De vergeten burgers willen gezien worden

Gele hesjes

Veel van de Fransen die nu de straat op gaan zijn te rijk voor hulp en te arm om een goed leven te leiden. Ze dragen trots en uit protest een geel hesje.

Betogers bij de demonstratie op 2 december in de buurt van de Arc de Triomphe. Foto’s Kiran Ridley/Getty Images

Toen hij een maand geleden voor het eerst zijn gele hesje aantrok en met andere boze burgers de rotonde betrok, had hij niet kunnen bevroeden dat het protest zo lang stand zou houden. „Je ziet, we staan er nog steeds”, zegt Laurent Ricordeau (38), coördinator in Brionne, Normandië lachend. „En desnoods blijven we ook de Kerstdagen.” De rotonde is dag en nacht bezet.

De bezetters werken in ploegendienst. Ricordeau arriveert ’s ochtends om vijf uur en gaat een paar uur later naar de opleiding die hij volgt. Aan het eind van de dag en ’s weekends staat hij weer op zijn post. „Het is een aanslag op je gezinsleven, maar het is het waard”, zegt hij. Gemeenschappelijk wordt rond de houtvuren gegeten, geborreld en gedebatteerd. De verhoging van de milieu-accijnzen op brandstof was aanvankelijk het enige actiepunt, maar na wekenlang discussiëren is het eisenpakket heel breed geworden. „Je leert van elkaar”, zegt Ricordeau.

Totale onderschatting

„De mensen politiseren”, concludeert politicoloog Jérôme Fourquet van opiniebureau Ifop. „Het was een overzichtelijke beweging, maar de regering heeft het totaal onderschat en nu is de geest moeilijk in de fles terug te krijgen.” Het vanaf de eerste landelijke actiedag dalende aantal mensen dat in actie kwam, leek voor ‘Parijs’ een geruststelling: van 282.000 op 17 november ging het tot 136.000 afgelopen zaterdag. Dat is in de Franse context niet veel. „Maar dit zijn momentopnames. Op veel kruispunten lossen mensen elkaar af.”

Lees ook: Ook in Nederland zijn de gele hesjes héél boos op alles

20 procent van de Fransen identificeert zich als ‘geel hesje’ en ondanks het geweld heeft de beweging nog altijd stabiel steun van 66 procent.

In een paper voor de linkse denktank Jean Jaurès ziet Fourquet de eerste aanwijzingen voor een provinciale verzetsbeweging bij de regeringsaankondiging, in februari, om de maximumsnelheid op b-wegen te verlagen van 90 naar 80 kilometer per uur. De sociale groepen die toen in actie kwamen, staan nu op de barricaden.

Dat is vooral de lagere middenklasse: werknemers, arbeiders en kleine zelfstandigen in wat demografen La France Périphérique noemen, het perifere Frankrijk: kleine provinciesteden en rurale gebieden, waar werk en veel sociale voorzieningen zijn verdwenen. Waar Marine Le Pen van het nationaal-populistische Front National in 2017 veel stemmen haalde, waren op 17 november navenant meer wegblokkades, becijferde Fourquet.

Geminacht

„Het zijn veelal mensen die te rijk zijn voor hulp maar te arm om goed te kunnen leven, mensen die zich vaak vergeten voelen en geminacht door een bovenklasse waarvan Macron de personificatie is.” Zijn provocerende uitspraken over mensen die „niets zijn” of „arbeidsschuw”, waren koren op de molen. „Door dat gele hesje te dragen smeden ze nieuwe sociale banden, vinden ze een nieuwe trots.” De symboliek is simpel: het veiligheidshesje is om „gezien” te worden. „Je ziet mensen die anders nooit in de media zijn.”

Waar dit toe kan leiden? Niemand die het weet. Pogingen om de beweging te structureren of woordvoerders aan te wijzen lopen spaak, ook in Normandië. Een vergadering waar vertegenwoordigers van alle bezette rotondes in het departement Eure dinsdag probeerden een leider aan te wijzen liep uit op een besluiteloze chaos waar tussen de rookpauzes door vooral overeenstemming was over de stelling dat Frankrijk een „bananenrepubliek” is. Ricordeau ging halverwege weg. Voor Fourquet zijn er grote overeenkomsten met de Vijfsterrenbeweging in Italië. „Als ze een leider vinden en zich organiseren, dan is er politieke ruimte.”

    • Peter Vermaas