‘Keessie’ is geboren voor de mensen

boekpresentatie Kees Verkerk

In zijn biografie ‘Keessie’ vertelt schaatslegende Kees Verkerk verhalen over zijn glorietijd, toen ‘zijn’ cafe het centrum van de wereld was.

Kees Verkerk in 1969 in een bijzondere schaatsoutfit vanwege de hoge temperaturen. „Ik kijk niet naar zo’n wereldbeker in Polen. De besten doen niet mee.” Foto Cor Mulder/ANP

In de gestage regen staat het monumentale café in Puttershoek, uit 1629, er op deze feestelijke vrijdag wat troosteloos bij aan de oever van de Oude Maas. Het feest is op de ijs- en skeelerbaan aan de rand van het dorp, waar in een overvolle kantine de biografie van Kees Verkerk wordt gepresenteerd. De schaatslegende uit de jaren zestig en zeventig reikt het eerste exemplaar uit aan Ard Schenk en zijn Noorse vrouw Sally. Hij krijgt een gouden speld van schaatsbond KNSB. „En nu gauw aan de soep”, grapt hij.

Verkerk mag dan 76 zijn, hij trekt dezer dagen meer aandacht dan de wereldbeker van dit weekeinde in Polen. Zie hem gloriëren rond de presentatie van zijn boek Keessie, geschreven door journalist Jeroen Haarsma. Optredens van DWDD tot Omroep Max, het ene interview na het andere. Even speciaal gekomen uit zijn Noorse woonplaats Kristiansand, waar hij en zijn familie een camping met appartementen runnen. Om met plezier nog eens de verhalen van vroeger te vertellen. De glorietijd van Ard en Keessie, toen hij samen met Schenk Nederland schaatsgek maakte. Over de bontmuts van zijn overleden moeder. En het café van zijn vader.

Een halve eeuw geleden was ’t Veerhuys winters lang „het centrum van de wereld”. Van heinde en verre kwamen ze naar de kroeg in Puttershoek, toen een Zuid-Hollands dorpje van krap tweeduizend inwoners. De trapjes voor de deur en de tuitgevel werden ‘wereldberoemd’. „God en alleman zijn bij ons binnen geweest”, herinnert Verkerk zich.

Zoals bij de huldiging in 1966, toen hij ondanks een val tweede werd bij het EK in Deventer en later in het Zweedse Gotenburg zijn eerste van twee wereldtitels pakte. „Er waren 15.000 man in het dorp. Kreeg ik een Triumph, in bruikleen. Man, ik was in dat ding niet bij te houden!” Na afloop was er groot feest in ’t Veerhuys. „Een goudmijn voor mijn vader.” Zelf is de ‘kasteleinszoon uit Puttershoek’ niet te beroerd om zijn fans te vermaken. „Speelde ik wat op het orgel.”

Iedereen wilde destijds ‘het café van Keessie’ zien. „Groot of klein, arm of rijk, maakte ons niet uit. Iedereen aan de bar was een vriend.” Schenk en de kernploeg zijn er regelmatig. Net als buitenlandse concurrenten, van de Japanse sprinter Keiichi Suzuki tot de Noorse stayer Fred Anton Maier. „Dagje vissen, kipje eten en wat bier drinken. Ik hoor het Fred om kwart over twaalf nog zeggen: ‘Ik heb een nieuw wereldrecord, ik ben dronken.’ Wat een vent.”

Avonden met Suurbier en Swart

Zelfs het grote Ajax, dat begin jaren zeventig drie keer op rij de Europa Cup 1 wint, weet de weg. Onvergetelijke feestavonden met spelers als Sjaak Swart, Johan Neeskens, Wim Suurbier en Ruud Krol na gewonnen finales. „Drinken, hapje eten erbij. Ze gingen midden in de nacht met een bus terug naar Amsterdam. Ik hoorde later van Sjaak dat ze de hele weg hadden zitten zingen. Nog nooit zo’n leuke avond gehad.”

Johan Cruijff en ‘Pietje’ Keizer zijn er niet meer, mijmert Verkerk. „Fred Maier is ook weg. Dat krijg je steeds meer als je 76 bent: die is ziek, die is dood.” En het schaatsen is ook niet meer wat het is geweest. „Ik kijk niet naar zo’n wereldbeker in Polen. De besten doen niet mee, heb ik van Ard gehoord.”

’t Veerhuys is de bakermat van zijn enorme populariteit, beseft hij. „Ik ben in de kroeg opgegroeid.” De ‘getapte’ Verkerk sprak bij velen zelfs meer aan dan de wat ‘drogere’ Schenk. „Ik ben voor de mens geboren”, zegt hij met een twinkeling in de ogen. „Alles voor de service, de klant is koning.” Zijn naam leeft voort in Kees Antson, zoon van zijn Estse concurrent Ants Antson. In een tulp, paprika en renpaard. In Puttershoek heeft hij een eigen standbeeld, sporthal en ijsbaan zijn naar hem vernoemd. „Ik ben er al 45 jaar weg maar daar wonen mijn echte fans.”

Zijn orgel klinkt nog altijd in Hamresanden Resort, als hij voor de gasten speelt. Een weekje boekpromotie in Nederland is genoeg, dan gaat Verkerk terug naar Noorwegen. „Sally is zondag jarig, dan hebben we een dag met familie en kinderen rond de kerstboom.” Kerst is nog altijd een drukke tijd. „Dan komen de mensen dineren, zit ik twee of drie uur achter het orgel. Pippi Langkous voor de kinderen, ‘Are you lonesome tonight’ voor de ouderen. Gooi ik er allemaal zo uit. En die mensen komen elk jaar terug.”

Op de middag van zijn boekpresentatie is het beroemde café aan de Oude Maas nog leeg. „Is er een boek van Kees?”, vraagt de vrouw achter de bar. Ze wijst op wat foto’s van de oude kampioen, een schaats en een mozaïek van ‘Ard en Keessie’. „Dit café zal altijd met hem verbonden blijven. Helaas zien we hem hier niet vaak.” Zaterdagavond is er in ’t Veerhuys een ‘Billenshake’.

Jeroen Haarsma: Keessie. Overamstel, 318 blz. € 21,99
    • Maarten Scholten