

Daarmee zei hij ook: als jullie mijn amendement steunen, zal GroenLinks akkoord gaan met de andere elementen uit het Belastingplan, dus ook met de eerder door de partij fel bestreden btw-verhoging. Daarmee riskeerde de partij een breuk binnen de linkse samenwerking: SP en PvdA verweten Snels te gemakkelijk met het kabinet mee te gaan.

Het amendement wist de coalitie te verdelen. ChristenUnie en D66 waren vóór het voorstel, net als D66-staatssecretaris Menno Snel – die liet zijn ambtenaren het amendement meteen doorrekenen. Het CDA erkende het probleem van de hogere energierekening voor de gewone burger – partijleider Sybrand Buma had het afgelopen zomer scherp aangekaart in een interview in Elsevier. Alleen de VVD was niet erg enthousiast. De partij van de premier wil niet dat er zomaar lasten van burgers naar bedrijven gaan verschuiven.

De dag voor de tweede termijn van het Belastingdebat, op 17 november, werd er lang door de coalitie en GroenLinks over onderhandeld. Ook de fractievoorzitters Jesse Klaver en Klaas Dijkhoff bemoeiden zich ermee. Op het laatste moment ging het mis. Helaas, geen deal, kreeg Snels via een telefoontje van de staatssecretaris te horen. De VVD hield vast aan haar uitgangspunt over de dekking. En GroenLinks was niet bereid om de rekening van 410 miljoen voor een deel op een andere manier door huishoudens te laten betalen.

Studio NRC
Studio NRC

‘Gemiste kans’

ChristenUnie-Kamerlid Eppo Bruins vindt het jammer dat „deze enorme hand” niet is aangenomen. De coalitiepartijen spreken van „een gemiste kans”. GroenLinks ook, maar dan van de kant van het kabinet. Snels kijkt met gemengde gevoelens op zijn amendement terug. Hij prijst de „welwillende houding” van het kabinet. Maar uiteindelijk bleek de VVD toch de baas te zijn. Snels: „De coalitie heeft het erg druk met elkaar. Ze proberen elkaar angstvallig vast te houden. Het is erg ingewikkeld om steeds op één lijn te blijven.”

Dat is een probleem dat meer partijen zien. Niet zozeer dat de VVD de boventoon in de coalitie zou voeren, als wel dat het kabinet uit vier partijen bestaat en zo lang heeft moeten onderhandelen over het regeerakkoord. Dat maakt het lastig voor het parlement om nog iets van de eigen wensen gedaan te krijgen.

Oppositielid Chris Stoffer (SGP) zegt: „Als je met vier partijen met veel pijn en moeite eenmaal de boel hebt staan, dan kun je dat akkoord niet met grote bedragen gaan lostrekken.”

Twee partijen zenuwachtig

Coalitiegenoot Eppo Bruins (ChristenUnie) ziet een regeerakkoord met „in elke paragraaf een hele delicate balans.” „Als de oppositie daar dan een tik in een bepaalde richting op probeert te geven dan zullen, afhankelijk van welke kant het opgaat, twee partijen zenuwachtig worden.”

De samenwerking van de oppositie mag nu dan zijn mislukt, er komt een moment dat de coalitie daar niet omheen kan. Zoals het ernaar uitziet is er een gerede kans dat het kabinet na de Provinciale Statenverkiezingen van maart zijn meerderheid in de Eerste Kamer zal verliezen. Dan zal Rutte III voor elk wetsvoorstel voor steun wel móeten aankloppen bij een oppositiepartij.

Die situatie deed zich in het najaar van 2015 voor toen het tweede kabinet Rutte, van VVD en PvdA, geen meerderheid in de senaat had. Het Belastingplan 2016, met voorstellen voor lastenverlichting van zo’n 5 miljard euro, had in de Tweede Kamer voldoende steun gekregen, maar dreigde het in de Eerste Kamer niet te redden. Toenmalig staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes (VVD) moest met D66 en het CDA in onderhandeling. Die verliep uiterst moeizaam. Op het laatste moment – kort voor Kerst – gaf D66-leider Alexander Pechtold zijn steun, waar ook het CDA mee kon leven. Dat was niet gratis. Pechtold wist voor zo’n 400 miljoen aan aanpassingen in het vijfmiljardpakket binnen te halen.

Zo spannend kan het na mei opnieuw worden, met kansen voor de oppositie om het regeerakkoord wél open te breken.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Haagse Zaken: Zo machtig is de Tweede Kamer echt
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.

Met medewerking van Claudia Kammer, Mark Kranenburg, Mark Lievisse Adriaanse en Enzo van Steenbergen

    • Philip de Witt Wijnen