Recensie

De ‘politici’ Marley en Cash

Muziekfilms Hun muzikale roem gaf Bob Marley en Johnny Cash ook politieke invloed.

Twee documentaires op Netflix belichten de politieke positie van popmuzikanten Bob Marley (links) en Johnny Cash (hier met zijn vrouw June Carter). Foto’s Adrian Boot, EPA

Twee van de pakweg veertig documentaires over popmuziek die Netflix aanbiedt, gaan over de grens tussen muziek en politiek. Niet over de ster die zijn populariteit gebruikt om aandacht te vragen voor een of ander goed doel als U2-zanger Bono of zangeres Beyoncé, maar over Bob Marley en Johnny Cash, twee mannen die de statuur hebben bereikt van charismatische, wijze leiders.

Reggaezanger Bob Marley (1945-1981) is de revolutionaire voorman. Hij zong vurig en opruiend over de opstand van zwarte mensen tegen ‘Babylon’, de witte westerse wereld. Met directe politiek had hij weinig te maken. In zijn geboorteland Jamaica, dat sinds de onafhankelijkheid van 1962 zuchtte onder politiek geweld, probeerde hij boven de partijen te staan. Maar zelfs zo’n tussenpositie was gevaarlijk, zo blijkt uit Who Shot the Sheriff, een film over de moordaanslag op Marley in december 1976. Marley’s manager en vrouw raakten zwaargewond in de kogelregen, maar overleefden de aanslag.

Marley had een festival georganiseerd, Free Jamaica, om de spanningen op het eiland te verlagen. Maar velen zagen het concert als steunbetuiging aan de sociaal-democratische premier Manley, die verkiezingen had gepland kort na het festival. De film maakt enigszins aannemelijk dat de nooit opgehelderde aanslag vermoedelijk werd gepleegd door cocaïnebaron Lester Coke (aka Jim Brown), in opdracht van de conservatieve oppositieleider Seaga. Je kunt ook stellen dat beide politieke leiders schuldig waren: ze huurden criminele bendes in om de rivaliteit in de straten uit te vechten. De CIA zou ook betrokken zijn, maar dat wordt minder aannemelijk gemaakt.

Marley, die lichtgewond raakte, verscheen toch op zijn festival. Daarna vluchtte hij naar Londen, waar hij twee jaar zou blijven. In 1978 keerde hij terug voor een verzoeningsconcert, waarin hij de twee politici ertoe bewoog om elkaar de hand te schudden. Het hielp niet, het geweld ging door.

Met sterk archiefmateriaal zet regisseur Kief Davidson de gespannen sfeer neer in de straten van Kingston van de jaren zestig en zeventig. Alleen de verdacht goede beelden van een vuurgevecht in de sloppen, zien er nagespeeld uit en komen vermoedelijk uit de speelfilm The Harder They Come. Verder zitten er, afgezien van Manley en Seaga, nauwelijks betrokkenen in de film – niemand uit Marley’s familie of band, bijvoorbeeld. Veel opheldering over de aanslag krijgen we ook niet.

Johnny Cash en zijn vrouw June Carter. Foto EPA

Tricky Dicky

Countryzanger Johnny Cash (1932-2003) is politiek moeilijker vast te pinnen. Gezien zijn beroep en zijn afkomst – arme katoenboeren in Arkansas – zou je hem in de conservatieve hoek verwachten. Zo steunde hij president Nixon. Maar hij nam het ook op voor American Indians, gevangenen en andere verdrukten, wat weer meer een progressieve inborst doet vermoeden.

Tricky Dicky vs. The Man in Black gaat over het bezoek dat Cash bracht aan het Witte Huis, juli 1972. Door de country-zanger te omarmen wilde Nixon zijn populariteit in de zuidelijke staten vergroten. Het bezoek was vooraf al controversieel. Met zijn gevangenisconcerten in Folsom Prison en Saint Quentin had Cash net krediet opgebouwd bij progressieve popfans. Die spraken er nu schande van dat Cash de gehate president omarmde.

Verder was er het nieuws dat Nixon twee verzoeknummers had: Okie From Muskogee en Welfare Cadillac; het eerste is een conservatief anti-hippielied, het tweede zet uitkeringstrekkers neer als profiteurs. Cash wilde beide liedjes niet spelen, volgens hem omdat het zijn liedjes niet waren, en hij geen tijd had om ze in te studeren. Maar de indruk ontstond dat Cash die liedjes weigerde te spelen om hun reactionaire inhoud.

Cash speelde in plaats daarvan drie eigen protestliederen: The Ballad of Ira Hayes, over de neergang van een Amerikaans-Indiaanse oorlogsveteraan; What is Truth, waarin hij een lans breekt voor de protestgeneratie; en zijn lijflied The Man in Black, waarin hij het opneemt voor armen, heidenen, ouderen, en de soldaten in Vietnam. De documentaire concludeert: Cash gebruikte zijn concert in het Witte Huis om Nixon op zijn nummer te zetten. Hierna zou Cash nóg sterker tegen de oorlog in Vietnam zijn geworden. Want eigenlijk was Johnny Cash links.

Een mooie documentaire, met een wankele conclusie. Want in werkelijkheid steunde Cash bij de verkiezingen later dat jaar zijn president wederom van harte. En hij was weliswaar tegen de oorlog in Vietnam, maar dat was Nixon ook. Wellicht verschilden ze van mening over hoe snel en na hoeveel doden de VS zich moesten terugtrekken, maar dat heeft Cash nooit luidop gezegd. Hij voelde zich solidair met de Amerikaanse soldaten in Vietnam, veelal dienstplichtigen. Hij wist hoe zij leden onder de kritiek in het thuisland. Dat wilde hij hen niet aandoen.

    • Wilfred Takken