Onmin in EU over genderkwestie

Cultuuroorlog

Steeds vaker komt het tot een scheiding der geesten tussen West-Europese lidstaten en ‘illiberale’ staten als Polen en Hongarije over Europese waarden.

Demonstranten in de Poolse stad Krakau met een regenboogvlag voor gelijke rechten van de lhbti-gemeenschap in mei van dit jaar. Foto Beata Zawrzel/NurPhoto

Eigenlijk hadden de ministers van Sociale Zaken woensdag in Brussel wel iets anders aan het hoofd dan een cultuuroorlog over gender.

Er stonden zaken op de agenda met wetgevende gevolgen voor werkenden in Europa – en dat gebeurt niet zo vaak op het gebied van Sociale Zaken, waar veel wetgeving nog nationaal is. Woensdag besloten de ministers tot een nieuwe wet ter bescherming tegen bepaalde kankerverwekkende stoffen op de werkvloer (carcinogens). Dat kan 20.000 mensen in de Unie per jaar van kanker redden, volgens voorzitter, de Oostenrijkse minister Beate Hartinger-Klein.

Nog een tamelijk belangrijk besluit dat woensdag viel: de oprichting van een Europese Arbeidsautoriteit. Dit ‘ELA’-agentschap maakt straks van arbeidsinspectie een Europese aangelegenheid. Nu werken nationale arbeidsinspecties wel onderling samen, maar er is geen zicht op uitvoering van arbo-regels in de hele Unie.

Genderkloof

Daarbij vergeleken leek het agendaonderwerp ‘gender, jeugd en digitalisering’ nogal onschuldig. Het ging om een tot niets verplichtende Europese manifestatie van goede bedoelingen: een gedeelde verklaring van de lidstaten dat ze willen voorkomen dat kwetsbare en achtergestelde groepen niet meeprofiteren van de digitalisering van de samenleving– of het nu gaat om robotisering, kunstmatige intelligentie of de techindustrie in het algemeen. Denk aan: vrouwen, plattelandsbewoners, of ook lhbti. Zo stond het althans in de tekst die aanvankelijk was voorbereid.

Het werd het langste politieke debat van de middag. En het lukte niet.

Polen en Hongarije weigerden in te stemmen met een tekst waarin expliciet verwezen werd naar lhbti, of anderszins naar sekse en seksuele oriëntatie in het algemeen.

De cultuuroorlog had Sociale Zaken bereikt. Nieuw is ze niet. Sommige landen, waaronder Nederland, ergeren zich steeds vaker aan eisen van ‘illiberale’ democratieën als Polen en Hongarije over Europese waarden. .

Zeg gender en je hebt debat, of het nu onder ministers van Justitie of Buitenlandse Zaken is. Onlangs lukte het niet het jaarlijks terugkerend verslag over fundamentele rechten aan te nemen: Polen weigerde.

In documenten over de Europese strategie over jeugdbeleid zijn verwijzen naar lhbti verwijderd. Ook debatten over vaderschapsverlof en een internationale conventie over geweld tegen vrouwen lopen moeilijk, wegens definitiekwesties over sekse.

‘Genetische kenmerken’

Dit keer kreeg het debat een opvallende wending door de rol van roulerend voorzitter Oostenrijk. Minister Beate Hartinger-Klein, lid van de extreem-rechtse FPÖ, had op het Pools-Hongaarse bezwaar gereageerd met een compromis waar de verwijzing naar gender was vervangen door „genetische kenmerken”.

Dat schoot een aantal landen in het verkeerde keelgat, zoals minister Wouter Koolmees (D66), het dinsdag uitdrukte. Volgens hem stond de kwestie voor een „terugtrekkende beweging” in Europa over waarden.

Na een belrondje in twee dagen kwamen de Benelux, Duitsland en nog enkele landen dinsdag met een eigen verklaring - buiten voorzitter Oostenrijk om, mét lhbti weer in de tekst. „Het is een principieel punt”. zei Koolmees na afloop. „We wilden laten zien dat we in Europa geen compromis over waarden sluiten”.

De operatie kreeg dinsdag uiteindelijk de steun van 19 lidstaten - van Slovenië tot Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Daarop besloot Hartinger-Klein het eigen voorstel te laten vallen. „LHBTI staat er natuurlijk nadrukkelijk in”, zei ze na afloop over haar conclusies als voorzitter. Maar een gemeenschappelijk standpunt van een hele raad van Europese ministers met lhbti erin, die tijd lijkt voorbij.

    • René Moerland