Foto Merlijn Doomernik

‘Ik had tot elf zintuigen kunnen gaan’

Iris Sommer Psychiater en neurowetenschapper Om extreme prikkeling van alle zintuigen te ervaren ging hoogleraar psychiatrie Iris Sommer naar India. Ze is gefascineerd door afwijkingen in zintuiglijke waarnemingen. Eind oktober verscheen haar populair-wetenschappelijke boek De zeven zintuigen.

De zeven zintuigen heet het nieuwe populair-wetenschappelijke boek van psychiater en neurowetenschapper Iris Sommer. Zeven! Op de wetenschapsredactie van NRC wordt het idee van een zésde zintuig al met enige argwaan ontvangen. Maar juist dat ‘zesde zintuig’ wilde Sommer per se in haar boek opnemen. „Ik heb zelf veel onderzoek gedaan naar ‘bijzondere waarnemingen’. Hallucinaties dus, maar mensen noemen dat zelf soms een ‘ingeving’ of een ‘bezoek van een entiteit’. Zulke waarnemingen kunnen voelen als intuïtie. Daar heb ik dus wel wat over te vertellen.” Lachend: „En ik ben de schrijver, dus ik bepaal wat een zintuig is in dit boek.”

Haar zevende zintuig, na reuk, smaak, zicht, tast, gehoor en intuïtie, is het evenwichtszintuig, dat ons in balans houdt, zelfs al zouden we op hakken van vijftien centimeter lopen. Ook met dat zintuig kan van alles misgaan – afwijkingen in de zintuiglijke waarneming fascineren Sommer het meest, ook als mensen er niet bij hallucineren. „Het evenwichtsorgaan werkt met kleine steentjes die over de trilharen bewegen, en als die steentjes spontaan aan de wandel gaan, voel je je doodsberoerd, dan krijg je een enorme draaiduizeligheid.”

Zeven zintuigen dus. Dat allittereert mooi, zegt ze tevreden. „Kijk, dat we meer dan vijf zintuigen hebben, is wel duidelijk. Ik had ook tot elf kunnen komen. Gevoel beschrijf ik als één zintuig en dat zijn er eigenlijk meer. Temperatuurwaarneming. Pijnwaarneming. Tast. Proprioceptie, dat is zelfgevoel …”

In haar boek wisselen hoofdstukken over een zintuig en hoofdstukken over Sommers reiservaringen in India elkaar af. Ze ging daar speciaal naartoe om voor het boek sensory overload te ervaren, schrijft ze: extreme prikkeling van alle zintuigen.

Was dat écht de reden dat u naar India ging?

„Ja, niet omdat ik zo graag wilde. India was voor mij echt uit de comfort zone. En dan ook nog met m’n dochter van begin twintig … Maar ik móést van mezelf. Een vorige versie van het boek speelde in Florence. Daar heb ik ieder jaar een congres, ik ken het goed. Maar ik miste de heftigheid. Florence is mooi, maar zó keurig. Dus ik verloor een jaar werk, maar het was echt de moeite waard om mijn ervaringen in Mumbai te koppelen aan de zintuigen. Bijvoorbeeld scherp eten: ze hebben daar op de markt echt honderd verschillende soorten peper in allerlei kleurtjes.

„En het viel me op dat mensen in India zo anders met pijn omgaan dan wij. Wij zijn bang voor pijn; daar hoort het meer bij het leven en vinden mensen het een goeie eigenschap om pijn te kunnen verdragen. Er zijn goeroes die zich daarin bekwamen. Als je leert pijn te verdragen, leer je het leven te verdragen. En pijn verdragen kan ook een manier zijn om jezelf te ‘reinigen’. Dat was voor mij best een eyeopener, ik ben als arts gewend om zo veel mogelijk pijn weg te nemen.”

U schrijft dat mensen scherp eten het lekkerst vinden als het bijna pijn doet. Geldt voor alle zintuigen dat mensen graag die grens opzoeken?

„Dat is een goeie. Ik denk dat zintuiglijke prikkeling die nét even wat verder voert dan je gewend bent inderdaad voldoening geeft. Prikkeling die je het verschil laat zien tussen wat je kent en wat nog niet: een andere lichtval, een andere stad, andere geuren.”

Heeft het schrijven van het boek u geholpen bij uw onderzoek?

„Zeker. Een hallucinatie is een waarneming, en als hersenonderzoeker had ik me vooral beziggehouden met het deel dat zich in de hersenen afspeelt. Maar er gebeurt ook veel in de zintuigen. Ik kwam erachter hoeveel ouderen – in brede zin, dus vanaf een jaar of vijftig – iets mankeren aan de zintuigen. Vaak is er iets mis met smaak of reuk, soms door medicijnen, soms door ziekte, waardoor mensen minder genieten van eten. Dan vallen ze af en worden kwetsbaar. Als arts check ik dat nu beter bij mensen die afvallen: proef je nog goed, ruik je nog goed?”

U behandelt dus ook patiënten?

„Ja, ik heb twintig jaar gewerkt met mensen met psychotische stoornissen, vaak schizofrenie, en ik werk nu een jaar als psychiater op de parkinsonpoli. Dat zijn oudere mensen, vaak met psychotische klachten, en die hebben andere soorten hallucinaties. Bijvoorbeeld geurhallucinaties, voor mijn boek erg interessant. Of ze krijgen ‘bezoek’. Dan zeggen ze ‘die en die was er net’, terwijl er niemand is geweest. Dat is anders dan bij een psychose, daarbij is het toch vaak eng als er iemand in de kamer komt. Ik vind dat nog steeds machtig interessant. En ik kan mensen met hallucinaties inmiddels ook goed helpen.”

Hoe dan?

„Er zijn behandelingen om hallucinaties te verminderen en in gesprekken kun je mensen leren ermee om te gaan. Meestal doe ik allebei, gesprekken én medicijnen. Of transcraniale magnetische stimulatie; een voordeel daarvan is dat het bijna geen bijwerkingen heeft.

„Medicatie is er in verschillende soorten. Bij ouderen met parkinson of alzheimer is de boodschapperstof acetylcholine soms verlaagd. Het verhogen daarvan kan dan helpen tegen hallucinaties. Tekorten aan acetylcholine geven vaak een wat neutraal type hallucinatie, zoals die ‘bezoekers’ waar ik het net over had. Acetylcholine is bijna nooit verlaagd bij jongeren.

„Als iemand heel angstige hallucinaties heeft, is dat typisch verhoogd dopamine. Dopamine werkt als een soort gele markeerstift: het wordt vrijgemaakt als je dingen waarneemt die belangrijk zijn. Bij psychoses wordt het vaak vrijgemaakt en gekoppeld aan iets wat niet zo belangrijk is. Daardoor lijkt datgene wél belangrijk, en meestal is het signaal: gevaar. Omdat angst nu eenmaal de heftigste emotie is. We onthouden angstige dingen ook het allerbeste. Er bestaan psychoses met heel heftige, positieve emoties, maar die zijn zeldzaam.

„De meeste mensen met hallucinaties die bij mij komen, willen er trouwens vanaf, maar niet iedereen. Sommige mensen zien ze als een gave: een zesde zintuig.”

    • Ellen de Bruin