Opinie

Woede van de gele hesjes laat zich niet snel bedwingen

Protesten Bij de rellen in Frankrijk dringt de vergelijking met de protesten in 1968 zich op. Maar de deplorables van nu staan er slechter voor dan de soixante-huitards van toen, schrijft .

Foto AFP

De gele hesjes die het Franse protest dragen, zijn uitgegroeid tot een internationaal symbool. Natuurlijk is het gele veiligheidsattribuut bedoeld om op te vallen in het verkeer, maar deze manifestanten willen vooral zelf gezien worden. In een bestel dat, naar hun aanvoelen, enkel aandacht heeft voor de noden, verlangens en cultuur van de stedelijke welgestelden, is het gele hesje het ultieme kenteken van de miskenden uit de periferie.

Na de zware rellen van afgelopen weekend werd de onvermijdelijke vergelijking getrokken met de historische protesten van 1968. Onterecht, meent Daniel Cohn-Bendit, boegbeeld van de ’68-beweging: „Wij vochten tegen een generaal die de macht had [De Gaulle, gb], de gele hesjes willen een generaal aan de macht helpen.”

Zijn uithaal is niet zonder grond. Een woordvoerder van de gele hesjes in de Vaucluse eiste dinsdag dat president Macron wordt vervangen door generaal De Villiers, de stafchef van de Franse strijdkrachten die in de zomer van 2017 ontslag nam uit onvrede met Macrons besparingen op het defensiebudget. Ook in Frankrijk leeft het verlangen naar een ‘sterke man’. Daarom is er, aldus Cohn-Bendit, anders dan in ’68 geen sprake van een revolutionair klimaat, maar van een hang naar het autoritaire.

De sociale, politieke, economische en ecologische uitdagingen waarmee Macron kampt, zijn onnoemelijk veel complexer dan die waar de Generaal zich vijftig jaar geleden mee geconfronteerd zag. De staking in mei 1968 is weliswaar de grootste uit de Franse geschiedenis, ze bleek al gauw relatief eenvoudig af te kopen. Een stijging van het minimumloon met maar liefst 35 procent, een gemiddelde loonsverhoging van 10 procent en later ook substantiële arbeidsduurverkortingen konden bedrijfsleiders zich in tijden waarin de economische groei rond de vijf procent schommelde best veroorloven. En ook de overheid kon gul zijn – nauwelijks 2 procent van de beroepsbevolking was werkloos. In dat klimaat kon De Gaulle enkele weken nadat de val van zijn regime nakend leek, met verbluffend overwicht de verkiezingen winnen. Daar kan Macron enkele maanden voor de belangrijkste Europese verkiezingen uit de geschiedenis, de Europese Parlementsverkiezingen in mei 2019, beter niet op rekenen.

Lees ook: Franse crisis raakt heel Europa

De beweging van mei 1968 werd getrokken door studenten – zij zouden er uiteindelijk de vruchten van plukken. Misschien voelden ook zij zich aanvankelijk te weinig gezien, maar dat veranderde snel. Ze vormen de grootste hoogopgeleide generatie uit de geschiedenis en hun lange mars door de instellingen heeft hun veelal aanzien, respect en welstand gebracht. De soixante-huitards slaagden er ook in op grote schaal banen te verwerven die ze als zinvol en vervullend hebben ervaren. De woede van de gele hesjes daarentegen, komt in belangrijke mate voort uit het besef dat zij in de wereld van vandaag als deplorables worden gezien, dat hun altijd al geringe welvarendheid verder dreigt af te nemen en dat zelfs het combineren van allerlei klotejobs dat proces niet zal keren.

Kop van Jut

De verschillen tussen 1968 en 2018 mogen dan in het oog springen, het zijn de gelijkenissen die ons het meest zouden moeten interesseren. Behalve politici waren en zijn vooral journalisten de kop van Jut. In 1968 waren sommige Franse studenten ervan overtuigd dat de staatsomroep de geesten verziekte en de mensen voorloog. Dat een aantal journalisten van de omroep vol overtuiging mee ging staken, bewees in zekere zin hun gelijk.

De media gingen zich na 1968 geleidelijk minder als de vertolkers van his master’s voice gedragen, maar weten zich vandaag geconfronteerd met een veel diepgaandere achterdocht. Sommige gele hesjes zijn er zo van overtuigd dat de eigen media niet deugen, dat ze zich liever verlaten op buitenlandse propaganda. Mao’s Rode boekje is vervangen door de Franstalige editie van de Russische zender RT en de stencilmachine door Facebook. En we weten hoe gevaarlijk die cocktail is.

Lees ook: Macron buigt toch voor de straat

Ook andere gevestigde instituties wankelen, en dat maakt de situatie alleen maar explosiever. Net als in 1968 spelen de grote vakbonden nu nauwelijks een rol, overheerst wantrouwen tegen de gevestigde democratie en ruiken radicalen hun kans – toen vooral van extreem-linkse, vandaag van extreem-rechtse, soms zelfs van nauwelijks gecamoufleerde neo-fascistische snit.

Burgerinspraak

Vijftig jaar geleden leidde het wanhopige geschwärm met de ‘buitenparlementaire oppositie’ in sommige landen tot vormen van terrorisme. Het gros van de manifestanten wilde daar niets mee te maken hebben, maar zag wel iets in experimenten met basisdemocratie. Vandaag wordt weliswaar duchtig geëxperimenteerd met burgerinspraak, maar het is een illusie te denken dat het mogen meepraten over bruggen, wegen en plantsoenen de maatschappelijke woede zal doen oplossen.

Zo lang politici de moed ontberen om de echte ongelijkheid aan te pakken zal het vuur blijven smeulen. Het gele hesje is ook in dat opzicht uitstekend gekozen: waar het wordt gedragen, heerst net als op een snelweg overduidelijk gevaar.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.