Foto Frank Ruiter

‘Ik bad tot God of ik maar niet ‘dat ene’ zou zijn’

Dino Suhonic (34) kwam er op zijn 25ste achter dat hij op mannen valt – wat een worsteling met zichzelf als moslim teweegbracht. „Ik was het nou eenmaal allebei, dus het bestaat. Ik besta. De vraag is niet óf het kan samengaan, maar hoe.”

De moeder van de toen 8-jarige Dino Suhonic verwachtte dat de Bosnische oorlog snel voorbij zou zijn. Het was 1992, zijn moeder vluchtte met hem en zijn oudere broer naar Nederland voor het geweld. „Ze deed het voorkomen alsof we met vakantie gingen”, zegt Dino Suhonic. „Maar ik zag al die uniformen en controleposten ook wel. Na een paar maanden nam ze ons weer mee naar huis, naar mijn vader die was achtergebleven. Mijn moeders inschatting klopte niet, de oorlog moest eigenlijk nog beginnen.

„Op 19 april 1993 liep ik in Zenica langs een winkelcentrum waar een paar minuten later een bom op viel. In een oorlog is de dood heel dicht bij, hij kan op iedere hoek staan. Op een dag werd het lichaam van mijn buurjongen, die een paar jaar ouder was dan ik, bij zijn ouders afgeleverd. Ik weet niet eens meer of hij was gesneuveld aan het front of was omgekomen bij een aanslag. Hij werd zo voor hun deur uit een vrachtwagen gegooid. Alsof er werd gezegd: deal with it.”

Dino Suhonic hield vast aan zijn geloof, vertelt hij, „ aan God. Hoe kon ik anders betekenis geven aan zo veel dood en ellende? Het ene moment was ik onverschillig ten opzichte van de dood, maar het volgende moment was ik weer dankbaar dat ik nog leefde.”

Op de ‘chique’ manier naar Nederland

In 2003, hij was 19 jaar, kwam Suhonic alsnog in Nederland. Op de „chique” manier, zegt hij. „Ik ging een lerarenopleiding aardrijkskunde volgen in Utrecht. Binnen een jaar moest ik het ‘staatsexamen Nederlands als tweede taal’ hebben gehaald, anders moest ik terug naar Bosnië.” Hij haalde het examen binnen een half jaar.

Zijn geloof stond niet ter discussie – totdat Suhonic op zijn 25ste aan zijn geaardheid begon te twijfelen. „Ik dacht: ben ik wel een ‘gewone’ jongen? Ik deed pogingen om relaties aan te gaan met meisjes, maar het voelde steeds als een vriendschap. Ik bad tot God of ik maar niet ‘dat ene’ zou zijn. Toen werd ik verliefd op een jongen die ik online had ontmoet en meteen volgde er een gevoel van minderwaardigheid: als moslim hóórt dat niet.”

Het contact liep op niets uit, maar Suhonic wist nu zeker dat hij op jongens viel. Hij kreeg gezondheidsklachten, zoals hartkloppingen, en de huisarts stuurde hem naar een cardioloog. „Eigenlijk voelde ik wel waardoor die klachten werden veroorzaakt: de zelfhaat tastte mijn lichaam aan. In de Bosnische samenleving wordt er niet over homoseksualiteit gesproken en áls er al over gesproken wordt, dan is het iets heel slechts, een ziekte.”

Probeerde ik een ‘supermoslim’ te zijn om mijn onbewuste queer gevoelens te laten verdwijnen?

Ondanks de zelfhaat ging Suhonic naar gayfeesten en sprak hij af met mannen. „Ik had het gevoel dat ik iets moest inhalen. Mijn emoties waren heel heftig, ik leek wel een puber. Wilde ik nu nog wel moslim zijn? Zou die identiteit mij niet belemmeren om helemaal mezelf te zijn?” Maar een leven zonder islam kon “hij zich niet voorstellen. „Was alles wat ik nu geleerd had van de islam dan nu weg? Het is gewoon een onderdeel van mijn identiteit. De islam geeft mij een heel warm gevoel, ik wilde dat niet kwijt.”

Hij begon op internet te zoeken naar islamitische zienswijzen op homoseksualiteit. Overigens gebruikt hij er zelf liever het woord ‘queer’ voor.

In 2011 ging Suhonic naar een lezing van de homoseksuele imam Muhsin Hendricks uit Zuid-Afrika. „Mijn eerste gedachte was: die man spoort niet. Een homoseksuele imam, dat kán helemaal niet. Toch wilde ik weten wat hij te melden had. De bijeenkomst was in Amsterdam. Ik had een sjaal om, een muts en een zonnebril op, om maar niet herkend te worden. Belachelijk achteraf, maar zo bang was ik om herkend te worden.”

Meer Dino’s voorkomen

De boodschap van Hendricks dat de Koran door een bril van barmhartigheid gelezen moet worden, maakte toch indruk op hem. Moed gaf hem ook het idee dat er nauwkeurig gekeken moet worden naar de context waarin specifieke Koranverzen zijn geopenbaard – en dat het afwijzen van twee mannen die met elkaar slapen niet per se over homoseksualiteit gaat, maar over machtsmisbruik of verkrachting „Ik besloot dat ik mijn queer- en moslimidentiteiten met elkaar wilde verbinden. Ik was het nou eenmaal allebei, dus het bestaat. Ik besta. Dus de vraag is niet óf het kan samengaan, maar hoe.”

Suhonic wilde zijn kennis en ervaringen delen en richtte in 2012 met de Marokkaans-Nederlandse Dounia Jari de stichting Maruf op. „Ik wilde een community creëren die me kracht en inspiratie gaf en tegelijkertijd voorkomen dat er meer Dino’s kwamen: LHBTQ-moslims die zo hebben geworsteld met zichzelf. Maruf is een Arabisch woord dat onder meer ‘universeel geaccepteerd’ betekent. We bieden hulp door gesprekken en workshops, maar we organiseren ook iftar-maaltijden tijdens de ramadan.”

Als iemand tegen me zegt: weet je wel dat je naar de hel gaat? Dan zeg ik: Ik werk niet voor de visumdienst van Allah

Sommige mensen bij Maruf, zegt hij, willen hun echte naam niet geven. „Anderen zeggen: groet me niet als je me tegenkomt op straat. Ook prima. Je hoeft jezelf niet te verdedigen.” Wat niet betekent dat Suhonic vindt dat je als queer moslim je hele leven in handen van je familie moet leggen. „Als je openheid wilt geven over je geaardheid en je familie dat vervolgens ontkent of je naar een imam stuurt om je te laten genezen, dan denk ik: nee. Daar moet je tegenin gaan. We gaan strijden.”

Supermoslim

Hij vertelt dat zijn oma’s erg gelovig waren. „Mijn ouders minder. Zij speelden bijvoorbeeld thuis kaart, dat vond ik niet leuk. Dat was verspilling van tijd en dus onislamitisch. Ik liet mijn ouders wel merken dat ik dat afkeurde, maar dat pikten zij niet. ‘Je hoeft je niet verheven te voelen boven anderen die minder bezig zijn met hun geloof’, zeiden ze. Achteraf denk ik: was ik aan het overcompenseren? Probeerde ik een ‘supermoslim’ te zijn om mijn onbewuste queer gevoelens te laten verdwijnen?”

Lees ook: Tolerantie voor lhbt’ers blijkt een dun laagje vernis

Zijn vader is inmiddels overleden, zijn moeder woont nog steeds in Bosnië. „We hebben heel veel contact, zoals dat vaak gaat tussen gay mannen en hun moeders.” Hij heeft het haar „vrij spontaan verteld toen ik bij haar op bezoek was”, vertelt hij. „Ik was toen een jaar of 26. We waren tv aan het kijken en opeens zei ze: ‘Ik droom steeds dat je verdrinkt.’ Toen heb ik haar gezegd dat ik ‘anders’ ben. Dat mijn toekomst er niet uit ging zien zoals ze verwachtte, met vrouw en kinderen.” Het woord ‘homo’ heeft hij niet eens gebruikt. „Dat hoefde ook niet, dit was genoeg. Ik gunde mijn moeder de tijd om daarover na te denken, ik heb er zelf immers ook een aantal jaar voor nodig gehad. Ik weet niet eens precies meer hoe ze reageerde, maar het was goed.”

Ook op de scholen waar Suhonic als docent aardrijkskunde werkte, besloot hij uiteindelijk open te zijn over zijn geaardheid. „Je hoeft niet alles over je privéleven te vertellen, maar als je echt een relatie wilt opbouwen met je leerlingen dan moet je toch iets van jezelf laten zien. Dus heb ik verteld dat ik op mannen val. Er waren islamitische leerlingen bij die dat moeilijk vonden, ja. Die zeiden: ‘Maar meneer, het is een zonde.’ Dan antwoordde ik: ‘Ik weet niet zeker of het een zonde is. Maar wat jij er ook van vindt, het gaat mij erom dat jij en ik goed met elkaar blijven omgaan.’ Wat moet ik dan tegen zo’n jongen zeggen? ‘Wat primitief zeg, dat jij het een zonde vindt’? Nee, ik geef die leerling de ruimte om zijn gevoelens te uiten. Want waar gaat hij dat gesprek over homoseksualiteit en islam anders voeren?

Lees ook het interview met cabaretier Alex Klaasen: ‘Ik moet me als homo nu verdedigen in onze maatschappij’

,,Als iemand tegen me zegt: weet je wel dat je naar de hel gaat? Dan zeg ik: Ik werk niet voor de visumdienst van Allah.” Suhonic lacht erom. „,Maar ik geloof dat het er uiteindelijk op neerkomt of je een goed mens bent. De rest is secundair.”

Nachtmerries over de oorlog

Lange tijd heeft hij fulltime lesgegeven, nu geeft hij als freelancer workshops en lezingen over de combinatie islam en LHBTQ. Hij doet een voorbereidend jaar voor de master gender, sexuality and society aan de Universiteit van Amsterdam. Hij woont samen met zijn vriend. „Ik geniet van mijn overwinningen en eigenlijk gaat het heel goed. Toch heb ik nog wel eens nachtmerries over de oorlog. Of ik doe na tien uur ’s avonds zonder nadenken de lichten in huis uit. Dat deden we vroeger, zodat de bommenwerpers niet konden zien dat er een stad onder ze ligt.”

    • Anna Krijger