Langeafstandsloper Susan Krumins: „Luxe ervaar ik als een vorm van beloning voor al die harde trainingen.”

Mentaal sterker dan de Afrikaanse concurrenten. Nu nog sneller

Interview Susan Krumins

Susan Krumins (32) is zondag bij de EK cross in Tilburg de kopvrouw van de Nederlandse ploeg. Voor de langeafstandsloper is de wedstrijd een tussenstop op haar route naar Tokio 2020.

Aan haar keukentafel in een Hilversums appartement herinnert Susan Krumins in niets aan de atlete die in het Olympisch Stadion van Berlijn aan de finish als een uitgewrongen vaatdoek ineenzakte. De hardloopster die voor het huwelijk met haar grote Australische liefde als Susan Kuijken door het leven ging, is volledig hersteld van haar meest verzuurde tien kilometer ooit en praat achter een kop koffie uitgebreid over haar bloeiende carrière.

Een dramatisch beeld, dat van die ‘vaatdoek’, maar bovenal een dierbare herinnering, omdat ze aan die memorabele race van deze zomer een zilveren EK-medaille overhield. Een heroïsche prestatie, dat was het, met één schrammetje: Krumins werd opnieuw verslagen door een (geboren) Afrikaanse. Om gek van te worden?

Nee, eerder moedeloos, al wenst Krumins dat gevoel niet tot haar gemoedstoestand te laten doordringen. De 32-jarige atleet wil de resterende tijd aan de top niet verspillen met frustraties. Die Afrikanen zijn er nu eenmaal, dat is onomkeerbaar. En dat een aantal is genaturaliseerd in diverse Europese landen is ook een feit.

Ze zijn tegenwoordig overal en moeilijk te verslaan, vertel Krumins wat. Maar zich daarbij neerleggen is een vorm van fatalisme waaraan de van nature vrolijke, optimistische langeafstandsloper niet wenst toe te geven. Hoofd omhoog, kin vooruit en de strijd aangaan, dat is Krumins’ motto. Want ooit, ja ooit, komt de dag dat ze al haar Afrikaanse tegenstanders zal verslaan. Hoopt ze.

Stelling: een witte atlete wordt nooit olympisch of wereldkampioen op de 5 en 10 kilometer.

Susan Krumins: „Dat klopt niet, zeker niet omdat je wit bent. Het is haalbaar. Natuurlijk hebben Afrikanen een genetisch voordeel en verblijven ze veel op hoogte, maar wij witte atleten hebben andere pluspunten. Ik ben mentaal sterker, omdat ik er harder voor heb moeten werken om op topniveau te komen.”

Zijn Afrikanen te verslaan, denk je?

„Ja, dat denk ik echt. Zij kunnen ook pijntjes hebben, of een slechte dag. Als je een finale loopt met vijftien meiden van wie tien uit Afrika moet je wel heel veel goede Afrikaanse tegenstanders verslaan om goud te winnen. De kans op een podiumplaats is dan groter. Voor een gouden medaille moet alles perfect verlopen. Op wereldniveau richt ik me daarom altijd op het podium.”

Maar een topatlete wil ook winnen.

„Natuurlijk, maar voor het podium lopen, vind ik hetzelfde als voor de overwinning lopen. De tactiek is dan niet anders. De podiumplaatsen worden doorgaans in de laatste ronde verdeeld. Om te kunnen winnen, moet je eerst op het podium zien te komen. Trouwens, op wereldniveau is een overwinning niet te plannen.”

Podium of winnen, dat is toch wel degelijk een verschil.

„Ik loop niet alleen om te winnen. Zelfs als ik ooit zou denken dat een Afrikaanse niet is te verslaan, is het voor mij niet nutteloos om aan een wedstrijd te beginnen. Als ik een podiumplaats haal, heb ik ook Afrikaanse meiden verslagen. Je kunt niet iedereen op één hoop gooien en zeggen: de Afrikanen zijn niet te verslaan. Het zijn afzonderlijke atleten. Een aantal heb ik verslagen, een aantal niet. Maar toegeven dat Afrikanen à priori winnen, doe ik nooit. Niemand is onverslaanbaar.”

Frustrerend dat bij EK’s genaturaliseerde Afrikanen opduiken?

„Zeker toen ik in 2014 bij de EK in Zürich derde werd op de 5 kilometer, mijn eerste podiumplaats. Ik werd verslagen door de Zweedse Meraf Bahta, een geboren Eritrese, en Sifan Hassan, van oorsprong een Ethiopische. Die waren het jaar ervoor, bij de WK in Moskou, er nog niets eens bij. Ja, dat frustreerde. Op een goed moment heb ik gedacht: ik laat me hierdoor niet uit het veld slaan. Het is de realiteit. De wereld verandert en er wonen ook Afrikanen in Europa.”

En dan is op de EK in Berlijn een in Kenia geboren Israëlische sneller.

„Ik wist aanvankelijk niet dat Israël als atletiekland bij Europa hoort. Dát was voor mij een verrassing. Ik had nooit eerder een Israëlische concurrente meegemaakt. Ja, ik kende Lonah Salpeter. Ze won de Europa Cup, vandaar. Ik dacht niet bij de start: hé, wat doe jij hier? Zij is getrouwd met een Israëliër en heeft daar familie. Dan kan ik er vrede mee hebben.”

Wat weet je van Afrika? Ooit bezocht?

„Ja, twee keer Zuid-Afrika, voor een trainingsstage met de Atletiekunie. Die tweede keer werd er bij ons huis ingebroken. Liepen er boeven door de kamer terwijl ik sliep. Mensen worden daar ook ‘gewoon’ vermoord, omdat ze geld weigeren te geven. Ik hoef niet terug, veel te onveilig. Wilde januari vorig jaar op hoogte trainen en dat kan in die periode alleen op het zuidelijk halfrond. Stage gepland in Iten, Kenia. Raakte ik geblesseerd en moest ik die reis afblazen. Was wel nieuwsgierig naar de Afrikaanse loopcultuur. Had het leuk gevonden ’s ochtends met een grote trainingsgroep mee te gaan om te zien of zou kunnen aanhaken. Nee, ik zou niet, zoals Michel Butter, voor langere tijd in afzondering naar Kenia gaan. Daarvoor ben ik te verwend, heb ik te veel luxe nodig. Luxe ervaar ik als een vorm van beloning voor al die harde trainingen.”

Ooit zei je in shock te zijn over het wereldrecord 10 kilometer van de Ethiopische Almaz Ayana. Waarom?

„Een tijd van 29.17,45 minuten is zó snel, daarom.”

Suggereer je gebruik van doping?

„Dat heb ik niet gezegd. Ik zou willen weten hoe ze traint om zo snel te kunnen lopen. Mijn persoonlijk record is 31.31,97. Ik zou niet weten hoe hard ik moet trainen om op een tijd van rond de 30 minuten uit te komen. Moet ik bijvoorbeeld setjes van 10 x 1.000 meter opvoeren tot 15 x 1.000 meter of 20 x 1.000 meter in een nog hoger tempo? Dat lukt me echt niet. Wat Ayan deed, gaat nog een stap verder, hè?Ze liep nóg eens 40 seconden sneller. Nee, ik zet daar pertinent geen vraagtekens bij. Als de winnares tien kilometer in 29 minuten loopt, is zij onverslaanbaar. Zo’n tijd is voor mij echt onhaalbaar.”

Jouw Australische trainer Nic Bideau is een ‘character’. Tevreden?

„Ja, het gaat hartstikke goed. Hij vertelt altijd de waarheid, windt er geen doekjes om. Atleten die daar niet tegen kunnen, blijven niet lang. Waarom die aanpak bij mij wel werkt? Omdat ik geen tijd te verliezen heb. Bij Nic is het: zeg wat ik moet doen, dan ga ik aan het werk.”

Dat klinkt volgzaam.

„Maar is het niet. Ik heb ook mijn eigen inbreng. Ik wil dat hij me op fouten wijst, zodat ik ervan kan leren. Hij is heel goed in plannen, is constant bezig die perfect te krijgen. Uit mijn feedback kan hij steeds weer afleiden hoe ik ervoor sta. En zijn aanwijzingen kloppen vrijwel altijd, dat heeft de praktijk uitgewezen.”

De trainer is ook jouw manager. Zijn dat geen botsende belangen?

„Nee, als je een manager hebt die wil dat je voor geld een wedstrijd loopt en de coach wil dat niet, botst dat. Nu voorkom je verkeerde beslissingen. Als ik meer wedstrijden voor geld zou lopen, is dat een domme keuze. Nic wil dat ik het best loop op grote toernooien, dat is het belangrijkste. De trainer en manager in hem zitten elkaar niet in de weg. Jazeker heeft hij mij verteld wat volgens hem voor mij haalbaar is: op mondiaal niveau een medaille halen, denkt hij. Ja, uiteindelijk op de Olympische Spelen van 2020 in Tokio. Dat is het allesomvattende doel.”

    • Henk Stouwdam