Hij gaf de moeder aller computerdemo’s

Computerhistorie

Precies vijftig jaar geleden gaf een verlegen ingenieur de invloedrijkste tech-demo aller tijden. Douglas Engelbart voorspelde toen hoe wij nu met computers werken.

Engelbart tijdens de demo in 1968.

Het is 9 december 1968, aanstaande zondag precies vijftig jaar geleden, wanneer een wat verlegen ingenieur een tech-presentatie geeft die tegenwoordig bekendstaat als ‘de moeder van alle demo’s’. Een presentatie die de personal computer-revolutie van de decennia daarna tot in detail demonstreerde en ambitieuzer was dan alle demo’s die Apple- baas Steve Jobs deze eeuw heeft gehouden.

In het jaar waarin zowel Steve Jobs als Bill Gates nog maar dertien jaar oud was, begon de Amerikaanse ingenieur Douglas Engelbart zijn visionaire demonstratie in het San Francisco Civic Auditorium als volgt: „Stel je voor dat jij, als kenniswerker, een computerscherm voor je hebt en een computer die de hele dag tot je beschikking staat, en die onmiddellijk reageert op elke actie die je doet – hoeveel waarde kun je daar wel niet uit halen?”

In een anderhalf uur durende presentatie voor een publiek van een kleine duizend mensen, demonstreerde Engelbart vrijwel alle aspecten die we in het hedendaagse digitale tijdperk kennen: een computer die je bedient met een toetsenbord en een computermuis (die Engelbart al in 1963 had uitgevonden), een grafische gebruikersomgeving, het werken met meerdere vensters op het computerscherm, een tekstverwerker, een spellingchecker, het delen van documenten, een blog, een wiki-achtige samenwerking, e-mail, hyperlinks, en een Skype-achtige videoconferentie. Het werkte allemaal in het echt.

Na afloop kreeg Engelbart een staande ovatie. Maar voor de meeste aanwezigen was Engelbart zijn tijd te ver vooruit. Ze konden zijn ideeën niet direct toepassen. Daarvoor zouden nog decennia aan hardware- en softwareontwikkelingen nodig zijn. Computers waren in 1968 grote machines, minimaal van het formaat koelkast. Alleen overheden en grote bedrijven konden ze betalen en hadden de kennis en kunde om ze te bedienen. De interactie tussen mens en computer liep via omslachtige ponskaarten.

En ineens was daar een ingenieur van de Universiteit van Stanford die als droom had om de mens en de computer op een intuïtieve manier creatief met elkaar te laten samenwerken.

Angst voor controlemachine

Technologisch gezien was Engelbart zijn tijd dan wel ver vooruit, in sociologische zin kwam de ‘moeder van alle demo’s’ precies op het juiste moment. 1968 was het jaar waarin wereldwijd jongeren protesteerden tegen het zittende gezag. En voor sommigen waren computers een symbool van het oude gezag dat omver geworpen moest worden.

Ook toen al bestond de angst dat de computer gebruikt kan worden als een controlemachine. In april van hetzelfde jaar was Stanley Kubricks duizelingwekkende sciencefiction-film 2001: A Space Odyssey in première gegaan. Hierin neemt boordcomputer HAL9000 het gezag over van de menselijke astronauten. De film wakkerde de oeroude angst aan dat machines mensen kunnen gaan overheersen.

Engelbarts demonstratie liet nou precies het tegenovergestelde zien: in plaats van een instrument voor overheden en bedrijven, zou de computer een instrument voor het individu kunnen worden. Al in 1962 had Engelbart een manifest gepubliceerd onder de titel Augmenting human intellect: het vergroten van het menselijk intellect. Aan de Universiteit van Stanford mocht hij een jaar later zijn eigen Augmentation Research Center opzetten en nog in hetzelfde jaar vond hij de computermuis uit.

Computerpionier Douglas Engelbart, die overleed in 2013, met zijn houten prototype van de computermuis. Foto EPA

Menselijke intelligentie vergroten

Hoewel Engelbart het bekendst zou worden als uitvinder van die computermuis, was het de filosofie die hij in zijn demonstratie uiteenzette die hij zelf het belangrijkste vond: hoe computers de menselijke intelligentie kunnen vergroten. Die visie stond tegenover een andere visie die in dezelfde periode opkwam: die van het nabootsen van menselijke intelligentie in een machine, ofwel kunstmatige intelligentie. Daar zag Engelbart weinig in.

Engelbart dacht na over hoe mensen grote problemen als infectieziekten, vervuiling, het produceren van voldoende voedsel of overbevolking efficiënter kunnen aanpakken. „Op een dag schoot het me opeens te binnen dat ‘complexiteit’ het sleutelbegrip is”, vertelde hij later. Hij realiseerde zich dat al deze problemen met elkaar gemeen hebben dat ze zo complex zijn dat we ze alleen kunnen oplossen door slim met informatie om te gaan en informatie te delen. Engelbart wilde daar technologie voor ontwikkelen en die filosofie leidde na jarenlang onderzoek tot ‘De moeder van alle demo’s’.

Toen Valerie Landau, een van zijn voormalige collega’s, in 2006 aan Engelbart vroeg hoeveel van zijn visie uit 1968 nu gerealiseerd was, zei hij enigszins grappend: „2,8 procent.” En Alan Kay, ook een voormalig medewerker van Engelbart en zelf uitvinder van de eerste laptop, zei eens: „Ik weet niet wat Silicon Valley zal doen wanneer het door de ideeën van Doug heen is.”

Silicon Valley is hem niet vergeten

Engelbart overleed in 2013, maar Silicon Valley is hem niet vergeten. Aanstaande zondag wordt de vijftigste verjaardag van zijn baanbrekende presentatie gevierd met het symposium The Demo@50.

Een van de vragen die aan bod zal komen is wat we vandaag de dag nog hebben aan Engelbarts ideeën. Misschien biedt zijn visie van een mens-computer-symbiose, die meer om mensen dan om machines draait, juist wel een uitweg uit de corporate Silicon Valley-manier van denken die de laatste jaren op steeds meer verzet is gestuit.

Meer informatie over het vijftigjarig jubileum van Engelbarts demo: TheDemoAt50.org
    • Bennie Mols