Ouderwetse dokter in een witte jas

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Huisarts Hans Moolenburgh (1925-2018) ageerde tegen fluoridering van het drinkwater.

Merlijn Doomernik

In de nacht van 5 op 6 december 1944 logeerde Hans Moolenburgh, 19 jaar, bij een vriend in Aerdenhout toen er op de voordeur werd gebonsd. Ze glipten weg door de achterdeur, renden op blote voeten door de sneeuw het bos achter het huis in, en ontkwamen zo aan tewerkstelling in Duitsland. De bezetter zou tijdens deze Sinterklaasrazzia zo’n dertienhonderd jongens en mannen oppakken, van wie een deel de werkkampen niet zou overleven. Moolenburgh had het gevoel dat hij, al rennend, geleid werd van hogerhand. „Ik nam ineens een gekke slingerweg. Daardoor ontweken we exact de Duitse wachtposten, bleek later. Een wonder. Ik heb daarna altijd het gevoel gehad dat ik leefde in geleende tijd. Ik moest wat van mijn leven maken,” zei hij in 2016 in een interview in Trouw.

Hans Moolenburgh werd huisarts. Hij hield praktijk in Haarlem van 1953 tot 2007, en ook daarna – hij was al in de tachtig – behandelde hij nog zo nu en dan patiënten. Een ouderwetse dokter in een witte jas, die zich graag als ‘dokter’ liet aanspreken en 24 uur per dag beschikbaar was. Zijn zoon Michiel: „Zelfs als we op vakantie waren had hij binnen de kortste keren mensen in behandeling.” Zoon David: „Voor een ernstig zieke vrouw schreef hij lange tijd iedere week een verhaal, dat haar verzorgers voorlazen aan haar bed.”

Van begin af aan hield Moolenburgh zich ook bezig met alternatieve geneeswijzen. In militaire dienst had hij zich verdiept in kruidengeneeskunde. Hij was geïnteresseerd in alternatieve kankertherapieën zoals het moermandieet. Uit het hele land kwamen mensen naar zijn praktijk. Hij gaf hun hoop – op genezing, of op meer greep op hun ziekte. Schrijfster Renate Rubinstein (1929-1990), die aan multiple sclerose leed, volgde op zijn advies enige tijd een glutenvrij dieet. In Nee heb je, het aan haar ziekte gewijde boek, schrijft ze over hem: „Elke keer was hij onwankelbaar opgewekt en aardig. [...] Hij geloofde in mij, hij zag mijn toekomst zonnig, hij bleef ondanks zijn witte jas [...] iets jongensachtigs en hartelijks behouden en hij heeft mij nooit een rekening gestuurd.” Karel Glastra van Loon, de schrijver die in 2005 aan een hersentumor overleed, kwam bij geen van zijn behandelaars zo graag als bij dokter Moolenburgh, zo schrijft hij in Ongeneeslijk optimistisch. „De belangrijkste reden daarvoor is dat hij gelooft in de kracht van de menselijke geest en dus in het belang van een positieve instelling ten aanzien van de ziekte.”

„Zelfs als we op vakantie waren had hij binnen de kortste keren mensen in behandeling”

Hans Moolenburgh werd geboren in Haarlem in 1925 en groeide op als enig kind bij een gescheiden moeder. Volgens zijn zoons is zijn wantrouwen jegens autoriteiten, de overheid in het bijzonder, te verklaren uit het feit dat hij opgroeide zonder vader. David: „Zijn favoriete uitspraak was: neem niets voor waar aan, behalve als het van regeringswege ontkend wordt.”

Door lezingen te geven, en via zijn boeken, voerde Moolenburgh voortdurend strijd tegen de ‘gifstromen’ die onze gezondheid bedreigen: landbouwgif in ons voedsel, medicijnresten in het drinkwater, de straling van UMTS-zendmasten, suikers. In het interview in Trouw liet hij blijken het niet voor onmogelijk te houden dat in de Verenigde Staten „verscheidene klokkenluiders op medisch gebied” op last van de farmaceutische industrie waren vermoord. Vanwege deze opvattingen ageerde de Vereniging tegen de Kwakzalverij geregeld tegen hem.

Vriendin Jesse Goossens, Moolenburghs redacteur bij uitgeverij Lemniscaat, ziet hem als een man met een enorme medische kennis en bijzondere kwaliteiten als arts, én als iemand die ‘de nuance zocht’. „Hans heeft nooit patiënten weggehouden van de reguliere geneeskunde. Hij zag zijn alternatieve behandelingen als complementair daaraan, niet als vervanging. Hij was ook niet extreem in zijn opvattingen. Hij stond dan wel kritisch tegenover het vaccineren van kinderen maar toen mijn dochter haar been openhaalde aan prikkeldraad en ik hem om raad vroeg, zei hij: meteen inenten tegen tetanus.”

De belangrijkste strijd die Moolenburgh voerde – en won – was tegen de fluoridering van het drinkwater. Vanaf de jaren vijftig waren daar proeven mee gedaan in Nederland (met de bedoeling tandbederf tegen te gaan). In 1968 zou ook Moolenburghs woonplaats Haarlem ‘gefluorideerd’ worden. Hij sprak zich in ingezonden stukken, lezingen en debatten fel uit tegen deze in zijn ogen volstrekt onaanvaardbare vorm van overheidsbemoeienis. In 1976 trok de regering bij gebrek aan politieke steun het wetsvoorstel om fluoridering mogelijk te maken in. Een grote triomf voor Moolenburgh.

Na de dood, in januari, van zijn vrouw Anneke, met wie hij 75 jaar samen was, verloor Hans Moolenburgh langzaam zijn levenslust. Hij overleed op 6 november. Aan zijn sterfbed vroeg zijn oudste kleindochter of hij haar nog één wijze les wilde meegeven. Zijn antwoord: „Wees altijd nieuwsgierig naar de dag van morgen. En eet niet te veel suiker.”

    • Brigit Kooijman