Opinie

    • Michel Kerres

Wie maakt een einde aan het gevaarlijke Oost-Westspel?

Escaleren is geen kunst. Maar wie kan er de-escaleren, vraagt Michel Kerres zich af, nu de NAVO en Rusland weer ruzie maken over nucleaire wapens.

Het was weer even als vanouds. De Europese NAVO-landen schaarden zich rond de Verenigde Staten en samen maakten ze een vuist tegen Rusland. Na alle fricties over te lage Europese defensie-uitgaven, veroordeelden ze dinsdag eendrachtig de Russische schending van een belangrijk ontwapeningsverdrag. Rusland heeft volgens de NAVO een raket ontwikkeld, de 9M729, die onder het INF-verdrag van 1987 niet is toegestaan.

De NAVO-solidariteit had iets geruststellends. Met de komst van president Trump is er wantrouwen in het bondgenootschap geslopen. Zal hij als het erop aankomt bereid zijn Europa te verdedigen? Hij vroeg zich al eens hardop af of hij Montenegro wel te hulp zou schieten. Het werd raadzaam af en toe over de schouder te kijken of de Amerikaanse president er nog wel staat.

Geld leidt al snel tot verdeeldheid, raketten hebben die eigenschap ook. Solidariteit is mooi, maar is het in dit geval ook zinvol? Lopen de belangen van de Verenigde Staten en Europa hier parallel?

De raketten-kwestie escaleert snel. Op 20 oktober zei Trump dat hij de VS zou terugtrekken uit het INF-verdrag. Op 3 december veroordeelde de NAVO de Russische overtreding en stelde minister van Buitenlandse Zaken Pompeo Rusland een ultimatum van zestig dagen. Als Rusland dan niet tot inkeer is gekomen zullen de VS na zes maanden afscheid nemen van het verdrag.

Een ultimatum. Poetin antwoordde in oktober dat de VS óók in overtreding zijn, maar dat hij graag wil praten. Daar kwam niets van terecht. Nu draaide hij de kwestie om. Als de VS een raket voor de middellange afstand denken nodig te hebben, zei hij, dan zullen wij er ook een ontwikkelen. De kans dat dit met een sisser afloopt wordt steeds kleiner – toch maar vast nadenken over een grafschrift voor het INF-verdrag.

Het verdrag is een afspraak tussen Sovjet-Unie en VS, maar gaat over Europese veiligheid. Eerst hielden de supermachten elkaar onder schot met intercontinentale raketten. Die hadden één voordeel: ze deden er even over om doel te raken. Eind jaren 70 stationeerde de Sovjet-Unie raketten die op Europa gericht waren en binnen tien minuten hun doel vonden. De NAVO antwoordde met de stationering van vergelijkbare raketten. Na tien jaar onderhandelen bereikten de twee een akkoord dat deze middellangeafstandsraketten verbiedt. Tot opluchting van Europa.

Het verdrag hield 30 jaar stand, maar zit Russische én Amerikaanse haviken dwars. Andere landen – Noord-Korea, Iran, China – mogen die wapens wél hebben. In de nieuwe multipolaire wereld vinden sommigen experts het Koude Oorlogs-verdrag daarom een ouderwets keurslijf. Een andere school zegt dat Rusland en de VS die wapens helemaal niet nodig hebben.

Waar blijft Europa in deze confrontatie?

Als Poetin in de fout gaat kan Europa moeilijk anders dan de kant van de VS kiezen. Maar hebben de VS een zinvolle strategie? Ze weten al jaren van de Russische raket. Obama probeerde het met praten op te lossen – dat maakte geen indruk. Trump grijpt nu naar een ultimatum, maar of dat zal helpen? En wat gebeurt er daarna? In de Koude Oorlog dwong Europa onderhandelingen tussen de supermachten af, terwijl de dreiging in stand werd gehouden. Dat was pas solidariteit. Dreigen alleen helpt niet.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.
    • Michel Kerres