Strijd om wild in Oostvaardersplassen is nog niet ten einde

Natuurbeleid Staatsbosbeheer mag beginnen met het afschieten van edelherten. Maar woensdag diende toch weer een rechtszaak.

Het is zover. Vijf maanden na een besluit van Provinciale Staten mag Flevoland doen wat het al bijna twee jaar wil: een begin maken met een ‘reset’ van het natuurgebied Oostvaardersplassen, tussen Almere en Lelystad. Komende week gaat Staatsbosbeheer de eerste van achttienhonderd edelherten afschieten.

Het aantal edelherten was de afgelopen jaren flink gegroeid, en als gevolg daarvan ook weer enorm gedaald tijdens de vorige winter, toen er te weinig voedsel voor alle dieren was en er enkele duizenden stierven, tot afschuw van velen in Nederland. Want jarenlang mocht het gebied dan hebben gegolden als een schitterende etalage van schaarse „wilde natuur” in Nederland, waarin de dieren zo veel mogelijk met rust werden gelaten en zij hun natuurlijke gedrag konden vertonen, na de massale sterfte in de afgelopen winter was er bij vele verontwaardigde Nederlanders weinig waardering meer over.

Het afschieten van de edelherten moet een herhaling van deze hongerdood voorkomen, en het gebied weer maken tot een „vogelparadijs” zoals het volgens de provincie is bedoeld, een gebied waar zeldzame soorten onder Europese bescherming ongestoord kunnen leven.

Wanneer de herten worden afgeschoten, is nog niet bekend. „De exacte start is afhankelijk van diverse factoren zoals de locaties waar de dieren zich op dat moment bevinden, de weersomstandigheden en de veiligheid. Veiligheid en zorgvuldigheid bij het uitvoeren van deze opdracht staan voorop”, meldt Staatsbosbeheer in reactie op de uitspraak.

Met het afschot is de discussie over de Oostvaardersplassen echter nog niet voorbij. Er zijn verschillende actiegroepen die de maatregelen, zoals ze in april dit jaar al waren voorgesteld door een commissie onder voorzitterschap van oud-staatssecretaris Pieter van Geel (CDA), nog lang niet ver genoeg vinden gaan.

Zo diende woensdag voor de rechtbank in Utrecht een rechtszaak die de Stichting Cynthia en Annemieke had aangespannen tegen de staat, de provincie Flevoland en Staatsbosbeheer. De stichting, met ruim negentigduizend volgers op Facebook, is opgericht door twee vrouwen die verontwaardigd zijn over het leed van de grote grazers in het gebied; de edelherten, maar ook de konikpaarden en de heckrunderen. Zij eisen voor de civiele rechtbank dat alle dieren uit het gebied worden weggehaald, behalve vijfhonderd edelherten, en naar elders worden verplaatst om hun een nieuwe „horrorwinter” te besparen.

„De tijd van pappen en nathouden is voorbij”, hield hun advocaat Bas Jongmans de rechter voor. Hun belangrijkste grief is niet zozeer dat het beheer in de Oostvaardersplassen is ontspoord, zoals andere boze burgers wel stellen, zij vinden dat het natuurlijke beleid als geheel „overboord” moet worden gezet.

Dat dit beleid door de jaren heen is gelegitimeerd door democratisch gekozen bestuursorganen, zoals advocaat Jeroen Langbroek van de gedaagde partijen niet moe werd op te merken, doet daar volgens de burgers niets aan af. „Wij denken juist méé met de overheid”, aldus Jongmans. Want die besluiten van de politiek, aldus de redenering, zijn vaak genomen op basis van „misvattingen” en van veronderstellingen over de natuur aldaar die „niet wetenschappelijk” zijn onderbouwd.

Uitspraak over twee weken.