Opinie

    • Diana de Wolff

Een integere advocaat, het is maar net wie je het vraagt

Wat het publiek een integere advocaat vindt en hoe de advocatuur daar zélf tegenaan kijkt, verschilt nogal. Dat bleek toen de Groningse deken onlangs ingreep, geheel op eigen kompas. Diana de Wolff, in de togacolumn.

Om het vertrouwen van de maatschappij waard te zijn, moeten advocaten zich integer gedragen en hun onafhankelijkheid bewaken. Integriteit en onafhankelijkheid zijn dan ook kernwaarden van de advocatuur, naast vertrouwelijkheid, partijdigheid en deskundigheid. Maar hoe belangrijk ook, over wat een integere en onafhankelijke beroepsuitoefening is kunnen de opvattingen danig verschillen.

Imago

Een kort geleden verschenen onderzoek naar de reputatie van de advocatuur maakt die verschillen zichtbaar. Het onderzoek werd gehouden onder consumenten en het mkb, en ook aan advocaten werd gevraagd naar hun inschatting van de reputatie van de beroepsgroep. Dit gebeurde onder meer met stellingen over de kernwaarden van de advocatuur. Het advocatenimago bij het publiek blijkt flink af te wijken van het zelfbeeld van advocaten. De geïnterviewde advocaten vonden integriteit de minst lastige kernwaarde om zich aan te conformeren en de kernwaarde partijdigheid de moeilijkste.

De opvattingen van consumenten en mkb stonden daar haast diametraal tegenover. Zij zien advocaten veel minder als integere, onafhankelijke beroepsbeoefenaren, maar juist als partijdige belangenbehartigers met een duur en elitair imago. Aan hen werd gevraagd om tips voor de balie. Die illustreren waarom de beroepsgroep niet meteen met integriteit in verband wordt gebracht. Zo deden de respondenten onder andere de volgende suggesties: denk meer aan het maatschappelijk belang, verdedig geen dubieuze partijen als banken, farmaceutische industrie en veel verdienende managers, kijk naar wat rechtvaardig is en niet alleen naar wat haalbaar is. Doe geen zaken bij twijfel over de oprechtheid van de klant.

Te makkelijk

Het is van alle tijden dat de beroepsgroep geassocieerd wordt met uitdrukkingen als ‘recht praten wat krom is’. Oud-deken Jan Loorbach zei wel eens dat de advocatuur er niet is voor ‘alleen maar nette mensen’. Zo is het. Ook plegers van geweldsdelicten, veel verdienende managers en zelfs onoprechte mensen moeten een beroep kunnen doen op partijdige, stevige rechtsbijstand. Dat geen ander belang dan het belang van de cliënt, hoe onsympathiek ook, voorop staat bij de werkwijze van advocaten, straalt wel eens negatief op de beroepsgroep af. Toch is het te gemakkelijk om de verschillen in waardering daarmee af te doen.

No cure no pay

Dat de opvattingen over beroepsethiek binnen de advocatuur afwijken van die van het publiek wordt ook zichtbaar bij een aspect dat niets te maken heeft met het verdedigen van dubieuze partijen en het negeren van maatschappelijke belangen. Het gaat om een concreet en actueel onderwerp uit het imago-onderzoek. Respondenten toonden zich ook kritisch over de tarieven in de advocatuur en het gebrek aan transparantie over kosten. Sommigen suggereerden daarbij de mogelijkheid van no cure no pay. Dat is nog steeds een taboe, hun onafhankelijkheid zou in het gedrang komen als advocaten een financieel belang hebben bij de afloop van een zaak. Het is advocaten dan ook verboden hun honorarium afhankelijk te maken van het resultaat.

Zonder risico

Hoe dit verbod wringt met de belangen van cliënten werd onlangs duidelijk in een tuchtzaak. Het ging om enkele advocaten die voor duizenden Groningse huiseigenaren vergoeding van hun aardbevingsschade vorderden in een proces tegen de NAM. Als honorarium gold een startbedrag van 100 euro en een succes fee van 5 tot 10 procent van het resultaat, alles te betalen aan een claimstichting die als tussenpersoon fungeerde. De Groningse deken zag daarin, ondanks de constructie met de claimstichting, een overtreding van het no cure no pay-verbod. De advocaten werden op initiatief van de deken door de tuchtrechter berispt, omdat zij de kernwaarden (financiële) integriteit en onafhankelijkheid hadden veronachtzaamd.

Maar geen van de duizenden nuchtere Groningers had zelf een klacht ingediend of zich bij de klacht van de deken aangesloten. Waarom zouden zij ook? Door de overzichtelijke honorariumafspraak konden zij een procedure tegen een taaie tegenstander voeren, zonder het risico op een financieel ongewis avontuur met hun advocaat. Nait soezen, moar doun! Was mijn huis door aardbevingen beschadigd en in waarde gekelderd, met alle slapeloze nachten van dien, dan wist ik het wel. Wie mij dan zou vertellen dat mijn advocaat niet integer en onafhankelijk was, zou ik echt niet begrijpen.

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, officier of rechter. Diana de Wolff is advocaat en bijzonder hoogleraar advocatuur aan de UvA.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Diana de Wolff