Recensie

Van de 170.000 mensen overleefden 47 het kamp

Sasha Pechersky leidde vijfenzeventig jaar geleden de opstand in vernietigingskamp Sobibor. Selma Leydesdorff reisde de wereld af om dat verhaal op te tekenen.

Joodse Nederlanders in Amsterdam op weg naar concentratiekamp Westerbork, 1942-44 Foto: Getty Images

Het plan was om een tunnel te graven. Enkele Poolse gevangenen vertelden erover aan medegevangene Sasha Pechersky, die in september 1943 samen met zo’n tachtig andere Sovjet-soldaten in Sobibor was beland, het Duitse vernietigingskamp in bezet Polen. Maar hoe verberg je zo’n twintig kubieke meter aarde die bij het graven naar boven zou komen? Pechersky (1909-1990) kreeg al snel de leiding over de samenzwering en smeedde een ander plan. De kans dat ze levend aan de andere kant van de vijftien meter brede mijnschacht zouden belanden was klein in dit plan, maar het voorzag wel in een eervolle dood: vechtend tegen de vijand.

Het kamp telde zo’n 180 bewakers. Minder dan dertig waren Duitser, lid van de SS, en meer dan 150 Oekraïners, voor de oorlog inwoners van de Sovjet-Unie. De Duitsers hadden hen een korte training en zwarte uniformen gegeven. Per trein werden zo’n 170.000 mensen, Joods van geloof of achtergrond, uit heel bezet Europa aangevoerd. Ze werden direct na aankomst vergast. Slechts een paar honderd kregen uitstel. Zij moesten de Duitsers eerst helpen: met kleren uitzoeken, gouden tanden trekken uit de kaken van de doden, hun lijken verbranden, nieuwe barakken bouwen, enzovoorts.

Met beloftes over verstelde uniformen of nieuwe schoenen, lokten de leden van het Pechersky-groepje elf SS’ers naar enkele werkbarakken, waar ze hen met bijlen en messen doodden. Nu was er geen weg terug. Zo’n 300 tot 400 gevangenen drongen zich een weg naar buiten, onder permanent vuur van de bewakers. Zo’n 300 bereikten levend het bos. Na een klopjacht met hulp van Poolse boeren wisten de Duitsers er toch weer 250 te pakken – en te vermoorden; 47 overleefden de oorlog.

Rutger Hauer

Het is niet de enige opstand geweest van Joodse gevangenen in een vernietigingskamp, maar wel de beroemdste, vastgelegd in talloze boeken en zelfs een paar keer verfilmd, één keer met de blonde Rutger Hauer in de rol van de zwartharige Sacha Pechersky. Nu, 75 jaar na de opstand, is er zowel een nieuwe film als een boek van historica Selma Leydesdorff. Voor dat boek reisde ze de hele wereld over. Ze sprak met getuigen en dook archieven in. Alle facetten van het kamp en het leven van Pechersky heeft ze onderzocht. Toch maakt al die bewonderenswaardige arbeid niet als vanzelf een goed boek. Zeker, ze geeft schrijnende, mooie en ontroerende passages uit de memoires van overlevenden. Ze biedt plausibele verklaringen voor de tegenstrijdigheden in hun verhalen en legt overtuigend uit hoe onbetrouwbaar én onmisbaar herinneringen zijn voor een goed begrip van de geschiedenis. Maar de compositie is slordig, zacht gezegd, waarbij de vele herhalingen wijzen op een onderschatting van de lezer. Zo lezen we verscheidene keren dat de opstand plaatshad 22 dagen na Pechersky’s komst, en lezen we meer dan eens dat Pechersky de hele oorlog lang een foto van zijn dochtertje Ella meedroeg. Keer op keer krijgen we te horen dat de Duitse bewakers blij waren niet aan het Oostfront te hoeven vechten en het record gaat uit naar de mededeling dat er relatief weinig onderzoek is verricht naar de kampen van Operatie Reinhard: Belzec, Treblinka, Majdanek en Sobibor. Leydesdorff vertelt het maar liefst elf keer.

Lees ook: Sobibor-overlevende Selma Engel-Wijnberg (96) overleden

Wie het boek met een milde blik leest, accepteert dat het geen voltooide biografie is, maar een soort dossier Sobibor, met extra aandacht voor de opstandelingenleider. Minder milde lezers ontwaren een omgevallen kast, wadend door overlappende tapes, notitievelletjes en boeken. Ze moeten zich overeind zien te houden door zich vast te grijpen aan het sterke verhaal van een tragische held. Want dat was Pechersky. Een man die de oorlog begon als overtuigde communist en geassimileerde Jood, een 32-jarige Rus die geen Jiddisch sprak en geloof hechtte aan de socialistische belofte dat de samenleving allengs blind zou raken voor etniciteit, nationaliteit of religie. Het breken van die belofte, vooral in Stalins naoorlogse antisemitische campagnes, luidde Pechersky’s ondergang in. Hij wilde de wereld vertellen over de opstand in Sobibor en de industriële moord op de Joden, maar mocht dat alleen als hij de Joodse komaf van de gevangenen en zichzelf verzweeg – wat onmogelijk was.

Leydesdorff, die het boek opdraagt aan haar in Sobibor omgebrachte grootouders, kan wél vrijuit schrijven, 28 jaar na Pechersky’s dood, en juist ook over die Joodse achtergrond. Helaas heeft ze dat verhaal niet in een strakkere compositie weten te gieten.

    • Pieter van Os