Hoe gevoelig is de snavel van een vogel?

Durf te vragen Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Vandaag: de specht roffelt zonder snavelpijn. De kiwi stoot zijn snavel liever niet.

Haren kun je pijnloos knippen, nagels ook: ze bestaan uit het hoornachtige materiaal keratine, en er zitten geen zenuwen in. Hoe zit dat met vogelsnavels? Ook die hebben een buitenlaag van keratine. Maar het afknippen van kippensnavels is niet voor niets vanaf 1 januari 2019 verboden in de Nederlandse pluimveehouderij. De Britse ornitholoog Tim Birkhead, auteur van het boek Bird Sense, licht per e-mail toe hoe gevoelig de vogelsnavel is. Onder die beschermlaag van keratine zitten een heleboel zenuwcellen – vergelijk het met onze huid, die ook een buitenlaag van keratine heeft en toch gevoelig is. Vooral in de snavelpunt zitten veel zenuwen, schrijft Birkhead. „Die gevoeligheid komt vogels onder andere van pas bij het reinigen van hun veren – zo kunnen ze voelen of er bijvoorbeeld een teek zit die verwijderd moet worden.”

Ook bij het zoeken naar voedsel kan een gevoelige snavel helpen. Al in 1600 schreef de Engelsman John Clayton over zenuwen in een eendensnavel, die ze gebruikten om eetbare van oneetbare dingen te scheiden – niet op basis van geur, maar op basis van gevoel. Tim Birkhead: „In die eendensnavel zitten ontzettend veel tastzenuwen, honderden op een vierkante millimeter.” Vooral de binnenkant van de snavelpunt is heel gevoelig, daar zijn de tastzenuwen soms zelfs gebundeld in een speciaal snavelpuntorgaan. Wanneer een eend veelvuldig zijn snavel opent en sluit, zeeft hij modder, steentjes en water eruit. „De eend doet dit heel snel, zonder te zien wat hij doet. Hij vertrouwt op zijn snavelpuntorgaan. Als wij zo snel muesli van steentjes zouden moeten scheiden, zonder te kijken, zou dat niet lukken.”

Hoe zit dat dan met de snavel van een specht? Die moet toch behoorlijk ongevoelig zijn om op een boom in te hameren. Birkhead: „Vergelijk het met onze handen. Ballen we die tot een vuist, dan zijn het wapens, strekken we onze vingers uit, dan hebben we opeens heel gevoelig gereedschap tot onze beschikking. Zo is het ook met een spechtensnavel: de buitenkant is hard en ongevoelig. De tastreceptoren zitten veilig binnenin weggeborgen tijdens het geroffel.”

Telefoonbotje

Birkhead schrijft in zijn boek dat hij zich soms zorgen maakt over de snavelpunten van kiwivogels, die niet alleen extreem gevoelig zijn maar ook relatief zacht. „Wat zou er gebeuren als zij per ongeluk een steen raken? Is dat het vogelequivalent van het telefoonbotje in onze ellebogen?”

Die kiwi gebruikt zijn gevoelige snavel weer op een andere manier dan eenden. Net als strandlopers kan hij er trillingen mee opvangen om een mogelijke prooi te detecteren: hij eet ongewervelde bodemdieren, zoals wormen. Veel strandlopers (zoals de kanoet) hebben nog een extra bijzondere snavelpunt: het uiteinde van de bovenste snavelhelft is flexibel, en kunnen ze onafhankelijk van de rest bewegen. Dit verschijnsel, ‘distale rhynchokinese’, zorgt ervoor dat ze in water en slib snel kleine prooien kunnen grijpen.

Snavels zijn niet alleen nuttig om mee te voelen, maar ook om mee te ruiken. Birkhead: „Alle vogels hebben reukzin, maar niet bij alle soorten is die even sterk ontwikkeld. Sommige soorten, zoals de wilde eend, kunnen vijanden ruiken – honden, mensen. Andere gebruiken reukzin om te navigeren.”

Zebravinken en andere zangvogels kunnen zelfs ruiken of ze met hun eigen gezin te maken hebben of niet, dankzij de nestgeur.

    • Gemma Venhuizen