Die blauwe doos langs de weg wil groen zijn

Duurzaamheid Ikea wil in 2030 meer bijdragen aan de aarde dan het ervan gebruikt. Maar er moet nog veel gebeuren. In Nederland moet het gas eraf, het transport elektrisch of op waterstof. „Het restaurant is onze achilleshiel.”

Illustratie Tjarko van der Pol

Een grote blauwe ‘doos’ langs de snelweg, met een enorme parkeerplaats waarop klanten hun stevig ingepakte meubelen, lampen en wat al niet meer in hun auto proberen te krijgen. Dat is niet direct het beeld dat je doet denken aan duurzaamheid of circulaire economie.

Maar die worstelende klant heeft even eerder wellicht een glimp gekregen van de groene bedoelingen van het Zweedse concern. Bijvoorbeeld door de posters met informatie over de 488 zonnepalen op het dak van de Delftse vestiging, de oplaadpunten voor de elektrische auto, het 100 procent duurzame Ikea-katoen of de aangebrachte led-verlichting. Mede hiermee wil het bedrijf in 2020 energieneutraal worden. En wie in het restaurant komt, wordt bij de ingang nadrukkelijk gewezen op de vegetarische gehaktballetjes en de zalm – niet op de populaire, wel beschikbare, vleesballen.

„Onze grootste opdracht is onze klanten mee te krijgen”, zegt Alberic Pater, verantwoordelijk voor duurzaamheid bij Ikea Nederland. „We willen graag ambitieuze doelen nastreven, maar we moeten geen roepende in de woestijn worden.” Volgens hem weten de meeste mensen die hij spreekt niet dat Ikea voorop wil lopen in duurzaamheid. „Elke vestiging van ons is bijvoorbeeld binnenkort energie-neutraal, dankzij – wereldwijd – 750.000 zonnepanelen en 416 windmolens. Maar de impact van het beleid zou nog veel groter zijn als onze miljoenen klanten thuis 10 procent minder stroom gaan verbruiken.”

Pater en zijn collega’s in de 29 andere ‘Ikealanden’ hebben een duidelijk opdracht gekregen. Deze zomer maakte Ikea bekend in 2030 ‘klimaatpositief’ te willen zijn, dus over twaalf jaar meer bij te dragen aan de aarde dan dat er gebruikt wordt. Grote woorden? Zeker. Maar volgens Martina Krüger van Greenpeace in Zweden loopt Ikea al lang voorop. „Ikea is een van de eerste bedrijven die hun defensieve houding op milieugebied staakten. Die zich in de jaren negentig al afvroegen: wat kunnen ‘wij’ bijdragen. Gaat het snel genoeg? Hebben ze alle antwoorden? Nee. Maar de openheid en betrokkenheid zijn groot.”

Herbebossing

Waar moet je beginnen als je in 2030 geen negatieve impact meer wil hebben op het milieu? Met wereldwijd 424 winkels, 957 miljoen klanten en bijna 160.000 medewerkers? Voor een deel moet de transitie op concernniveau gebeuren. Bijvoorbeeld door geld te steken in herbebossing, waardoor CO2 kan worden opgevangen om productie en transport van de Billy’s, de Nockeby’s en de Klippans te compenseren. En voor een deel gebeurt het op landenniveau.

„We starten niet vanaf nul”, zegt Pater. „Zo hebben we ons eigen gas- en stroomverbruik in vergelijking met 2010 met 30 procent teruggebracht, mede door de led-lampen. Nu kijken we hoe we van het gas af kunnen. Dat is met zulke grote gebouwen niet zo gemakkelijk, want met een warmtepomp ben je er niet. We maken nu voor elke vestiging een scan van wat er nodig is om, uiterlijk in 2030, zonder gas te kunnen draaien.”

Met alleen maar energieneutrale vestigingen ben je nog niet klimaatpositief in 2030. Daarvoor is veel meer nodig. Bijvoorbeeld (bijna) uitstootvrij transport. „Vanaf 2020 worden in de regio Amsterdam alle bestellingen met elektrische vrachtwagens gebracht. En volgend jaar komt er een pilot met vrachtwagens die op waterstof rijden. Die moeten het vervoer vanuit ons distributiecentrum in Oosterhout naar alle vestigingen gaan verzorgen.”

De grootste milieuwinst is voor Ikea te boeken in de grondstoffen. Die zorgen voor 38 procent van de klimaatimpact. Het katoen komt al voor 100 procent van duurzame bronnen, voor hout zit dat op ruim 70 procent, en is 100 procent het streven voor 2020. Daarbij gaat het om grote hoeveelheden. Voor beide grondstoffen geldt dat Ikea ongeveer 1 procent van de wereldproductie voor zijn rekening neemt.

Tot nog toe heeft Ikea vooral investeringen gedaan waarbij tevoren een kosten-baten-analyse kon worden gemaakt. Bijvoorbeeld bij het vervangen van gloeilampen of bij de installatie van zonnepanelen.

„Vooraf weet je dan wat het kost en hoeveel het op termijn kan opleveren. Dan kan je het terugverdienen”, zegt Pater. „Soms ook niet, en dan doe je het omdat we in iets geloven.”

Nu, op weg naar de doelen voor 2030, wil Ikea de kringloop steeds meer sluiten om daadwerkelijk elke verspilling tegen te gaan. En dan zijn er veel onzekerheden, die een kosten-batenanalyse veel moeilijker maakt.

Illustratie Tjarko van der Pol

Kast te huur

„Ik kan me voorstellen dat mensen zeggen: kijk eens wat jullie allemaal de maatschappij inpompen. De grote uitdaging, naast ons duurzame verhaal uitdragen, is zoveel mogelijk producten een tweede leven te geven. Of goed te recyclen. Daar zit ook de grote milieuwinst”, zegt Pater. En dus kunnen klanten, tegen betaling, hun matrassen inleveren. Een ander idee is de verhuur van interieur dat volgend jaar wordt getest. Is de looptijd voorbij, dan komt Ikea kasten, lampen en vloerbedekking weer ophalen.

Pater: „Dat betekent een hele andere manier van werken. Niet alleen qua logistiek, qua retourstroom, maar ook in het contact met klanten. Dan gaan we bijvoorbeeld werken met maandelijkse incasso’s, wat we nu helemaal niet gewend zijn.”

Dit jaar volgen meer proeven, concreter wil Pater niet worden. „We zijn in elk geval vast van plan om het terugnemen van oude producten op te schalen.” Ook het hergebruik van plastic moet omhoog.

Concreter zijn de pogingen om de restaurants duurzamer te maken. Ook hier regeren de grote getallen. Ikea zet wereldwijd bijna 2 miljard euro aan voeding om. Klanten worden nadrukkelijk gewezen op de vegetarische varianten en op vis. Maar, zeggen critici, er worden jaarlijks nog altijd 1 miljard gehaktballen met echt vlees verkocht. Wat nou duurzaam?

„Het restaurant is misschien wel onze achilleshiel”, zegt Pater. „We hebben echt al veel stappen ondernomen. Seafood is gecertificeerd, net als de koffie en de cacao. We hebben vegetarische hotdogs en balletjes. Op de displays in Amsterdam zie je alleen vis en vega. We zullen wel meer proberen te sturen, maar zullen niet binnen afzienbare tijd stoppen met de gehaktballetjes.”

Die spanning tussen groene ambities en behoud van de klant is ook voelbaar bij de jaarlijkse bezorging van de catalogus. Koren op de molen van critici die het als verspilling zien. Niet zo vreemd, want tot voor kort werden 6,2 miljoen gidsen in Nederland verspreid. Ook bij mensen die niet van plan zijn om iets bij Ikea te kopen. „We hebben het aantal vorig jaar al met 2 miljoen teruggebracht tot 4,2 miljoen”, zegt Pater. „En door innovaties in de productie van de gids is de uitstoot van CO2met 15 procent gereduceerd.”

In het papierproducerende Zweden wist het bedrijf zich met de catalogus juist positief te onderscheiden, zegt Martina Krüger van Greenpeace. Ikea kwam als allereerste bedrijf met chloorvrij papier. „Dat was in 1992 en dat was toen op deze schaal echt een doorbraak. Voor alle bedrijven kwam toen het signaal dat zoiets mogelijk was.”

De gids werd ook dit jaar weer bij miljoenen Nederlandse huishoudens bezorgd, maar er lopen mondiale proeven om de milieubelasting verder terug te brengen. De catalogus verschijnt bijvoorbeeld als e-book. Samen met de ontwikkeling van apps kan zo de online-verkoop omhoog.

Voor Krüger van Greenpeace in Zweden is het nog de vraag of online verkopen tot lagere belasting voor het milieu leidt. De kans is groot dat voor een extra bezorging extra verpakkingen nodig zijn. „Maar als Ikea de eigen vloot elektrificeert en mensen thuis de spullen geleverd krijgen, scheelt dit misschien wel in lagere emissies”. En het scheelt zeker in het geworstel op de parkeerplaats langs de snelweg.

    • Erik van der Walle