Brieven

Brieven

Herman Vuijsje noemt in zijn opiniestuk Plak niet op alles het etiket ‘racisme’ (5/12) columnisten Clarice Gargard en Seada Nourhussen „extremistische opiniemakers” die zorgden voor „verdere escalatie” van het debat over Zwarte Piet en racisme in Nederland. Naar zijn idee spreken ze ten onrechte van racistisch geweld, want dat „komt in Nederland nauwelijks voor”. Bovendien duiden ze volgens hem de beledigingen en bedreigingen aan hun adres ten onrechte als diepgeworteld racisme, het gaat hier uitsluitend om „het provoceren van de tegenpartij”. Nuanceren is goed, maar Vuijsje slaat hier de plank helemaal mis. Ten eerste verkondigen Gargard en Nourhussen geen extremistische opinies. Zij nemen in heldere bewoordingen, maar zonder beledigend of grof te worden, stelling tegen racisme. Daar is niets extreems aan. Verder geeft Vuijsje zich geen rekenschap van de enorme impact van bedreigingen en haatmails – Gargard ontving er bijna achtduizend. Doodsbedreigingen zijn een vorm van verbaal geweld; terecht zijn ze strafbaar in Nederland. Wanneer die in Nederland plaatsvinden, moeten alle alarmbellen gaan rinkelen. Een ondubbelzinnige stellingname is dan de enige juiste houding. Het is de wereld op zijn kop om de twee columnisten te betichten van „verdere escalatie”. Vuijsje doet het voorkomen alsof de daders het niet zo ernstig menen, volgens hem zouden ze ten overstaan van de rechter ineenschrompelen tot sneue types. Kennelijk heeft hij zich niet verdiept in de blokkeerfriezen, zowel voor als na hun veroordeling. Die bleven met veel bravoure hun opstelling verdedigen. Daarnaast is zo’n onderscheid tussen ‘echte racisten’ en lieden die ‘de tegenpartij provoceren’ niet erg zinvol. Alsof het ene het andere uitsluit. En hoe relevant zijn trouwens de diepste zielenroerselen van mensen die zich racistisch uiten? Vuijsje zegt te pleiten tegen polarisatie in het racismedebat. Maar door Gargard en Nourhussen weg te zetten als extremisten, levert hij juist een bijdrage aan die polarisatie.

    • Simon Burgers