Heibel in de knusse Ikea-familie

Werknemers Ikea’s omgang met vakbonden verschilt per land. In de VS moet de bedrijfsleiding er niets van hebben, in Nederland wilde ze een eigen bond. Maar de liefde is bekoeld.

Illustratie Tjarko van der Pol

Hoe verder weg van Zweden, hoe slechter de arbeidsvoorwaarden. Dat is de vuistregel van vakbonden die de 160.000 werknemers van de Ikea-winkels wereldwijd proberen te organiseren.

De ongeveer 5.500 werknemers van de dertien Nederlandse Ikea-winkels boffen dus. Ze werken bijna in Ikea’s achtertuin.

Strikt genomen is Ikea zelfs Nederlands. De twee meest prominente houdstermaatschappijen zitten hier wegens fiscale en andere voordelen. De eigenaar van de merknaam en het blauw-gele logo zit in Delft: Inter Ikea Systems. Die holding exploiteert ook de ‘voorbeeldwinkel’ in Delft, het visitekaartje van het concern voor onder meer managers van buitenlandse Ikea’s.

De andere holding, Ingka in Leiden, bezit de meeste andere vestigingen wereldwijd, waarvan twaalf in Nederland.

Wat voor werkgever is Ikea?

Veel werknemers zijn trots op hun winkel. Ikeanen, noemen ze zich in Nederland. „Soms denk ik wel eens: dit hele bedrijf is een beetje sekteachtig”, observeert Marian Beldsnijder van FNV Handel, de bond die winkelpersoneel vertegenwoordigt. Ikea verwacht een positieve uitstraling van je, en een prestatiegerichte werkhouding. Wie zich daarin thuis voelt, kan het ver schoppen, zeggen werknemers.

Met zijn Zweedse wortels past Ikea in de Noord-Europese traditie van overleg met vakbonden. Maar oprichter Ingvar Kamprad (1926-2018) wilde dat Ikea ook een eigenzinnig familiebedrijf bleef. Dat botst met overleg. Familiebedrijven zorgen zelf wel voor ‘hun’ mensen. Daar hebben zij geen actievoerende vakbonden voor nodig.

Die spanning leidt tot grote verschillen tussen landen. In Italië, Turkije en vooral de Verenigde Staten is het bijvoorbeeld heel normaal als een bedrijf fel anti-vakbond is. Neem de Ikea in het dorpje Stoughton, onder Boston, aan de Amerikaanse oostkust. Daar konden de medewerkers in 2016 kiezen of de grote vakbond UFCW hen mocht vertegenwoordigen. Een keuze voor de bond zou slecht nieuws zijn voor de Ikea-manager, gewend om zelf loon en arbeidsvoorwaarden vast te stellen, of mensen te ontslaan. Zou de meerderheid van zijn personeel in een onafhankelijke stemming voor de vakbond kiezen, dan moest hij over al die zaken in gesprek met de bond – zo werkt dat in de VS.

Daar voelde de Ikea-leiding in Stoughton niks voor. Zij zette het personeel zwaar onder druk om tégen te stemmen, stelde de Amerikaanse toezichthouder op de arbeidsmarkt vast. Deze National Labor Relations Board verklaarde de verkiezingen ongeldig na bezwaar van de bond.

Werknemers hadden geen vrije, persoonlijke keuze kunnen maken, zei de toezichthouder. Ze waren vrijwel dagelijks naar verplichte bijeenkomsten geroepen, waar het management één tot twee uur lang uiteenzette dat het geen verbetering zou zijn als de vakbond hen vertegenwoordigde. Sommige werknemers werden individueel „uitgehoord” over hun vakbondsympathieën. De toezichthouder achtte zelfs bewezen dat het management stemmen ‘kocht’: personeel dat niet was ingeroosterd tijdens de verkiezingen, kreeg drie uur uitbetaald als het kwam stemmen.

Ongenoegen

Wereldvakbond UNI Global Union meldde dit voorval, en ook andere regelmatig, bij het Ikea-hoofdkantoor – zonder resultaat. „Ze weigeren verantwoordelijkheid te nemen”, zegt Christy Hoffman, secretaris-generaal van UNI Global Union. „Ze zouden zich ervan moeten verzekeren dat hun werknemers overal zélf mogen beslissen over vertegenwoordiging door een vakbond.”

In september diende de bond, samen met Amerikaanse en Nederlandse bonden, een klacht in bij het Nationaal Contactpunt OESO-richtlijnen (NCP) in Den Haag – ondergebracht op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hun klacht richt zich op het Nederlandse hoofdkantoor. Dat had moeten ingrijpen na hun meldingen, zegt de bond. Door die te negeren, zou het richtlijnen van rijkelandenorganisatie OESO hebben geschonden. Het NCP moet nog beslissen of het nader onderzoek instelt naar de klacht.

Ikea zegt in een reactie dat al zijn werknemers, ook in de Verenigde Staten, het recht hebben „zelf te kiezen voor vertegenwoordiging door wat voor werknemersvereniging dan ook”. Het verkiezingsproces in Stoughton verliep „eerlijk en neutraal”, volgens Ikea.

Ikea verwacht een positieve uitstraling van je, en een prestatiegerichte werkhouding

„Kijk je naar het buitenland, dan mogen wij in Nederland onze handen natuurlijk dichtknijpen”, verzucht Marian Beldsnijder van FNV Handel. Ikea betaalt relatief hoge salarissen, vertelt ze op haar kantoor in Deventer. Er worden veel vaste contracten uitgedeeld. En als een van de weinige werkgevers heeft het bedrijf zichzelf verplicht tot bijstorten in het pensioenfonds als dat er slecht voorstaat.

Toch groeit het ongenoegen onder de medewerkers, merkt Beldsnijder. Het bedrijf verandert, zegt ze. „Mensen die hier tien of twintig jaar werken, merken dat. Zij zeggen dat het van een sociaal bedrijf is veranderd in een bedrijf dat vooral naar de cijfertjes kijkt.”

Dat ziet ook de ondernemingsraad van Ikea. Er is niks mis met cijfers, zegt de OR in een schriftelijke reactie. Maar als het personeel voelt dat het bij belangrijke veranderingen alléén om de cijfers draait, gaat er iets mis. Ikea moet zijn werknemers meer uitleg geven, vindt de OR, „zodat zij beter begrijpen waarom deze veranderingen nodig zijn”.

De onvrede groeit juist ook onder niet-FNV-leden. Er is nóg een vakbond, die uitsluitend actief is bij Ikea: de Werknemersvereniging IKEA Medewerkers (WIM). Die werd opgericht omdat Ikea zich in 1992 wilde onderscheiden met betere, eigen arbeidsvoorwaarden dan concurrerende winkels. Maar dan moest het wel een eigen cao afsluiten en daar is een vakbond voor nodig – de FNV was nog niet actief bij Ikea. Het bestuur van de WIM wilde niet meewerken aan dit artikel, naar eigen zeggen omdat het te druk is met de lopende cao-onderhandelingen.

Frictie groeit

Nu trekken de FNV en de WIM samen op bij de cao-onderhandelingen, maar tot een paar jaar geleden was er nog vooral rivaliteit tussen de twee bonden. IKEA-werknemers die actief waren voor de WIM vonden de FNV’ers een stel herrieschoppers. FNV-leden schilderden de WIM af als een pseudobond die uit de hand van de werkgever eet. Bij de FNV zijn cao-onderhandelaars in dienst van de vakbond, zodat zij niet hoeven te vrezen voor hun loopbaan. De WIM ondervangt dat met een externe cao-onderhandelaar.

Eind 2015 liep de spanning hoog op. Vlak voor de Kerstdagen schreven anonieme medewerkers een ‘kerstboodschap’ aan oprichter Kamprad waarin zij klaagden over een hoge werkdruk en een angstcultuur. De FNV verspreidde de brief onder de media. Of Kamprad de brief ooit onder ogen heeft gehad is ongewis, maar in Zweden was men onthutst over zoveel brutaliteit.

Voor Ikea heeft bescherming van merknaam en reputatie de hoogste prioriteit. Deze brief bracht negatieve publiciteit, kort nadat het warenhuis een nieuwe campagne was gestart met de slagzin „Aandacht maakt alles mooier”.

Voor FNV’ers is zo’n open brief klassiek actiegereedschap. De bond komt uit een traditie van strijd. Beldsnijder merkte al snel dat ze daar bij Ikea wat voorzichtiger mee moet zijn. „Voorheen was ik onderhandelaar bij thuiszorgbedrijven. Daar kon je de directie de volle laag geven als er een reorganisatie was. Dat moet ik hier niet proberen. Medewerkers zijn trots op Ikea.”

Het onverwachte gebeurde

In de loop van 2016 escaleerde het conflict volledig. Ikea en de WIM sloten een principeakkoord over een cao waarin medewerkers moesten inleveren op hun pensioenregeling en toeslagen voor onregelmatige werktijden. De FNV tekende niet en Beldsnijder ging als de kersverse FNV-onderhandelaar langs alle Ikea-kantines om uit te leggen waarom. Het onverwachte gebeurde: de achterban van de WIM liet de eigen bond in de steek. Ongeveer 60 procent van de WIM-leden stemde tegen het cao-akkoord.

Beldsnijder kreeg de woede van de WIM én Ikea over zich heen. Het WIM-bestuur stond in z’n hemd. De werkgever zag een kostenbesparing verdampen.

Illustratie Tjarko van der Pol

Kort daarna wijzigde het WIM-bestuur en werd een nieuwe externe cao-onderhandelaar aangesteld. Het gevolg: de ongemakkelijke, onderling vijandige sfeer veranderde. De beide bonden zochten toenadering. „We leefden te veel in beelden van elkaar”, zegt Beldsnijder nu.

De samenwerking houdt nog steeds stand, ook nu het spannender is geworden. De onderhandelingen over een nieuwe cao zitten al maanden muurvast. Vervolgens kwam het nieuws dat Ikea zijn strategie herijkt. Het concern zoekt een antwoord op de online concurrentie en veranderend klantengedrag. Dat vergt nieuwe investeringen en kost wereldwijd 7.500 banen. In Nederland verdwijnen 120 arbeidsplaatsen en komen er 50 nieuwe bij. Ikea en de bonden praten over een sociaal plan.

Het cao-overleg staat nu in het teken van acties. FNV en de WIM doen dat op hun eigen manier. De WIM stuurde een open brief aan het management. Daarin wordt, na de traditioneel Zweedse aanhef ‘Hej Lena’, de Nederlandse Ikeabaas opgeroepen „de onacceptabele werkdruk” en „het hoge ziekteverzuim” tegen te gaan.

De FNV gaat de straat op. Afgelopen week pakten FNV’ers het hoofdkantoor van Ikea Nederland in. Eerder hielden ze al kleine acties: handtekeningen verzamelen, ‘zitacties’ met het personeel, vlak voordat de winkel open moet. De WIM steunt deze FNV-acties, maar doet er niet actief aan mee. Beldsnijder: „Dat is nog een stap te ver voor ze, denk ik.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Christiaan Pelgrim
    • Menno Tamminga