Cockpitoverleg, Urgenda, Rutte versus Hoekstra:de klimaatblues in de coalitie

Deze week: oplopende nervositeit over het klimaatbeleid binnen Rutte III.

Ofwel: een ultieme test voor een toch al fragiele coalitie.

Als iemand later de geschiedenis van Rutte III gaat schrijven, kan ik van harte een minutieuze reconstructie van de eerste week van oktober aanraden.

Bekend is al dat op de vroege vrijdagochtend van 5 oktober Mark Rutte een sms’je van Unilever-baas Paul Polman kreeg. Einde dividendmaatregel.

Helemaal bekend is dat de volgende dag, zaterdag 6 oktober, Alexander Pechtold zijn vertrek bekendmaakte. Einde van een tijdperkje.

Maar amper bekend is dat zich eerder die week een heftige woordenwisseling voordeed tussen de premier en minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA), die in de coalitie tot bezorgde speculaties leidde.

Het kabinet rondde destijds zijn reactie af op het voorlopige Klimaatakkoord dat in de zomer door bedrijven, milieuclubs en andere betrokkenen was gesloten.

Het ging toen al over de vraag of Rutte III extra geld beschikbaar wilde stellen als smeermiddel voor dit akkoord.

Het hield niet over. Maar wat de sfeer echt bedierf, is dat Hoekstra de besluitvorming aangreep om een rekenfout uit het regeerakkoord te herstellen.

De opbrengst van een van de klimaatmaatregelen – invoering van een minimumprijs voor CO2 – was daarin voor honderden miljoenen te hoog ingeschat.

En Hoekstra, vertelden partijgenoten in zijn verdediging, had al enkele malen vergeefs bepleit dat dit werd opgelost.

Nu speelde hij het opnieuw op – maar het moment, net toen het kabinet de klimaattafels met weinig geld tevreden moest stellen, was volgens betrokkenen erg ongelukkig.

Door de intrekking van de dividendmaatregel, enkele dagen na de ruzie met Rutte, kwam er toch geld vrij om de rekenfout te herstellen.

Maar het voorvalletje was in de beleving van coalitiepolitici typerend: als het om klimaatregelen gaat, merken zij, zijn sommige CDA-prominenten, ook partijleider Buma, wel héél zuinig, op het destructieve af.

En dat kan de komende periode een probleem worden – voor het klimaatbeleid, maar ook voor de coalitie.

Want dat beleid komt, sneller dan ze in Rutte III lief is, in een politiek gevaarlijke fase. Vooral omdat ze er, tot hun irritatie, geen greep meer op hebben: gerechtelijke beslissingen nopen tot snel en hard ingrijpen.

Tot nu toe draaide klimaatpolitiek vooral om verheven doelstellingen. In 2015 juichte Rutte het akkoord van Parijs als „historisch” toe. In 2017 sloot hij met CDA, CU en D66 het groenste regeerakkoord ooit. Deze week drong hij op de klimaattop in Katowice aan op verhoogde mondiale klimaatambitie.

Intussen trof Nederland niet overdreven veel maatregelen: ons klimaatbeleid is tot nu toe vooral de aankondiging van maatregelen.

Vandaar dat debatten erover zo vaak wezenloos zijn. Je hebt bezorgde en minder bezorgde politici die spreken over CO2-reducties, maar naar de betekenis blijft het raden. Goede bedoelingen verborgen in dichte tot zeer dichte mist.

De pijnlijke debatten houden ze intussen achter gesloten deuren. Zo was donderdagavond op Volksgezondheid het zogenoemde cockpitoverleg weer bijeen.

In dit overleg bepalen bewindslieden, fractievoorzitters en klimaatwoordvoerders uit de coalitie – een man of vijftien – welke maatregelen van de Klimaattafels door de beugel kunnen.

Die tafels, geleid door oud-VVD-voorman Ed Nijpels, proberen het voorlopige Klimaatakkoord van afgelopen zomer om te zetten in een definitief akkoord. Aanvankelijk zou dit 1 december klaar zijn, nu is het streven: 21 december.

Voor Rutte III psychologisch van belang: na de mislukking van het pensioenakkoord kan het kabinet zich eigenlijk geen nieuw fiasco permitteren.

Maar problemen genoeg. Het cockpitoverleg is nogal stroperig, en ik hoorde dat Nijpels laatst tegen enkele bewindslieden uitriep: „Met zoveel mensen in de cockpit stort elk vliegtuig neer.”

Evengoed is de stroperigheid wel verklaarbaar. Het is de eerste keer dat de coalitie moet instemmen met concrete klimaatmaatregelen – al bestrijken ze de periode tot en met 2030: in de meeste gevallen gaan ze pas na deze kabinetsperiode in.

Zo leiden meer elektrische auto’s ertoe dat de overheid miljarden benzineaccijns misloopt – wie betaalt dat? Ontmoediging van CO2-gebruik kan leiden tot verlies van bedrijven. Gasvrije woningen kunnen onbetaalbaar zijn voor lage inkomens. Etc.

Bovendien klaagde Buma volgens de Volkskrantdinsdag dat de bezorgde burger, de Hollandse gele hesjes, niet meepraat aan de Klimaattafels. Een herhaling van zijn vrees, afgelopen zomer in Elsevier, dat de verdeling van de klimaatlasten tot een nieuwe Fortuyn-revolte leidt.

Het herinnerde coalitiepolitici aan het incident met Rutte en Hoekstra in oktober, en betrokkenen vermoeden dat er ook eind december geen Klimaatakkoord zal zijn.

Politiek-tactisch zou dit zelfs logisch zijn: de planbureaus hebben twee maanden nodig om de effecten van een akkoord door te rekenen. Dus als CDA en VVD het overleg van de Klimaattafels tot eind januari rekken, blijkt pas na de Statenverkiezingen (20 maart) wat de gevolgen voor de burger van het Klimaatakkoord zijn.

Maar nu komt het: er is iets tussen gekomen waardoor de coalitie toch al in januari onder druk komt om keiharde en impopulaire maatregelen te nemen.

In oktober bevestigde het Hof in Den Haag een vonnis in de Urgenda-zaak uit 2015, waarbij de staat wordt verplicht in 2020 een CO2-reductie van 25 procent ten opzichte van 1990 te realiseren.

Dat is dus niet over tien of dertig jaar. Dat is volgend jaar.

En in de coalitie dachten ze in oktober: dan versnellen we de al geplande sluiting van twee kolencentrales, de Hemweg (Amsterdam) en Amer (Geertruidenberg). Nog vorige week maakte Hoekstra eenmalig 500 miljoen euro vrij „om aanvullende CO2-reductie te realiseren”.

Maar inmiddels is gebleken dat de Amercentrale niet meteen dicht kán: dan zit Tilburg zonder stroom.

En in mondelinge contacten van ambtenaren met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) kwam de laatste weken het signaal door dat zelfs versnelde sluiting van beide centrales nog niet voor de helft aan de Urgenda-vereisten voldoet.

Een scenario dat NRCmeteen na het Urgenda-uitspraak trouwens al voorzag.

Officieel worden de PBL-cijfers in januari openbaar, maar de verwachting is dat ze ondershands eind volgende week naar de minister gaan: als de eerder afgegeven signalen worden bevestigd, weten we dan dat Rutte III, los van het Klimaatakkoord, voor 2020 pijnlijke maatregelen moet treffen.

Het PBL publiceerde al in 2015, na het eerste Urgenda-vonnis, een overzicht van korte termijnmaatregelen om aan de vereisten van het vonnis te voldoen. De effectiefste twee: verlaging van de maximumsnelheid op rijkswegen (van 120 naar 100) en versnelling van klimaatvriendelijke woningrenovaties – maatregelen die lage inkomens moeilijk kunnen dragen.

En dat in tijden van gele hesjes.

Ik peilde deze week in CDA en VVD hoe dit soort maatregelen valt, en niet één zei: dat gaan we doen. En zelfs in D66 en CU stond niet iedereen er om te springen.

Evengoed kan de coalitie zich niet langer verschuilen achter mooie klimaatnormen, of achter stoere maatregelen die latere kabinetten moeten uitvoeren.

Het komt nu neer op kiezen. Of de coalitie volgt de rechter en accepteert een blauw oog van de kiezer. Of de coalitie stopt ermee. Dat zijn de twee mogelijkheden.

    • Tom-Jan Meeus